Menko Visser versus Iwan Vink

Iwan VinkMenko Visser

 

Menko Visser (TIGfund) interviewt Iwan Vink (WinCap Fund)

 

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

In 1997 ben ik voor mijn studie Econometrie begonnen met een stage bij de analisten van ING Barings, waar ik onder meer strategieën voor Royce Tostrams en andere aandelenanalisten heb doorgerekend. Dat betekent dat ik al 17 jaar in het vak zit (“ik schrik er zelf van”), maar zo voelt het niet omdat er ieder jaar wel iets nieuws/spannends gebeurt.

Ik heb voor het beursvak gekozen omdat het zeer dynamisch is en aansluit bij mijn liefde voor getallen. De dynamiek is sinds mijn begintijd steeds groter geworden. Na mijn eerder genoemde stage bij ING Barings ben ik in 1998 begonnen als risk manager en in augustus 2001 ben ik handelaar geworden. Vijf weken later zorgden de aanslagen op het WTC in New York voor enorme bewegingen op de beurs en was ik meteen ontgroend. Vanaf 2004 handelde ik voor een Nederlandse grootbank en waren transacties van een paar honderd miljoen euro geen uitzondering. Iedere kleine inschattingsfout zou miljoenen hebben gekost. Dit was mede daarom een erg bijzondere en leerzame tijd.

Op het hoogtepunt van de crisis eind 2008 ben ik samen met een collega ons eigen bedrijf begonnen. Vooral bij handelaren in Londen was er groot respect dat wij op dat moment voor onszelf begonnen. Dat uitte zich in veel handel, en dat is erg prettig in een opstartperiode.

In 2012 heb ik WinCap opgericht en zijn we het WinCap Fund begonnen. Het runnen van een beleggingsfonds geeft nog meer dynamiek dan het handelen met je eigen geld omdat je ook voor het (pensioen)geld van anderen verantwoordelijk bent.
 

2. Wat is de strategie van het WinCap Fund?

Het WinCap Fund investeert volgens de principes van Value Investor Benjamin Graham, gebruikmakend van de technieken van de huidige tijd. Benjamin Graham zocht naar aandelen die met een flinke korting ten opzichte van hun liquidatiewaarde handelden, wat geregeld voorkwam, omdat hij opereerde tijdens de crisis van de jaren 1930. Dit soort belachelijke waarderingen zijn in de huidige markt niet te vinden, waardoor het begrip goedkoop een andere benadering behoeft.

Wij zoeken naar aandelen die vergeleken met hun concurrenten en/of de beursindex met een korting van 50% handelen. We hebben een gespreide portefeuille van deze aandelen gekocht, maar tegelijkertijd dekken we het risico op een beursdaling af. Dit doen we door short te gaan in andere aandelen, waarbij wij verwachten te profiteren van een koersval om vervolgens  de aandelen goedkoper terug te kopen. Het liefst “shorten” wij bedrijven met frauduleus management. Maar ook extreem overgewaardeerde aandelen en bedrijven waarvan het businessmodel aan verandering toe is, shorten wij.
 

3. Kun je jouw mening geven over diversificatie?

De wetenschappelijke literatuur zegt ons dat de volatiliteit van een portefeuille van 10 verschillende aandelen vrijwel gelijk is aan de volatiliteit van de beursindex. Afhankelijk van je eigen overtuiging, kan je ervoor kiezen om minder aandelen in portefeuille te hebben. Het is dan belangrijk dat je het aandeel geen moment uit het oog verliest en geen enkel persbericht mist, zodat je snel kan ingrijpen als dat moet.

Onze diversificatie bestaat uit 40-50 aandelen op de long en een short-portefeuille van 50-100 aandelen. Deze spreiding is misschien groot, echter dit heeft te maken met het feit dat wij een fonds zijn dat hoge fluctuaties wil vermijden. Daarnaast moeten beleggers iedere maand in en uit kunnen stappen.

De particuliere belegger met zijn eigen portefeuille heeft alleen iets te maken met zijn eigen gevoel en risk appetite. Zo lang hij/zij heel goed weet welke aandelen hij in portefeuille heeft, dan zouden 10 aandelen voldoende moeten zijn. In ieder geval zijn portefeuilles met 6 verschillende beleggingsfondsen complete onzin. Indirect ben je dan eigenaar van duizenden onderliggende aandelen en obligaties. Koop dan een wereldwijde ETF.
 

4. Veel beleggers hebben ETF’s in portefeuille. Wat vind je van ETF’s?

ETF’s zijn goedkoop en bieden voor extreem lage kosten een mooie spreiding. Daarnaast zijn ze erg liquide en kan je iedere dag in- en uitstappen. Hier houdt het voordeel ook op. Op midden en lange termijn zal een goede fondsmanager de ETF verslaan.

Als voorbeeld, vorige week is Nokia weer in de Eurostoxx opgenomen op een koers van euro 6.81 terwijl het vorig jaar uit de Eurostoxx index was verwijderd op een koers van ergens rond de euro 2.50. Als houder van de ETF is er indirect voor jou verkocht op 2.50 en gekocht op 6.50. Kortom, dit heeft de ETF houder geld gekost.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Ik richt me even alleen op de long-kant omdat de meeste mensen geen shorts kunnen doen.
Beleggen is eigenlijk heel simpel, want je koopt alleen als een bedrijf heel goedkoop is, waardoor je vrijwel geen transacties hoeft te doen. De uitvoering is veel moeilijker omdat veel nieuws en de dagelijkse bewegingen de heldere analyse kan vertroebelen.

Mijn tips:

  • Zoek ieder kwartaal of half jaar naar de goedkoopste aandelen op de beurs
  • Selecteer er 10 en bestudeer het businessmodel aandachtig door het jaarverslag te lezen en de presentaties te bekijken. Kom je er niet uit, dan is het niets voor jou
  • Kijk vooral naar de grootte van de schuldpositie en de kwaliteit van het management
  • Wees bereid om het aandeel 5 jaar aan te houden
  • Is er niets, koop niets. Is er veel, stop je geld erin.

 

Volgende interview: Iwan Vink versus Koos Bakker
Vorige interview: Willem de Vocht versus Menko Visser