Michael Ahrens versus Harry Geels

Harry GeelsMichael Ahrens

 

Michael Ahrens (Cyclustrader) interviewt Harry Geels (Inmaxxa)

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

Eigenlijk ben ik al tijdens mijn studie in het beleggingsvak gerold, toen ik een stage mocht lopen bij Reuters, destijds de grootste aanbieder van financiële data aan handelaren, in Londen. Ik raakte toen zo geïnteresseerd in de financiële wereld dat ik besloot af te studeren bij de vakgroep Financiering en Beleggingsleer aan de VU en wel op een onderwerp dat me destijds intrigeerde, technische analyse.

Ik deed een wetenschappelijk test naar de bruikbaarheid van technische analyse. Mijn scriptie trok de aandacht omdat er nog niet veel wetenschappelijke testen van de technische analyse waren uitgevoerd, zeker niet voor de indicatoren die ik getest had. Uiteindelijk belandde een samenvatting van mijn scriptie in een beleggingsblad, waarna het balletje is gaan rollen.

Eerst ging ik in 1994 werken bij Dow Jones Telerate, waarbij ik ondersteunende programmeur van tradingsystemen werd voor handelaren in de dealingroom, vooral valutahandelaren. Daarna heb ik gewerkt bij Beleggers Belangen, als redacteur en als hoofdredacteur van een technisch-analyseblad. In 2004 stapte ik over naar een pensioenfondsconsultant en ben ik de rechterhand geworden van Erik van Dijk die ik al kende als docent aan de VU.

Erik van Dijk was ooit de rechterhand van Nobelprijswinnaar Harry Markowitz, bekend van de Moderne Portefeuille Theorie, die ik ook aantal keren heb mogen spreken in interviewen. Met Erik van Dijk heb ik onder andere een multimanagerplatform ontwikkeld. Dat is een platform waarbij een selectie wordt gemaakt van de beste beheerders, per beleggingscategorie. Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve analyses wordt onafhankelijk op zoek gegaan naar we de beste beleggers zijn. Die kennis die ik toen heb opgedaan heb ik mede gebruikt om uiteindelijk zelf vermogensbeheerder te worden.

In 2006 kocht ik me in bij een vermogensbeheerder uit Maastricht, waar ik later in 2008 bestuurder ben geworden. Dat ben ik nog steeds. Beleggen vind ik zo interessant omdat hier vele vakgebieden samenkomen: psychologie, financiën, politiek, macro-economie, financiële planning en wiskunde en statistiek, alles binnen een internationale wereld. Het ene hangt met het andere samen. Ik ben zelf altijd breed georiënteerd geweest.
 

2. Hoe zou een portefeuille er het beste uit kunnen zien?

Ik geloof in een goede mix tussen aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen en alternatieve beleggingsvormen. Door spreiding daalt het risico. De belangrijkste beslissingen die een belegger moet nemen is welke van de categorieën hij wil onder- of overwegen. Dit wordt asset-allocatie genoemd.

Asset-allocatiebeslissingen bepalen op de lange termijn 90% van de rendementsfluctuaties van de portefeuille. De invullingen van de aandelenallocatie kan het beste middels een beleggingsfonds, actief of passief middels ETF’s is dan niet eens de belangrijkste beslissing meer. Uiteindelijk wordt hier maar 10% van de rendementsfluctuatie bepaald.

Ik snap de preoccupatie van veel beleggers voor het kiezen van individuele aandelen of obligaties niet. Ten eerste hebben de meeste beleggers de kennis niet om de juiste selectie te maken. Ten tweede is het voor het rendement op lange termijn een ondergeschikte bezigheid. Je moet de keuze voor de instrumenten laten doen door professionals, het liefst de beste in de wereld. Daarvoor moet je wel een goede fondsbeheersselectie doen.
 

3. Proef ik wat ergernis?

Niet echt, maar veel beleggers halen speculeren/gokken en beleggen wel regelmatig door elkaar. En overschatten zichzelf, alsmede ook de capaciteiten van beheerders, als ze hun vermogen bij een beheerder plaatsen. Geld verdienen vereist altijd hard werken en je verstand gebruiken. Bij beleggen is dat niet anders. Niemand wordt zomaar rijk.

Waar ik me wel aan erger is de cycliciteit in het systeem. Als alles goed gaat, wordt iedereen hebzuchtiger en toezicht losser. Maar als alles slecht gaat, komt de angst en meer regelgeving. Eigenlijk zouden beleggers en toezichthouders contrair moeten opereren. Dan zouden er, denk ik, minder schokken in het systeem plaatsvinden.
 

4. Een positieve noot?

Ja, ik geloof dat de mensheid, het financiële systeem incluis, zich altijd doorontwikkelt. Per saldo hebben we het op de aarde steeds beter gekregen, ondanks oorlogen, depressies etc. Ik geloof niet in doemverhalen. Natuurlijk zijn er schokken, maar hoe dieper we door de knieën gaan, hoe groter de sprong voorwaarts weer zal zijn. Analisten die doemverhalen vertellen zijn meestal aandachtstrekkers. Ik geloof ook dat de waarde van geld als betaal- en oppotmiddel, altijd achteruit gaat. Inflatie is een stille moordenaar van de koopkracht. Ik geloof daarom stellig dat mensen een deel van hun vermogen moeten beleggen om inflatie voor te zijn.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Beleggen is meer dan fundamentele bedrijfscijfers bestuderen. Er spelen, zoals eerder gezegd, zoveel facetten een rol. Fundamentele waarderingen zijn voor de lange termijn interessant, maar psychologie, politiek en dergelijke bepalen veel meer de koersen op de korte termijn.

Verder zijn financiële markten lastig te voorspellen. Veel goeroes doen wellicht anders geloven. Maar door de inwerking op elkaar van zoveel facetten kun je hooguit prognoses maken. Je kunt scenario’s schetsten en daar grove kansen aan toekennen. Meer niet. Dit wetende is het beste om spreiding in de portefeuille toe te passen, dit verkleint de risico’s en spijtkansen.

Je moet dan wel loslaten wat de AEX doet, want de portefeuille kan daar sterk van afwijken. Dit is wellicht nog het lastigste omdat media beleggers iedere keer weer de koersen van de bekende indices voorschotelen. Zo min mogelijk maar naar de media luisteren is wellicht nog wel het beste advies dat ik kan geven. Het beïnvloedt de belegger psychologisch te veel, doorgaans op een verkeerde manier. Beleggen is ook iets voor de lange termijn. Daarbij moet de waan van de dag buitengesloten worden. Ergens snel op inspelen, prima, maar dat is speculeren en dat kunnen maar heel weinig mensen goed. Profiteren van kortetermijnbewegingen kan het beste aan de computer worden overgelaten.
 

Volgende interview: Harry Geels versus Mischa Peters
Vorige interview: Aloys Mattijssen versus Michael Ahrens