Perpetuals adviseren?

afbeelding van Jan Koekkoek

Het Hof Arnhem-Leeuwarden boog zich op 23 april 2013 1 over de vraag of een bank haar klanten mocht adviseren om perpetuele achtergestelde obligaties (perpetuals) van diezelfde bank te kopen.

Het ging hier om een vermogensadviesrelatie. Klanten van de Friesland Bank tekenden in 2004 op advies van de bank in op een emissie van perpetuele achtergestelde obligaties van de bank voor een bedrag van 1,5 miljoen euro. De koers van de obligaties daalde vervolgens sterk.

De klanten werden door de rechtbank deels in het gelijk gesteld. Het verweer van de Friesland Bank dat de schade het gevolg was van onverwachte marktomstandigheden en niet van verkeerde adviezen, maakte voor de rechtbank geen indruk. Friesland Bank werd zelfs veroordeeld de resterende perpetuals terug te kopen.

Het hof overwoog dat de vraag of de bank een juist advies had gegeven, beoordeeld moest worden naar de gangbare inzichten ten tijde van het advies. De vraag was dus of de koersdaling die zich na 2004 had voorgedaan voor de bank ten tijde van haar advies voorzienbaar was. 
 

Deskundigen

Er waren door alle partijen allerlei verklaringen van verschillende deskundigen in het geding gebracht, onder meer een opinie van een hoogleraar Corporate Finance aan de Nyenrode Business Universiteit. Die stelde vast dat Friesland Bank in 2004 al geen solide en kredietwaardige bank (meer) was en dat Friesland Bank de belegger op dat punt zeer relevante informatie had onthouden.

Het hof ging aan die laatste vaststelling van de professor voorbij, omdat die gebaseerd was op een analyse achteraf, terwijl de vraag of de negatieve koersontwikkeling was te voorzien moest worden beoordeeld naar de inzichten die destijds, in 2004, bestonden.

Dat houders van perpetuele obligaties het theoretische risico liepen dat zij hun vordering bij een faillissement of overname van de bank niet (volledig) voldaan zouden krijgen, deed volgens het Hof niet ter zake. Het ging om het antwoord op de vraag of een dergelijk risico in 2004 reëel werd geacht. Dat bleek niet uit de rapportage van de professor.

Het Beleggingsinstituut had al eerder geoordeeld dat eind 2004 een door een Nederlandse bank met A rating uitgegeven perpetuele obligatie als risicomijdend werd beschouwd. Onder toezicht staande banken werden als betrouwbare debiteuren beschouwd met een geringer debiteurenrisico dan andere bedrijven die obligaties uitgaven.
 

Oordeel

Het hof kwam dan ook tot het oordeel dat een belegging in perpetuele achtergestelde obligaties van de Friesland Bank in 2004 als een solide en risicomijdende belegging werd beschouwd en dat de latere sterke koersdaling indertijd niet te voorzien was. Het advies om in deze perpetuals te beleggen kon in de omstandigheden van dit geval dan ook door een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur gegeven worden.

Daarnaast was nog geklaagd dat de adviseur niet had mogen adviseren om het hele bedrag van 1,5 miljoen euro in die obligaties te beleggen, maar omdat de klagers duidelijk op zoek waren geweest naar een hoger rendement voor het volledige bedrag werd ook die klacht afgewezen.

1ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8561


Dit toegezonden materiaal is samengesteld en geleverd door Köster Advocaten (www.kadv.nl/home) en uitsluitend bedoeld ter informatie. Het is niet bedoeld als juridisch of anderszins professioneel advies. De lezer wordt ontraden om van deze informatie gebruik te maken zonder vooraf een juridisch adviseur te raadplegen. Verzending noch ontvangst van enig materiaal zal als advocaat-cliënt relatie tussen zender en ontvanger gezien kunnen worden. Het materiaal mag uitsluitend gelezen en gebruikt worden voor privé gebruik en elk ander gebruik is niet toegestaan.


Ook interessant: