Thijs van der Kevie versus Luc Aben

Luc AbenThijs van der Kevie

 

Thijs van der Kevie (Staalbankiers) interviewt Luc Aben (Van Lanschot)

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

Ik weet niet of het een vak is. Tenminste, niet in de enge betekenis van het woord. Voor mij klinkt ‘vak’ heel technisch. Mechanisch. Als een aan te leren ‘kunstje’ dat altijd een 100% voorspelbaar resultaat oplevert. Zo is het niet met beleggen. Beleggen gaat over het nastreven van rendement in een toekomst die per definitie onzeker is. Naast rendement is beheersing van risico’s dus minstens zo belangrijk. Als één aspect van beleggen dan toch een vak moet zijn, dan is het juist dat streven naar gezond evenwicht tussen rendement en risico.

Bij dat streven, moet je beseffen dat alles met alles samenhangt. Voor je het weet beïnvloedt het weer in Zuid-Amerika de rentestand in Europa. Om maar iets te noemen. Beleggen betekent dus graven. Zo diep mogelijk. Om verbanden bloot te leggen. Beleggers zijn de onderzoeksjournalisten van de financiële wereld. Als je van nature nieuwsgierig bent, is het bijgevolg een droommaterie.

Ondertussen mag ik de wereld al 24 jaar vanuit een professionele beleggersbril bekijken. Waarbij ik het geluk heb gehad van verschillende invalshoeken te mogen proeven. Van aandelenanalist van individuele ondernemingen, over portefeuillemanager, tot de grote strategische lijnen van het beleggingsbeleid en het macro-economische. Die verschillende ervaringen helpen mij in wat ik daarnet aanhaalde: alles hangt met alles samen.
 

2. Wat vind je van de huidige waarderingen op de financiële markten?

Moeilijke vraag. Westerse aandelen zijn best fors geprijsd tegenover de economische groei en bedrijfswinsten. Maar in vergelijking met de aanhoudend lage rente blijft het tóch lonend om te beleggen. De laatste weken trekt de economische groei bovendien aan. Bovendien ruik je, voel je, proef je dat wereldwijd de politieke agenda meer richting groei stimulerende maatregelen begint te draaien. Als men erin slaagt om dat goed te ‘managen’, dan zouden beurzen de komende maanden best nog wel eens kunnen verrassen. Europese bedrijfswinsten kunnen bovendien profiteren van de lagere euro. Die stimuleert de uitvoer.
 

3. Welk boek/artikel/persoon heeft jouw kijk op het beleggen het meest beïnvloed?

Dani Rodrik’s “One economics, many recipes’. Veel economen van mijn generatie zijn opgeleid met de zogenaamde Washington-consensus. Een lijstje algemene voorwaarden en maatregelen waaraan een economie zou moeten voldoen om succesvol te zijn. Ongeacht de cultuur, geschiedenis of specifieke kenmerken van een land. Zo werkt het echter niet. Economie is mensenwerk. Dus maatwerk. Algemene principes dienen te worden aangepast aan een concrete situatie. Met het nodige pragmatisme en gezond verstand. Hetzelfde geldt voor beleggen. Dat gebeurt immers binnen de context van een economie. En voor een specifieke persoonlijke situatie.
 

4. Welke beleggingscategorie zou meer aandacht moeten krijgen van particuliere beleggers?

Mag ik de vraag omdraaien: welke categorie zou best wat minder aandacht mogen krijgen? Wel, rechtstreeks vastgoed. Twee belangrijke randvoorwaarden om succesvol te beleggen zijn immers spreiding en liquiditeit. Niet alle eieren in één mand en eieren kiezen die snel verhandelbaar zijn aan een transparante prijs. Beleggers in direct vastgoed zondigen hier vaak tegen. Per saldo is hun (geografische) spreiding vaak minimaal. En het vastgoed, indien gewenst of noodzakelijk, snel te gelde maken is ook vaak moeilijk. Zeker in perioden dat de markt tegenzit.

Zelf beleg ik ook veel in vastgoed. Maar via liquide, gespreide fondsen. Die vastgoedbeleggingen staan dan naast een hele reeks andere liquide beleggingen. In een geografisch, sectorieel en qua instrumenten breed gespreide portefeuille. Voor de toegevoegde waarde op de iets langere termijn van dergelijke portefeuilles zou best wat meer brede aandacht mogen zijn. Zowel bij individuele beleggers als in de media bijvoorbeeld. Die heeft het vaak enkel over beleggen bij ‘spectaculaire’ koerscorrecties. Zodat er een fout beeld ontstaat. Alsof de beurs hetzelfde zou zijn als een casino. Ik kan me daar boos in maken.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Bij het lopen van een marathon komt het erop aan om te doseren. Soms het tempo wat opvoeren. Wat meer risico nemen. Andere momenten weer rustig aan doen en de kat uit de boom kijken. Zo haal je de finish. In tegenstelling tot een sprinter. Die de lange weg probeert af te leggen aan een aanhoudend verschroeiend tempo. Maar vervolgens al snel uitgeput neervalt.

Beleggen is een marathon. Het zorgvuldig afwegen van de momenten waarop er net iets meer risico kan worden genomen, en vice versa, is op de langere termijn dé bepalende factor voor het behaalde rendement. Met andere woorden: kies voor een bepaalde verdeling van de portefeuille over verschillende instrumenten en ga hier actief mee om. Pas de portefeuille aan als economische of marktomstandigheden veranderen. Want beleggen is wel degelijk een werkwoord.
 

Volgende interview:
Vorige interview: Maurice Eeken versus Thijs van der Kevie