Risico inventariseren: best moeilijk

afbeelding van Erik Aalbers

Iedereen die ooit begonnen is met beleggen, heeft de vraag gehad: “Hoeveel risico wilt u lopen met uw beleggingen?”. Of “Slaapt u nog goed als uw portefeuille met 10% is gedaald?”. Deze vragen worden gesteld om een inschatting te maken van hoeveel risico een belegger met zijn vermogen wil lopen. Het is een van de belangrijkste onderdelen om een portefeuille te kunnen invullen.

Maar het bepalen van dat risico is meteen ook erg lastig. Het risico dat een belegger kan lopen is nog wel redelijk te kwantificeren door de beleggingshorizon, het beleggingsdoel en de financiële positie van de belegger. Maar het bepalen van het risico dat een belegger wil lopen, is van heel andere orde. We noemen dit wel de risicobereidheid: hoeveel risico is een belegger bereid te lopen, wat is acceptabel, waar voelt hij of zij zich prettig bij? Dit zijn subjectieve begrippen, die niet eenvoudig in een kader of hokje te gieten zijn.

Gisteren was er een door de commissie Behavioral Economics van de Vereniging van Beleggingsanalisten (VBA) georganiseerde bijeenkomst over het bepalen van de risicobereidheid. De toezichthouder, AFM, heeft onderzoek gedaan naar hoe dit onder Nederlandse banken en vermogensbeheerders gedaan wordt en kwam tot de conclusie dat er nog aardig wat te verbeteren is. Er blijkt nauwelijks sprake te zijn van uniformiteit, en veelal wordt het risico en niet de risicobereidheid geïnventariseerd.

Tijdens de bijeenkomst sprak ook Willem Landman, docent onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam. Zijn betoog ging met name over de risicohouding en risicoperceptie van mensen en beleggers door de tijd heen. Een paar voorbeelden:

  • Gevraagd naar het verband tussen risico en rendement zegt 64% van de ondervraagde beleggers dat indien bij een beleggingsproduct een hoog risico wordt aangegeven, dit betekent dat er een hoog rendement zal worden behaald.
  • Mannen zijn over het algemeen bereid meer risico te nemen dan vrouwen (meer zelfvertrouwen), terwijl uit onderzoek (DNB) blijkt dat vrouwen weliswaar minder weten, maar het wel beter doen.
  • Risico is niet zomaar te meten, het staat niet los van culturele opvattingen en ons denken.
  • Beleggers leiden structureel aan zelfoverschatting, hebben een home bias en - de meest opvallende conclusie - er is geen sprake van een leereffect (ook wel cognitieve dissonantie genoemd). Beleggers leren dus nauwelijks van gemaakte fouten.

Zijn conclusie is dat risicobereidheid niet of nauwelijks objectief te meten is. Deze is namelijk met name afhankelijk van het financiële nieuws, de ontwikkeling van de economie en van financiële markten. Daarbij is algemeen bekend dat beleggers meer risico willen lopen als financiële markten een positieve trend laten zien. Risicobereidheid lijkt dus niet statisch, maar vooral dynamisch te zijn.
 

Kwantificeerbaar risico

Bij de inventarisatie onder beleggers wordt vooral stil gestaan bij het kwantificeerbare risico en veel te weinig bij de perceptie. Daarbij speelt ook dat bij partijen verschillende vragen worden gesteld (zowel qua inhoud maar ook qua aantallen), zodat er ook nog eens verschillende uitkomsten kunnen ontstaan die inconsistent zijn. Opvallend is ook dat veel partijen gebruik maken van meerkeuzevragen, met extreme mogelijke uitkomsten. Beleggers wordt hierbij ‘gedwongen’ een keuze te maken, die ze wellicht helemaal niet zouden maken wanneer een vraag als open vraag gesteld wordt. Daarbij is het ook nog eens van groot belang op welke wijze de vraag wordt gesteld. Dit kan voor een deel het antwoord bepalen.
 

Maar hoe kunnen we de risicobereidheid dan beter inventariseren?

Om alle bovenstaande problemen te voorkomen zou er om te beginnen gewerkt moeten worden met een uniforme vragenlijst. Deze lijst zou het objectieve risico en het subjectieve risico moeten meten. Daarbij dient dit risico periodiek geactualiseerd te worden. Risico is immers geen statische momentopname, maar een dynamisch proces, afhankelijk van mens en omgeving. En zal dus steeds opnieuw getoetst moeten worden.

Maar hoe moeten we dit doen? Dat was de open vraag van de bijeenkomst van gisteren, waar zeker nog een vervolg aan gegeven zal worden.


Drs Erik Aalbers RBA is als Senior Vermogensbeheerder verbonden aan “Andreas Capital” (www.andreas-capital.com) en is eigenaar van “Aalbers Financial Services”. Deze op persoonlijke titel geschreven column dient uitsluitend als achtergrondinformatie en is nadrukkelijk niet bedoeld als beleggingsadvies. Tevens is deze column geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. U neemt te allen tijde zelf uw beslissingen en bent daar alleen zelf verantwoordelijk voor.


Ook interessant: