Rijk worden of hard blijven werken?

afbeelding van Arent Thijsen

In april van dit jaar publiceerde de Volkskrant een artikel over de vermogensverdeling in ons land. Gebaseerd op de data van het CBS blijkt dat de rijkste 1% van onze landgenoten bijna een kwart van het totale Nederlandse vermogen bezit. De kredietcrisis in 2008 heeft deze groep goed gedaan, hun aandeel in het totale vermogen is opgelopen van net iets meer dan 21% naar de huidige 23,4%. Volgens Van Lanschot zijn de verhoudingen nog wat extremer, hun onderzoek leverde op dat de rijkste 1,3% meer dan 40% van het Nederlandse vermogen in bezit heeft. Interessant is dan ook de vraag: Wat is het verschil tussen deze 1% en de resterende 99% van Nederland? Anders gezegd, hoe gaat u bij de 1% horen?
 

Geschiedenis van vermogensverhoudingen

Om te beoordelen of de huidige verhoudingen extreem zijn dienen we eerst naar de historie te kijken. Socioloog Nico Wilderink heeft hierover in 1984 reeds een boek uitgebracht, “Vermogensverhoudingen in Nederland”. Hieruit blijkt dat aan het begin van de vorige eeuw de rijkst 1% ruim 50% bezat. De wereldoorlogen zetten voor de rijkste 1% een dalende trend in het bezitspercentage in. Deze dalende trend werd voortgezet in de opbouwjaren na de tweede wereldoorlog. Pas in 1980 lijkt de bodem te worden gezet op 24%. Wanneer Van Lanschot het bij het juiste eind heeft dan lijkt het erop dat we weer op de weg terug zijn naar de verhoudingen zoals we die ook voor de 1e wereldoorlog zagen.
 

Wat maakt het verschil?

In de jaren na de tweede wereldoorlog was Nederland in opbouw. De na-oorlogse generatie was ondernemend. Het opbouwen van Nederland ging gepaard met ondernemerschap en veel investeringen in vastgoed. Andere factoren die juist de rijkeren troffen waren de dekolonisatie, nivellering en hogere belastingen. De combinatie van deze factoren heeft ervoor zorg gedragen dat na de tweede wereldoorlog het aanwezige vermogen in Nederland meer egaal verdeeld werd. Hieruit leren we al een eerste belangrijke les. Risico nemen loont!

Helder is ook dat de rijkste 1% zijn vermogen niet met arbeid bijeen weet te vergaren. Arbeid is voor vermogensvorming van beperkte toegevoegde waarde. Zeker in Nederland, waarbij de belastingdruk voor de hogere inkomens kan oplopen tot boven de 80% (55% inkomstenbelasting + 14% werkgeverslasten + 15% crisisbelasting over het inkomen boven de € 150.000). Nog een belangrijk verschil tussen loondienst en ondernemerschap is een simpel feit, een onderneming kan je verkopen maar je baan niet. Een belangrijk verschil in de opbouw van vermogen.

Total real return indexesIn de grafiek hiernaast zien we eveneens dat risico nemen loont. In deze grafiek is het rendement van verschillende beleggingsmogelijkheden sinds 1802 tegenover elkaar uitgezet. Aandelen (stocks), Staatsobligaties (bonds), Deposito’s (bills), Goud (gold) en gewoon contant aanhouden in de US Dollar (dollar). De waarde ontwikkeling is gecorrigeerd voor inflatie.

Over deze zeer lange periode zien we dat de verschillen immens zijn. Het contant aanhouden van kapitaal is ronduit desastreus. Met name de periode na 1913, de oprichting van de Federal Reserve. Een centrale bank die het recht heeft om geld te creëren, te printen, in particulier handen. Een instelling die onder haar bewind de koopkracht van de US dollar met 50% heeft weten te laten dalen. Opvallend is dat sinds deze tijd Goud voor het eerst wat waarde heeft weten te winnen.

Met obligaties en deposito’s is weliswaar de inflatie verslagen en was er ook sprake van vermogensgroei. Heel spectaculair is het niet. Zeker niet in de categorie die u nodig heeft om tot de 1% te gaan behoren. Op dit moment is sparen en depositobeleggen zeker niet aantrekkelijk. Bij de huidige spaarrentes van omstreeks de 1,5% ziet uw uw vermogen jaarlijks interen. De vermogensrendementsheffing met 1,2% slaat het eerste gat, de rest van het werk wordt gedaan door de inflatie. Op zijn best behoudt u uw koopkracht, maar groei zit er niet in.

Glansrijke winnaar blijkt de categorie aandelen. De $ 1 in 1802 blijkt in 2010 ruim $ 699.000 waard te zijn geworden. Een enorme waardegroei. De groei in het aandeel van ons vermogen in bezit van de rijkste 1% is ook hieruit te verklaren. Deze groep bezit bedrijven en heeft beleggingsportefeuilles met aandelen die met name in de laatste drie jaar hard in waarde zijn toegenomen. De overige 99% van Nederland houdt een groot deel van zijn vermogen aan in onroerend goed (eigen woning). Een beleggingscategorie die juist zwaar getroffen is door de kredietcrisis en zeker nog niet hersteld is.

Om mijn verhaal te onderstrepen wil ik u met onderstaande tabel inzicht geven in wat meer recente data. Ik heb voor u sinds 2009 het rendement van een spaarrekening met 2% rente vergeleken met de AEX en een strategie die door T&E inmaxxa wordt uitgevoerd voor clienten.

Sparen versus beleggen TE inmaxxa

De AEX, een matig presterende index, wist de spaarrekening met 44% meer rendement te verslaan. Onze cliënten die risico durfden te nemen, werden daar in de Dutch Darlings Strategie ook ruimschoots voor beloond. Onze zeer actief gemanagede strategie wist in de afgelopen jaren het verschil te maken, onze klanten in deze strategie behaalden ruim 100% meer rendement dan op een spaarrekening.
 

Wat nu te doen?

Voor vermogensgroei is vermogen nodig. De eerste stap is dan ook vermogensopbouw. Starten met maandelijks een bedrag op de aandelenmarkt beleggen is een zeer effectieve strategie. Wanneer je dit gedisciplineerd aanpakt, koop je soms te duur maar ook zeker een aantal keren zeer goedkoop. Gevaar is echter dat wanneer de koersen dalen je wilt stoppen met het toevoegen van vermogen aan je beleggingen. Echter dit zijn juist de momenten die het verschil kunnen maken.

Is er vermogen aanwezig dan is het goed hier eens kritisch naar te kijken. Haalt u voldoende vermogen uit uw vermogen om te kunnen groeien? De crisis en de jarenlange dalende trend van de Nederlandse aandelenmarkt hebben veel Nederlandse beleggers zeer afwerend gemaakt ten opzichte van aandelenbeleggingen. De vraag is of eerder opgelopen negatieve beleggingservaringen ons niet te afwerend hebben gemaakt voor risico.

Mijn advies is om samen met een professionele vermogensbeheerder uw situatie in kaart te brengen. Het inzetten van een professional voegt een belangrijke dimensie toe aan het beheer van uw vermogen, namelijk discipline en kennis van markten. Professionele beleggers maken niet per definitie hogere rendementen, eveneens is het verslaan van de markt voor hun geen vanzelfsprekendheid. Wel kunnen ze u behoeden voor het onevenwichtig opbouwen van een portefeuille. Hiernaast kunnen ze u behulpzaam zijn bij het samenstellen van een portefeuille die past bij uw mogelijkheden, persoonlijkheid en doelstellingen.

Kortom, start direct met het opbouwen van vermogen. Risico nemen (aandelenbeleggingen en ondernemerschap) heeft bewezen beloond te worden, met sparen kunt u namelijk niet het verschil maken!

Auteur heeft op het moment van schrijven geen positie in genoemde strategie en indices.


Arent Thijsen is als Senior Vermogensbeheerder verbonden aan T&E inmaxxa (handelsnaam van T&E effecten B.V.) en tevens mede-eigenaar van T&E effecten B.V
www.tecap.nl

Deze column is geschreven op persoonlijke titel en bedoeld als achtergrondinformatie, en is nadrukkelijk niet bedoeld als beleggingsadvies.
Tevens is deze column geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. U neemt te allen tijde zelf uw beslissingen, en bent daar alleen zelf verantwoordelijk voor.
Lees ook de disclaimer op de site van T&E inmaxxa.


Ook interessant: