Obligatierente

Op basis van obligatierente bestaan de volgende obligaties:

  • Winstdelende obligaties. Bij winstdelende obligaties kan een extra rente bovenop de vaste obligatierente gegeven worden. Optioneel, dus wanneer de winst dit toelaat.
  • Surplusobligaties. Bij de surplusobligaties bestaat de obligatierente ook uit twee delen. De basis rente is gebaseerd op het gemiddelde rendement op staatsleningen. Het surplusgedeelte, de extra rente, is een vooraf vastgestelde verhoging. Die verhoging kan over de looptijd per tijdvak variëren.
  • Income bonds. In het geval van income bonds is de obligatierente in zijn geheel afhankelijk van de winst. Geen winst is dus ook geen rente!
  • Rente-indexobligaties. Ook bij rente-indexobligaties is de obligatierente variabel. De rente is gekoppeld aan het rendement op staatsleningen en varieert in die verhouding mee.
  • Stafelleningen. Staffelleningen kennen een gestaffelde obligatierente. Hiermee wordt bedoeld dat de rente per tijdvak wijzigt. Dus de eerste vijf jaar x%, de tweede vijf jaar x+0,5% en de derde 5 jaar x+1% om maar een voorbeeld te noemen.
  • Zerobonds. Zerobonds kennen zoals eerder gezegd helemaal geen betaling van obligatierente. Zerobonds worden ver beneden pari uitgegeven. Naarmate de tijd verstrijkt, groeit de waarde naar pari toe. Aflossing van de zerobonds is à pari (nominaal).
     

Andere beschreven kenmerken