Wie het onderste uit de kan wil hebben ….

afbeelding van Jan Koekkoek

Zaken van particulieren tegen hun vermogensbeheerder halen regelmatig de rechtspraak en de pers. Wat minder vaak verteld wordt, is hoeveel moeite men daarvoor moet doen en waarom dat zo is. En dat men soms ook het lid op de neus krijgt.
 

Waarschuwingsplicht

Een aardig voorbeeld is de zaak die tot de uitspraak van 3 februari van dit jaar van de Hoge Raad leidde1. De bank had vele risicovolle transacties voor rekening en risico van de cliënt uitgevoerd. In de periode van 24 november 2000 tot 19 juli 2002 werd voor Euro 128 miljoen (100 x de inleg!) in derivaten gehandeld. In oktober 2002 werd de portefeuille geliquideerd.

Van het in totaal gestorte bedrag van ongeveer 1.2 miljoen was toen nog ongeveer een ton over.
De bank werd beschuldigd van wanprestatie.

Het werd al vrij snel duidelijk dat de bank niet aan haar waarschuwingsplicht had voldaan. Toch was de zaak hiermee niet geëindigd. De Hoge Raad verwees de zaak namelijk naar het gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing. En dat terwijl de zaak dus al om en nabij de tien jaar liep. Waarom?
 

“Standaarddiscussies”

De uitspraak van de Hoge raad is bijna een schoolvoorbeeld van alle zaken waarover in zaken als deze gediscussieerd kan worden. Een kleine greep:

  • De onderzoeksplicht.
    Oftewel: wat is het beleggingsprofiel van de klant?
  • De waarschuwingsplicht.
    De bank moet waarschuwen voor de bijzondere risico’s die aan de handel in opties en futures zijn verbonden.
  • De omvang van de schade.
    De Hoge Raad gaf hier een heldere regel: er moet een vergelijking gemaakt worden tussen de situatie waarin de klant zich nu bevindt en die waarin hij zich zou hebben bevonden al de bank haar zorgplicht had nageleefd.
  • Eigen schuld.
    Wat als de klant het zelf zo gewild heeft? Wat is zijn risicobereidheid en deskundigheid?
     

Waar ging het mis?

Het Hof had de klant exact het bedrag toegewezen dat hij verloren had. Dat was uiteraard niet juist in het licht van feit dat de klant het advies had moeten krijgen om deels in obligaties en deels in aandelen te beleggen. Dan zou hij, net als vele andere beleggers in die tijd, verlies hebben geleden en daar was dus ten onrechte geen rekening mee gehouden.
 

Slot

De moraal van het verhaal. Zoals de titel al beloofde: procederen in zaken als deze duurt lang en vergt vastberadenheid en de nodige financiële middelen. Men is zo tien jaar verder. Wie echter het onderste uit de kan wil, lees: beter af wil zijn dan een vergelijkbare klant waar de bank zijn werk wel goed doet, is nog veel langer bezig.
 

1 Hoge Raad 3 februari 2012, NJ 2012/95.


Dit toegezonden materiaal is samengesteld en geleverd door Köster Advocaten (www.kadv.nl/home) en uitsluitend bedoeld ter informatie. Het is niet bedoeld als juridisch of anderszins professioneel advies. De lezer wordt ontraden om van deze informatie gebruik te maken zonder vooraf een juridisch adviseur te raadplegen. Verzending noch ontvangst van enig materiaal zal als advocaat-cliënt relatie tussen zender en ontvanger gezien kunnen worden. Het materiaal mag uitsluitend gelezen en gebruikt worden voor privé gebruik en elk ander gebruik is niet toegestaan.


Ook interessant: