Twee derde zit niet goed

afbeelding van Jeroen Brenninkmeijer

Eind februari verscheen er een onderzoek van de AFM naar de kwaliteit van de beleggingsdienstverlening. De conclusie was nieuwswaardig; slechts 1/3 deel van de onderzochte dossiers voldeed aan de kwalitatieve normen die de AFM stelt aan een goede beleggingsdienstverlening (advies of vermogensbeheer).

De vraag is, wat je als belegger moet met deze conclusie? Is een ondermaatse partij volgens de normen van de AFM ook een underperformer als we naar het beleggingsresultaat kijken? Of zijn de klanten ook in grote mate ontevreden?

Zeker is dat de klant niets is gevraagd in het onderzoek van de AFM. De AFM heeft zich in het onderzoek gericht op drie kwalitatieve normen:

  1. in hoeverre de beleggingsonderneming en banken relevante cliëntgegevens inventariseren
  2. deze vertalen in concrete beleggingsoplossingen
  3. en deze vervolgens monitoren

Kortom, ze hebben de processen onderzocht. Gekeken naar de manier waarop beleggingsbeslissingen worden genomen en onderbouwd. Hoe goed de klant in beeld is en hoe actueel de gegevens zijn. En in hoeverre ze in de praktijk brengen in overeenstemming is met wat ze op papier zeggen te doen. Dit laatste is misschien wel het meest relevante; hoeveel risico neemt men in de portefeuille daadwerkelijk en is dat in lijn met het risico dat de klant wil en mag lopen?

Toch even terug naar de conclusie van de AFM, slechts 1 op de 3 dossiers voldoet aan de norm. Voelt u zich nu nog zeker van uw zaak? Gaat u nu naar uw adviseur of beheerder en vragen of hun processen kloppen?

Mijn ervaring is dat de meeste klanten vooral kijken naar het rendement onder aan de streep, of de contacten vertrouwenwekkend zijn en of de signalen die de klant geeft worden opgepikt.

Een onderzoek naar deze criteria hoef je van een toezichthouder niet te verwachten en dat is ook niet de taak van de AFM. Maar de dienstverlener zit wel tussen deze twee “vuren” en worstelt om beide partijen tevreden te houden.

Zo ontstaat er vaak ruis op de lijn, vooral richting de klant, die zich steeds minder herkent in de vertaling van zijn behoeftes in de aangeboden diensten. Met als gevolg dat meer en meer beleggers op drift raken. Zelf aan de slag gaan en op internet zoeken naar advies. Hoe hard de gevestigde partijen ook roepen dat dit onverstandig is. Het enige dat werkt is de klanten weer het gevoel geven dat ze niet onderdeel zijn van een proces, maar belangrijk. Niet in woorden, maar in daden. Met gerichte antwoorden op vragen. De oplossing komt daarna pas aan de orde.


Jeroen Brenninkmeijer is partner en vermogensbegeleider bij MJR Advies (www.mjradvies.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. Deze column is bedoeld als achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op de financiële markten en de regelgeving. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en is geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. MJR Advies houdt zich niet bezig met het aanbevelen van beleggingen of beleggingsproducten en heeft bedrijfsmatig geen beleggingsposities. Eventueel vermelde financiële instrumenten dienen puur als voorbeeld en zijn nooit bedoeld als aanbeveling. Raadpleeg meer bronnen en neem zelf uw beslissingen. MJR Advies is niet vergunningplichtig en biedt onafhankelijke financiële ontzorging voor ondernemers en vrije beroepsbeoefenaren.


Ook interessant: