Turbulentie in de obligatiemarkt

afbeelding van Jeroen Brenninkmeijer

Het stond in de sterren geschreven en natuurlijk op BeursEffecten. Het was een kwestie van tijd voordat de zelfgenoegzaamheid van bepaalde beleggers zou worden afgestraft. Het artikel “Pas op voor vallende CoCo's” schreef ik omdat ik was geschrokken hoe professionele beleggers over bepaalde risico’s dachten.
 

Blinde vlek

Van tijd tot tijd ontstaat er onder professionals een blinde vlek voor bepaalde risico’s. Dat komt als markten lange tijd een bepaald risico lijken te negeren. De eerste keer zag ik dit gebeuren eind jaren negentig. Toen had de zogenaamde TMT sector een soort vrijbrief voor absurde waarderingen. Cisco noteerde met een koerswinstverhouding van 80, sommige bedrijven waren structureel verlieslatend, maar wel miljarden waard. De herwaardering van die aandelen noemen we nu de internetbubbel, en daar gingen heel wat particuliere beleggers het schip in. Denk nog maar eens terug aan het Ohra ICT fonds of het ING ICT fonds, de grafieken zijn spectaculairder dan de attracties in de Efteling.
 

Het duurt altijd langer dan verwacht

Terug naar het heden, waar we al jaren te maken hebben met extreem lage rentes. De zorgen hierover hoorde ik al voor de financiële crisis van 2008-2009, maar we lijken nu pas in 2016 voorzichtig uit te bodemen. Toch begonnen de rentes al eerder te stijgen. Eerst knalde de staatsobligaties van de opkomende landen in koers omlaag. Het effect werd veroorzaakt en nog eens versterkt door de sterke valutadaling van diezelfde landen. De valutadaling was het resultaat van de lage grondstofprijzen en met name de lage olieprijs, die vaak de motor is voor deze landen.

Maar het onzichtbare effect was dat de grote instituten uit vooral de VS gingen voorsorteren op een rentestijging in hun eigen land. Geld vrijmaken uit risicovollere gebieden om straks in Amerikaans staatspapier te kunnen beleggen. De opkomende landen zijn vaak het voorportaal van roerige tijden op de beurzen. Het geld vertrekt altijd als eerste daar. Follow the money!

Maar medio 2015 ging ook de renteopslag op high yield obligaties al flink omhoog. Natuurlijk vooral van de energiebedrijven die steeds minder verdienden door de lage olie en gasprijzen. Maar ook bedrijfsobligaties, en vooral die van financiële instellingen, zakten in koers door de hogere risico-opslag. Alleen de staatsobligaties blijven maar stijgen in koers, door de nog steeds dalende kapitaalmarktrente. In Japan is de rente negatief en ook in Duitsland moet je betalen om 5 jaar je geld aan de Duitse overheid uit te lenen.
 

Check je tracker!

Beleggers die voor hun obligatiebeleggingen in trackers of fondsen zitten, weten vaak niet in welke staten of bedrijven ze precies zijn belegd. Feit is dat het grootste deel van de bedrijfsobligaties is uitgegeven door financiële instellingen. Whoops.

En we werden gerustgesteld door mensen die zeiden dat de balansen van banken nog nooit zo sterk waren? Klopt ook, maar dat zegt niks over het risico van deze instellingen. De vorige crisis kende twee belangrijke haperingen in het financiële stelsel. De eerste was de interbancaire geldmarkt waarin banken overtollig geld bij elkaar stalden. In 2008 klapte het vertrouwen in een keer in elkaar waardoor geen enkele bank meer geld bij een andere bank wilde stallen tegen een kleine rentevergoeding (het zogenaamde EONIA tarief, ofwel het eendaags interbancaire rentetarief voor de eurozone). Nu stalt vrijwel elke bank alleen nog maar geld bij de centrale banken (tegen een negatieve rente!). Dit probleem is er nu dus niet.

Maar het andere probleem is er nog steeds, de banken hebben vele malen meer uitstaan aan zogenaamde Credit Default Swaps dan hun eigen balanstotaal. En dat was ook zo tijdens de vorige crisis. Bij elke twijfel van kredietwaardigheid zie je de koersen van deze CDS oplopen. Het is dus een handige risicometer. Maar als er straks een groot bedrijf omvalt, zal nog maar moeten blijken waar het risico precies ligt. Precies, bij de grote banken. En zo blijft het een instabiel systeem dat nerveus wordt als de trend lijkt te draaien. Dan duikt iedereen op de verkoopknop en is het als een griepvirus dat rondwaart.

Dus zitten de comfortabele CoCo beleggers van 2015 nu ineens tegen 20% lagere koersen aan te kijken. En nu? Riemen vast en zorgen dat je niet alle eieren in het verkeerde mandje hebt liggen.

De zoektocht naar rendement gaat nog veel slachtoffers opleveren de komende tijd, maar de verstandige lange termijn belegger zou dergelijke turbulentie ook nu moeten kunnen overleven. Check ondertussen wel in welke sectoren en instrumenten je bent belegd als je in trackers of beleggingsfondsen zit. Er is van elk fonds een “factsheet” te vinden op het internet en anders kan de broker, bank of beheerder deze zeker voor je vinden.


Jeroen Brenninkmeijer is partner en vermogensbegeleider bij MJR Advies (www.mjradvies.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. Deze column is bedoeld als achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op de financiële markten en de regelgeving. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en is geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. MJR Advies houdt zich niet bezig met het aanbevelen van beleggingen of beleggingsproducten en heeft bedrijfsmatig geen beleggingsposities. Eventueel vermelde financiële instrumenten dienen puur als voorbeeld en zijn nooit bedoeld als aanbeveling. Raadpleeg meer bronnen en neem zelf uw beslissingen. MJR Advies is niet vergunningplichtig en biedt onafhankelijke financiële ontzorging voor ondernemers en vrije beroepsbeoefenaren.


Ook interessant: