Van abo tot coco

afbeelding van Jaap Penders

De beleggers in obligaties, in het bijzonder Nederlandse en Duitse staatsobligaties, hebben door de daling van de rente ook in het beleggingsjaar 2014 een spectaculair rendement behaald. Met de huidige 10-jaars rente onder 1% lijkt het toekomstige rendement voor deze staatsobligaties en ook voor andere gewone obligaties beperkt. Wat nu?

De zoektocht naar rendement zal ook in het jaar 2015 doorgaan. Zo’n 10 jaar geleden hebben vermogensbeheerders en vermogensadviseurs met name gestructureerde obligaties, die een hoger rendement dan gewone bedrijfs- of staatsobligaties in het vooruitzicht stelden, geadviseerd. In menig beleggingsportefeuille werden de gestructureerde obligaties opgenomen in de vorm van perpetuals1, steepeners en asset backed obligaties (abo’s). De perpetuals werden veelal door financiële instellingen aangeboden, omdat deze obligaties als eigen vermogen konden worden aangemerkt. Thans is een gestructureerde obligatie met soortgelijke kenmerken in opkomst die coco wordt genoemd.2 3
 

Coco

Een coco4 is een voorwaardelijk converteerbare obligatie, die de uitgevende instelling het recht geeft om in geval van overschrijding van een vooraf bepaalde solvabiliteitsdrempel de obligatie af te stempelen5 of tegen een bepaalde conversiekoers om te zetten in aandelen van de uitgevende instelling. Bij conversie wordt de obligatiehouder een aandeelhouder in de uitgevende instelling.

Een coco zal niet in iedere beleggingsportefeuille passend zijn. Het is daarom aan te raden om kennis te nemen van de voorwaarden, kansen en risico’s van het product.6

Ik zal nu een recente uitspraak van de geschillencommissie van het KiFiD over abo’s behandelen.7 Daarin staat de vraag centraal of een advies van de Rabobank tot de koop van abo’s wel past bij het defensieve profiel van de cliënt.
 

De casus

Sinds 2002 heeft de cliënt een adviesrelatie met de Rabobank, waarbij hij een defensief risicoprofiel heeft met als beleggingsdoelstelling het genereren van inkomen. Daarbij heeft de cliënt een neerwaartse risico-acceptatie van 3% per jaar met een beoogd rendement van 7,5% per jaar. Bij dit profiel adviseerde de Rabobank een asset allocatie van 10% aandelen, 45% obligaties en 45% liquiditeiten.

In het jaar 2005 heeft de cliënt op advies van de Rabobank voor nominaal € 110.000 in abo’s belegd. Rabobank was de uitgevende instelling van deze abo’s. In de portefeuille bevonden zich in het jaar 2005 naast de abo’s voor € 600.000 aandelen en beleggingsfondsen. De abo’s maakten op dat moment 15% uit van de totale waarde van de beleggingsportefeuille.

In januari 2007 koopt de cliënt op advies van de Rabobank voor nominaal € 25.000 aan abo’s bij, waarbij de abo’s 25% van de waarde van de beleggingsportefeuille bedroegen. In februari 2009 heeft de cliënt aan de Rabobank aangegeven dat hij ontevreden was over het advies. De cliënt gaf daarbij aan dat hij de aandelen meestal zelf selecteerde en het risico van een waardedaling van aandelen accepteerde. De cliënt klaagde dat de obligaties steeds zijn aangekocht op advies van de Rabobank en dat de obligaties een buffer moesten vormen tegenover de risico’s van aandelen.

In januari 2010 verkoopt de cliënt een groot deel van de abo’s voor nominaal € 87.000, bij een koers van 62,75%. In de procedure bij het KiFiD claimde de belegger bij de Rabobank het verlies van € 32.000.
 

Uitspraak geschillencommissie KiFiD

De cliënt stelt dat abo’s risicovolle producten zijn die, gelet op zijn beleggingsdoelstelling en risicobereidheid, niet passend waren en dat de Rabobank niet had mogen adviseren om voor een aanzienlijk bedrag abo’s te kopen.
 

Verantwoordelijkheid bij adviesrelatie

De geschillencommissie overweegt dat in een adviesrelatie de belegger zelf verantwoordelijk is voor zijn beslissingen en de gevolgen daarvan. Dit is anders indien vast komt te staan dat de adviseur niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur betaamt.

De cliënt klaagt dat hij onvoldoende is geïnformeerd over de risico’s van de abo’s. De cliënt zou wel de brochure over de abo’s hebben ontvangen. Hij stelt echter dat hij bij zijn beslissing tot aankoop alleen is afgegaan op de door de adviseur mondeling verstrekte informatie. De adviseur zou hebben gezegd dat op de abo’s hoogstens een verlies van 10% kon worden geleden. De geschillencommissie oordeelt dat de kwaliteit van de schriftelijke voorlichting achterwege kan blijven, omdat de belegger daarvan geen kennis heeft genomen. Voorts acht de geschillencommissie de mondelinge toezegging van de adviseur niet bewezen.
 

Belegging abo's passend

Vervolgens beoordeelt de geschillencommissie of de belegging in abo’s passend is. De geschillencommissie oordeelt dat niet is gebleken dat het vastgestelde risicoprofiel te risicovol is geweest.8 Zij stelt dat een defensief profiel gold, maar dat de cliënt geen bezwaar had tegen beleggen in aandelen en dat hij het risico van een waardedaling van de aandelen incalculeerde. Vervolgens oordeelt de geschillencommissie dat abo’s bij een defensief profiel in beperkte mate geadviseerd mogen worden en dat de portefeuille breed gespreid was. De geschillencommissie concludeert daaruit dat niet aannemelijk is geworden dat de portefeuille door de aankoop van de abo’s als geheel te offensief is ingericht. Daarmee is volgens de geschillencommissie niet vast komen te staan dat het advies niet gegeven had mogen worden. De geschillencommissie wijst de klacht dan ook af.
 

Is de beslissing van de geschillencommissie wel juist?

Een volledig inzicht van alle feiten en omstandigheden is noodzakelijk voor de beoordeling van deze uitspraak. Desalniettemin is op de beslissing van de geschillencommissie wel wat af te dingen.

Het algemene oordeel over de verantwoordelijkheid van de belegger in adviesrelaties en het oordeel van de commissie dat abo’s passend kunnen zijn bij een defensief profiel acht ik op zichzelf juist.

Mijns inziens komt het advies tot de aankoop van abo’s niet overeen met het defensieve profiel en de in 2002 geadviseerde asset allocatie. Het advies tot de koop van abo’s heeft tot gevolg gehad dat de onevenwichtigheid tussen het defensieve profiel en de invulling van de portefeuille (met hoofdzakelijk zakelijke waarden) verder is toegenomen. De conclusie dat niet aannemelijk is geworden dat de portefeuille door de aankoop van de abo’s als geheel te offensief is ingericht komt mij dan ook als onbegrijpelijk voor. Eerder oordeelde de rechtbank Rotterdam in een andere zaak dat de Rabobank haar zorg- en waarschuwingsplicht had geschonden door abo’s te adviseren. Ook daar had de cliënt een defensief profiel en had de Rabobank een zelfde asset allocatie geadviseerd.

Voorts heeft de geschillencommissie niet met zoveel woorden geoordeeld dat de Rabobank voldoende zou hebben gewaarschuwd voor de risico’s van de abo’s. Zij heeft de schriftelijke informatie niet in haar beoordeling betrokken en de waarschuwing voor de risico’s lijkt niet uit de mondelinge mededelingen te volgen. Al met al voldoende reden voor de cliënt om advies in te winnen bij een gespecialiseerde advocaat en hoger beroep te overwegen. 

Heeft u vragen of opmerkingen over dit artikel? Neemt u dan contact op met Mr. Jaap Penders.

 

1 Op pagina 38 van mijn E-book beleggen, zorgplicht en aansprakelijkheid kun je lezen wat een perpetual is.
2  fd.nl/beurs/nieuws/891918/nederlandse-banken-hebben-de-coco-hype-gemist-door-financien. Onlangs heeft de eerste kamer ingestemd met de fiscale aftrek van rentebetalingen op coco’s: zie fd.nl/ondernemen/1033769/banken-kunnen-coco-s-uitgeven-dankzij-fiat-eerste-kamer.
3  www.fondsnieuws.nl/nieuws/bufferobligaties-banken-gewild-bij-beleggers.
4 De afkorting coco staat voor contingent convertible bond.
5 Bij afstempeling heeft de belegger geen of slechts gedeeltelijk recht op terugbetaling van de nominale waarde van de obligatie.
6 Een coco is niet zonder risico’s. De Deense consumentenbond pleit voor een verbod op verkoop van coco’s aan particulieren: zie fd.nl/beurs/898303/deense-consumentenbond-wil-verbod-coco?
7 GC KiFiD 13 november 2014, 2014/409.
8 Het lijkt mijns inziens niet de vraag of het vastgestelde defensieve risicoprofiel te risicovol is, maar of de invulling van de portefeuille conform het defensieve profiel is.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: