VERJARING: Let op uw zaak!

afbeelding van Jan Koekkoek

De feiten
Na de verkoop van het familiebedrijf werd een gedeelte van de opbrengst belegd. Het ging in 1994 om US dollar 1.445.667. Door zeer speculatieve beleggingen en door het gunstige economische tij groeide het vermogen in 6 jaar tijd tot ongeveer NLG 33 miljoen in 2000.

Maar dan daalt in de periode tussen maart 2000 en april 2001 de waarde van NLG 33 miljoen naar NLG 3 miljoen op 5 april 2001. Dit mede vanwege de ineenstorting van de IE-sector.  Op 10 april 2001 vindt een gesprek plaats met de bank. De bank bevestigt dat gesprek ook bij een brief van 25 mei 2001 en schrijft daarin onder meer:

“U heeft aangegeven dat u op basis van tussentijdse overzichten margin-calls hebt ontvangen en dat u op basis daarvan wellicht beleggingsbeslissingen hebt genomen, die tot additionele verliezen geleid zouden kunnen hebben. (…) We hebben u nimmer geadviseerd uw beleggingsbeleid af te stemmen op de margin-calls. (…)

We hebben vastgesteld dat u onze adviezen om de risicograad van uw portefeuille te reduceren niet ter harte hebt genomen. Deze risicograad heeft naar onze mening bijgedragen aan zowel de aanzienlijke toename alsmede de afname van de omvang van het bij Merrill Lynch Bank Suisse SA aangehouden belegd vermogen. Bovendien achten wij het van belang u nogmaals, en wellicht ten overvloede, te wijzen op het nog steeds aanwezige hoge risico in uw portefeuille.” 1

Op die brief is niet gereageerd, maar op 31 januari 2007 bedroeg de waarde van de portefeuille nog maar € 383.255. Op 28 september 2012 was het zelfs nog maar € 221.366. Bij brieven van 23 en 29 december 2011 werd de bank aansprakelijk gesteld en later volgt een procedure. 
 

De rechtbank
De rechtbank kwam tot het – in feite vrij eenvoudige – oordeel, dat de vorderingen voor een groot deel waren verjaard, omdat de verjaring niet eerder was gestuit dan op 23 / 29 december 2011.

Het relevante wetsartikel is artikel 3:310 BW: “Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgend op die waarop de benadeelde, zowel met een schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon, bekend is geworden.”

Gezien de feiten stond vast, dat al in april 2001 bekend was dat er sprake was van een aanzienlijk verlies en ook wie de eventueel aansprakelijke entiteit zou zijn. Daar kwam nog bij, dat de eiser zelf ook nog aantekeningen in het geding had gebracht van een telefoongesprek van april 2001, waaruit bleek dat hij op dat moment bekend was met de schade en het mogelijk foutief handelen van de bank. En uit het dossier bleek ook nog eens dat de eiser zich al in 2002 tot een advocaat had gewend voor advies vanwege het geleden verlies.

Waarom de eiser al deze kansen heeft laten lopen vertelt het vonnis2 niet. Feit is echter dat een kort advies natuurlijk nooit kwaad kan en een stuitingsbrief is voor de meeste advocaten zo geschreven.
 

1Er komt ook nog het nodige aan de orde over Naked Short Put writing en Short Put Roll-overs maar dat laat ik buiten beschouwing.
2Vindplaats: ELCI:NL:RBAMS:2014:1065


Dit toegezonden materiaal is samengesteld en geleverd door Köster Advocaten (www.kadv.nl/home) en uitsluitend bedoeld ter informatie. Het is niet bedoeld als juridisch of anderszins professioneel advies. De lezer wordt ontraden om van deze informatie gebruik te maken zonder vooraf een juridisch adviseur te raadplegen. Verzending noch ontvangst van enig materiaal zal als advocaat-cliënt relatie tussen zender en ontvanger gezien kunnen worden. Het materiaal mag uitsluitend gelezen en gebruikt worden voor privé gebruik en elk ander gebruik is niet toegestaan.


Ook interessant: