Over opties, short straddles en het doorrollen van opties

afbeelding van Jaap Penders

Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft recentelijk een uitspraak gewezen waar de aansprakelijkheid voor het adviseren van short straddles centraal stond.1 Deze uitspraak gaat in op de werking van opties en legt de risico’s daarvan helder uit. Bovendien komt de zorgplicht van een adviseur bij het adviseren van optie strategieën aan bod. Dit is voor mij voldoende reden om deze uitspraak in de rubriek Beleggen & Recht te bespreken. Ik zal kort uitleg geven over opties en de short straddle optie strategie. Vervolgens ga ik in op het oordeel van het Hof over de zorgplicht en de uitkomst van de procedure.
 

Wat is een optie?

Een optie is een financieel instrument dat gebruikt kan worden om risico af te dekken, maar ook om te speculeren. Er bestaan twee soorten opties: een call en put. Een optie kan gekocht of verkocht worden. Dit wordt een long respectievelijk short positie genoemd2. Bij het kopen van een call optie speculeert de koper op een koersstijging van de onderliggende waarde. Deze positie levert winst op, indien de marktprijs hoger is dan de uitoefenprijs en de betaalde premie. Bij het kopen van een put optie speculeert de koper op een koersdaling van de onderliggende waarde. Raadpleeg voor meer informatie over opties de website van BeursEffecten.3
 

Wat is een short straddle?

Een short straddle4 is een optie strategie, waarbij een (gedekte) call optie5 en een put optie worden verkocht op eenzelfde uitoefenprijs van het aandeel. De verkoper van een short straddle heeft de verwachting dat de koers van het aandeel gedurende een bepaalde periode nagenoeg gelijk zal blijven. De winst van een short straddle bestaat maximaal uit de ontvangen premies. Een short straddle brengt zowel in een stijgende als dalende markt bepaalde risico’s met zich mee. In een stijgende markt zal een assignment6 van de call optie plaatsvinden, zodat de belegger zijn aandelen moet verkopen tegen een koers die lager is dan de marktprijs. In een dalende markt zal een assignment plaatsvinden, waarbij de belegger aandelen moet kopen tegen de uitoefenprijs.
 

De klachten van de cliënt

Een cliënt stelt dat de bank short straddles heeft geadviseerd, waardoor hij aanzienlijke verliezen heeft geleden. De cliënt klaagt dat de bank hem niet heeft gewezen op de risico’s van de geadviseerde short straddles. Door een wijziging van adviseur zou in 2004 op grotere schaal short straddles zijn geadviseerd. Volgens de cliënt was dit gewijzigde beleggingsbeleid niet in overeenstemming met zijn risicobereidheid.

De cliënt heeft nog meer klachten, waarvan ik er enkele bespreek. De cliënt stelt dat het geldende risicoprofiel ‘groeigericht’ niet paste bij zijn risicobereidheid en beleggingsdoel en dat short straddles niet pasten binnen het risicoprofiel. Ook stelt de cliënt dat de bandbreedten van het groeigerichte risicoprofiel zijn overschreden, doordat de portefeuille voor meer dan de norm van 70% zakelijke waarden was belegd. Tot slot verwijt de cliënt dat de bank optieposities zonder zijn toestemming heeft doorgerold.7
 

De beoordeling van de zorgplicht

Het Hof oordeelt dat op een bank een bijzondere zorgplicht jegens een particuliere belegger rust en dat de bijzondere zorgplicht bij uitstek geldt als de cliënt handelt in opties. In een adviesrelatie is de belegger zelf verantwoordelijk voor de samenstelling van zijn effectenportefeuille en de te verrichten effectentransacties. De beleggingsadviseur is uitsluitend aansprakelijk voor zijn adviezen, indien hij niet heeft gehandeld als een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur. Na dit algemene kader beoordeelt het Hof het verwijt over het niet nakomen van de zorgplicht.

Het Hof oordeelt dat de bank de cliënt schriftelijk, dan wel mondeling uitdrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen had moeten waarschuwen voor de aan short straddles verbonden specifieke risico’s. De bank kon niet bewijzen dat zij haar cliënt daarvoor had gewaarschuwd.8 Ook was niet gebleken dat de cliënt van de werking en specifieke risico’s van short straddles op de hoogte was.

Vervolgens stelt het Hof vast dat vanaf de overgang van een nieuwe adviseur in het jaar 2004 tot aan het einde van de beleggingsadviesrelatie in het jaar 2010 op grotere schaal short straddles zijn geadviseerd en de cliënt die adviezen heeft opgevolgd. Dit gewijzigde beleggingsbeleid is niet getoetst aan de risicobereidheid van de cliënt. De bank is ook daarmee in haar zorgplicht tekort geschoten.
 

Het risicoprofiel

Het Hof wijst de klacht dat het groeigerichte risicoprofiel niet paste bij zijn risicobereidheid en beleggingsdoel af. Het Hof stelt dat de kenmerken van dit profiel door de verstrekte brochure voldoende duidelijk waren en dat als de cliënt meende dat het profiel niet passend was, hij dit kenbaar had moeten maken. Voorts oordeelt het hof dat het schrijven van gedekte call- en putopties en dus ook short straddles in beginsel past binnen het geldende groeigerichte profiel. Dit voor zover door assignment de zakelijke waarden niet zodanig toenemen dat de bandbreedten van het overeengekomen profiel worden overschreden. Het Hof stelt evenwel vast dat sprake was van overschrijding van de gemiddelde norm in zakelijke waarden en dat deze overschrijding van de bandbreedte het gevolg is van het handelen in short straddles. Het Hof kent vanwege dit gevolg aan deze klacht geen zelfstandige betekenis toe.
 

Het doorrollen van opties

De cliënt klaagt dat de bank optieposities heeft doorgerold ten einde assignment te voorkomen en daarmee de risico’s alleen maar heeft vergroot. Hij stelt hierdoor op een later moment nog grotere verliezen te hebben geleden.

Eerst legt het Hof uit wat het doorrollen van optieposities inhoudt en de risico’s daarvan. Het doorrollen van een optiepositie is het uitstellen van de verplichting om de onderliggende waarde van een optie af te nemen (geschreven putoptie) of te moeten leveren (geschreven call optie). Als een geschreven optie wordt doorgerold, wordt deze, vaak kort voor de expiratiedatum, gesloten en tegelijkertijd wordt er een nieuwe optie geschreven tegen een latere expiratiedatum. Door het schrijven van een nieuwe optie wordt wederom een premie verkregen, waarmee de sluitingskosten van de gesloten optie (grotendeels) worden gecompenseerd. Aan het doorrollen is echter het risico verbonden dat verlieslatende posities naar de toekomst worden verschoven en dat het risico verder toeneemt.

Het Hof komt tot de conclusie dat van de bank niet kon worden verwacht dat zij de ontwikkeling in de markt zou voorzien. Daarbij heeft de bank in het jaar 2008 geen short straddles meer geadviseerd, maar alleen het schrijven van enkelvoudige opties. De klacht dat de bank heeft geadviseerd om opties door te rollen wordt verworpen. Bovendien was de bank niet gehouden om de cliënt te waarschuwen voor het risico van doorrollen van opties, omdat dit in de brochure duidelijk was uitgelegd.
 

Voordeeltoerekening

De bank stelt dat de cliënt in het verleden ook voordelen van de short straddle adviezen heeft gehad. Zij vindt dat de winsten uit die short straddle transacties in de jaren 1999 tot en met 2001 moeten worden verrekend met de schade uit de straddle transacties tussen de jaren 2004 tot en met 2010. Vanwege het tijdsverloop gelegen tussen beiden transactie periodes volgt het Hof de bank daarin niet.
 

Eigen schuld

Wel oordeelt het Hof dat de cliënt een eigen verantwoordelijkheid heeft. Het Hof volgt de bank in haar verweer dat de cliënt uit een nauwkeurige lezing van de transactieoverzichten en de jaarlijkse rapportages van de beleggingsportefeuille had kunnen begrijpen dat hij verliezen leed op de optietransacties en dat zijn belegde vermogen de overeengekomen norm van een groeigericht risicoprofiel in de jaren 2006, 2007 en 2010 overschreed. Het Hof oordeelt dat op basis van eigen schuld 30% van de schade voor rekening van de cliënt dient te blijven.
 

De uitkomst

Het Hof oordeelt dat de bank aansprakelijk is voor haar adviezen. De bank had geen short straddles mogen adviseren zonder de cliënt indringend te waarschuwen voor de risico’s van short straddles. Ook had de bank het gewijzigde beleggingsbeleid, door meer short straddles te adviseren, moeten bespreken met de cliënt om vast te stellen of dit paste bij zijn risicobereidheid. Het Hof concludeert dat de bank tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat de cliënt daardoor schade heeft geleden. Het Hof oordeelt dat 30% van de schade voor rekening van de cliënt moet blijven. De uiteindelijke hoogte van de schade en daarmee schadevergoeding wordt in een andere procedure vastgesteld.
 

1 Hof ’s-Hertogenbosch 10 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:841.
2 BeursEffecten: Betekenis long en short
3 BeursEffecten: Wat zijn opties?
4 BeursEffecten: Straddle short
5 Van een gedekte call optie is sprake als de verkoper een gelijkelijk corresponderend aantal aandelen in hetzelfde fonds bezit. (Zie ook op BeursEffecten: Aandelen met geschreven call optie)
6 Een assignment is een aanwijzing om een verplichting onder het optiecontract na te komen. Dit is het gevolg van de uitoefening van het recht van een koper van de optie. (Zie ook op BeursEffecten over assignment)
7 BeursEffecten: Optie doorrollen
8 De verwijzing naar het risico van enkelvoudige opties was onvoldoende, omdat het risico en de werking daarvan niet gelijk te stellen is met de werking en specifieke risico’s van de geadviseerde short straddles. Ook de uitleg in de brochure dat de verliezen van een short straddle bij forse koersbewegingen oplopen was volgens het Hof niet voldoende. De bank moet zich ervan vergewissen dat de cliënt zich van de bijzondere risico’s en gevolgen daarvan daadwerkelijk bewust is.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: