Smart bèta

afbeelding van Erik Aalbers

Al eerder schreef ik over smart bèta1. Bij deze beleggingsstrategie wordt niet in een kapitaal gewogen index (de bèta van de markt) belegd, maar in een zogenaamde smart (slimme) index. In deze column ga ik wat dieper in op de toegevoegde waarde van smart bèta en probeer u wegwijs te maken in de verschillende terminologieën.
 

Factoren bij smart bèta index

Bij een smart bèta index wordt gekeken naar andere ‘factoren’ die van invloed zijn op de koers van een aandeel, zoals waarde, gelijke weging, momentum, kwaliteit en lage volatiliteit. Er zijn overigens nog vele factoren meer te bedenken, maar de hier genoemde zijn wel de belangrijkste die in de literatuur genoemd worden. Door te beleggen in 1 of meerdere factoren, kan een beter rendement behaald worden, omdat daarmee geprofiteerd wordt van inefficiënties in financiële markten of geprofiteerd wordt van risicopremies die voor bepaalde factoren bestaan.
 

Capital Asset Pricing Model (CAPM)

In een verleden ging men ervan uit dat er 1 factor is, de markt bèta, die verwoord werd in het Capital Asset Pricing Model (CAPM). Inmiddels zijn er dus meerdere factoren die rendement beïnvloeden. Dat deze factoren bestaan, heeft deels te maken met het gedrag van beleggers. Zo speelt het momentum effect bij uitstek in op het kuddegedrag van beleggers en speelt de factor waarde met name in op de voorkeur van beleggers voor ‘goedkope’ bedrijven. Daarbij geeft bijvoorbeeld een kapitaal gewogen index per definitie meer waarde aan grote bedrijven. En dat zijn niet altijd de betere bedrijven.
 

Toegevoegde waarde volgens Jason Hsu

Recent sprak Jason Hsu, een van de grondleggers van smart bèta, in Nederland. In zijn lezing toonde hij iets zeer opmerkelijks aan. Voor een aantal factoren had hij berekend of er toegevoegde waarde geleverd wordt in de vorm van extra rendement ten opzichte van een index. Dit blijkt voor alle factoren die hij had onderzocht zo te zijn: de rendement/risico verhouding is beter en de Sharpe ratio hoger. Het loont dus volgens Hsu om een ‘actieve’ keuze te maken naar een factor of stijl. Vervolgens komt hij tot een nog opmerkelijkere bevinding: wanneer bij alle factoren de inverse wordt gekozen, dus bijvoorbeeld hoge volatiliteit, hoge variantie of slechte kwaliteit, wordt ook een betere risico/rendementsverhouding bereikt. Dus ook ‘stupid’ bèta presteert beter dan een kapitaal gewogen index. Concluderend kan dus gesteld worden dat elke vorm van actief afwijken van een kapitaal gewogen index tot een betere prestatie leidt.
 

Even relativeren...

Nu zullen er weinig beleggers zijn die een bewuste keuze maken voor kwalitatief slechte bedrijven, maar de keuze voor een hoge volatiliteit is nog wel te verdedigen. De keuze voor een belegging in een marktgewogen index daarentegen, bijvoorbeeld middels een ETF, wordt hiermee steeds moeilijker te verdedigen. Dit betekent dat het maken van een actieve keuze bij het bepalen van de beleggingsstrategie loont. Actief in de zin van een bewuste keuze maken of je wel of niet markt gewogen wilt beleggen.
 

Obligaties en factorbeleggen

Naast factorbeleggen voor aandelen, krijgt inmiddels ook het kijken naar factoren voor obligatiebeleggingen meer aandacht. Met name de marktgewogen index voor obligaties, waarbij landen met grotere schulden een grotere weging krijgen, komt vreemd over.
 

In welke factoren beleggen?

Ervan uitgaande dat beleggen in een kapitaal gewogen index niet optimaal is, resteert de vervolgvraag: in welke (combinatie van) factoren moet ik dan beleggen? En moet ik dit dan via een ETF doen of via een actief gemanagede strategie?

Die vraag is veel moeilijker te beantwoorden. Dit heeft namelijk te maken met je beleggingsfilosofie, de mate waarin je smart bèta in je portefeuille wilt opnemen, de mate van overtuiging die je hebt dat smart bèta iets toevoegt in je portefeuille, etc.

Volgens Hsu kun je sommige factoren het beste via een ETF spelen, waarbij hij met name low bèta en value noemt, en andere factoren via een actieve strategie. Hierbij doelt hij met name op momentum en illiquiditeit.

Maar de uiteindelijke conclusie moet toch zijn dat beleggen in factoren waarde toevoegt aan je portefeuille in vergelijking tot beleggen in een ‘domme’ kapitaalgewogen index. Of we het nu smart bèta, stijlbeleggen, factorbeleggen, fundamental indexing, best styles of zelfs stupid bèta noemen.

1Zie: Van passief naar factorbeleggen


Drs Erik Aalbers RBA is als Senior Vermogensbeheerder verbonden aan “Andreas Capital” (www.andreas-capital.com) en is eigenaar van “Aalbers Financial Services”. Deze op persoonlijke titel geschreven column dient uitsluitend als achtergrondinformatie en is nadrukkelijk niet bedoeld als beleggingsadvies. Tevens is deze column geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. U neemt te allen tijde zelf uw beslissingen en bent daar alleen zelf verantwoordelijk voor.


Ook interessant: