Scheefgroei van een portefeuille

afbeelding van Jan Koekkoek

Wat moet een beleggingsadviseur doen als hij scheefgroei van een portefeuille constateert (ten opzichte van het beleggingsprofiel)? Een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam geeft daarover meer duidelijkheid. Wat was het geval?
 

Een veel voorkomende manier van advisering

Een tweetal apothekers belegde via de ABN AMRO Bank op basis van een adviesrelatie. Er werd een overeenkomst van effectendienstverlening gesloten in 2002. Tot medio 2008 werden zij geadviseerd door twee beleggingsadviseurs van de afdeling Preferred Banking, oorspronkelijk met een zeer defensief profiel.

Zij ontvingen ieder kwartaal een analyse van de beleggingsportefeuille, met daarin ook de procentuele afwijking ten opzichte van de aanbevolen verdeling bij het gekozen portefeuillemodel. Vanaf 2004 kreeg men daarbij als nieuwe service van ABN AMRO een brief, waarin stond hoe men de beleggingsportefeuille weer kon laten aansluiten bij het gekozen portefeuillemodel. Zoals zo vaak gebeurt, was het commentaar van de klanten: `Je wordt ook overladen met papier, verder keek ik er niet naar omdat ik op het advies voer!’. Toen het verlies te hoog opliep, werd de bank aansprakelijk gesteld.

De eerste vraag was uiteraard hoe de portefeuille tot stand was gekomen. De apothekers gaven aan dat ze steeds de adviezen van de bank hadden opgevolgd en dat zij nooit op eigen initiatief beleggingen aan de portefeuille hadden toegevoegd. ABN AMRO ontkende dat, maar kon niet aantonen dat het anders lag. Daarom ging de rechtbank ervan uit dat de samenstelling van de portefeuilles in ieder geval grotendeels tot stand gekomen was op advies van de bank.
 

Was er voldoende gewaarschuwd?

Het verweer van de bank lag voor de hand: de apothekers waren gezien de kwartaaloverzichten en de brieven voldoende gewaarschuwd (dat er sprake was van een scheve verhouding en dat zij overwogen waren in aandelen). Maar de rechtbank dacht daar anders over want:

  1. Het ging om standaardbrieven, die automatisch door de computersystemen van de bank waren gegenereerd en aan alle klanten waren verzonden;
  2. In de brieven stond dat men geen contact met de bank hoefde op te nemen, als de afwijkingen voortkwamen uit afspraken met de adviseur;
  3. De gesignaleerde scheefgroei was voor de bank nooit aanleiding geweest om de risicoprofielen van de portefeuilles aan te passen.

Met andere woorden, er was dus geen sprake van een voldoende indringende waarschuwing. De rechtbank sluit dan verder aan bij de inmiddels vrij standaard rechtspraak, dat de bank zich ervan had moeten vergewissen, dat haar waarschuwing duidelijk genoeg was overgekomen en dat de belegger de aan de overweging verbonden risico’s kon overzien. De bank kon niet aantonen, dat er ooit een persoonlijk gesprek was geweest waarin men gewaarschuwd had of de scheefgroei op een andere manier onder de aandacht was gebracht.
 

Deels eigen schuld

Vermeldenswaard is nog dat de rechtbank wél van oordeel was, dat een deel van de schade op grond van eigen schuld voor rekening van de apothekers moest blijven. Gezien de beleggingsadviesrelatie waren ze zelf verantwoordelijk voor hun beleggingsbeslissingen. Ook van hen had dus een meer actieve houding mogen worden verwacht, zoals het openmaken van de post en het bijhouden van de samenstelling en het verloop van de portefeuilles! Stilzitten is dus geen optie!


Dit toegezonden materiaal is samengesteld en geleverd door Köster Advocaten (www.kadv.nl/home) en uitsluitend bedoeld ter informatie. Het is niet bedoeld als juridisch of anderszins professioneel advies. De lezer wordt ontraden om van deze informatie gebruik te maken zonder vooraf een juridisch adviseur te raadplegen. Verzending noch ontvangst van enig materiaal zal als advocaat-cliënt relatie tussen zender en ontvanger gezien kunnen worden. Het materiaal mag uitsluitend gelezen en gebruikt worden voor privé gebruik en elk ander gebruik is niet toegestaan.


Ook interessant: