(Mais)kolfje naar de hand van de voedselspeculant

afbeelding van Martine Hafkamp

Wereldwijd heersen er merkwaardige weersomstandigheden. Zo worden er in het noorden van China abnormaal hoge temperaturen gemeten, die ook nog eens gepaard gaan met weinig neerslag. Dit heeft grote gevolgen voor de producten die daar verbouwd worden. Maar ook in Australië, India en Argentinië valt er te weinig regen om bijvoorbeeld de graan- en maisproductie te garanderen. Daardoor stijgen de prijzen op de wereldvoedselmarkt.

Maar dat zijn niet de enige regio’s waar het niet goed gaat. De Verenigde Staten zijn wereldwijd de grootste producent van vooral mais. Het is daarom erg belangrijk dat de oogsten daar slagen. Zo niet, dan zijn de gevolgen voor wereldwijde voedselproductie en –prijzen groot. Nu wil het geval dat er grote droogte heerst in de Verenigde Staten; er wordt zelfs gesproken van een echte natuurramp.

Op dit moment is ongeveer 38 procent van de gewassen in de gehele Verenigde Staten in slechte tot zeer slechte staat door de extreme droogte. In ruim een halve eeuw was het gebrek aan regen niet meer zo groot als nu, in het Midwesten, de graanschuur van de Verenigde Staten. Door de vooruitzichten van zeer beperkte en slechte oogsten zijn de prijzen van onder andere mais en sojabonen snel gestegen. De boeren worden door de overheid gesubsidieerd. Daardoor hoeft het voor hen niet per sé rendabel te zijn pogingen te ondernemen om de oogst alsnog te redden. Het kan dus zo maar zo zijn dat, afhankelijk van de toekomstige prijsontwikkelingen, de gewassen door de boeren worden afgeschreven.

Dit zien we ook bij beleggers. De prijs van maisfutures is ten opzichte van afgelopen juni al ruim 55 procent gestegen, puur gebaseerd op verwachtingen. In Europa stijgen de tarweprijzen eveneens preventief met ongeveer 40 procent over dezelfde periode. Het zou zo maar kunnen dat prijzen een tik omhoog krijgen als landen hun eigen markt meer afschermen tegen schommelende prijzen. Rusland bijvoorbeeld stelde in 2010 importquota en exporttarieven in, waardoor er nog minder mais op de internationale markt kwam. Daarom was het artikel in Trouw van 15 augustus jl. het voorstel van LTO dat Nederland graan zou moeten hamsteren, opzienbarend. Als Nederland of andere Europese landen dit echt zouden gaan doen zou de prijsvorming op de wereldmarkt er nog meer onder lijden. Het is ook niet voor niets dat de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties hiervoor waarschuwt. Anders is ‘alles mogelijk’…

Een onderliggend probleem voor het tekort is dat juist mais voor andere doeleinden wordt gebruikt dan alleen voedsel. Zo wordt in Amerika ruim 40 procent van de gehele maisproductie gebruikt voor de brandstof bio-ethanol. Dit maakte de prijzen voor mais al hoger. Enerzijds is er veel meer vraag naar het gewas en anderzijds koppelt het de maisprijs aan die van olie. Voor de producenten van bio-ethanol is dit geen groot probleem, zij concurreren tenslotte met het veel duurdere benzine. Maar voor een groot gedeelte van de wereldbevolking is mais een eerste levensbehoefte. Mede daarom pleitte de topman van Nestlé, Peter Brabeck, er onlangs voor dat er geen voedsel meer gebruikt wordt voor de productie van biobrandstof.

Extreem hoge prijzen van mais leidden in 2006 al tot de ‘Tortilla rellen’ in Mexico. Hoofdingrediënt van de Mexicaanse tortilla is maïs en in Mexico wordt per dag ongeveer 17 ton tortilla gegeten. Dus toen de maisprijs met 30 procent en daaropvolgend de tortillaprijs met 25 procent steeg, braken er volksopstanden uit.

De Mexicaanse overheid heeft uiteindelijk geprobeerd de prijs stabiel te houden door prijsafspraken te maken, die helaas niet geheel toereikend waren. Grote maisverkopers hielden gewassen achter om te kunnen profiteren van hogere prijzen in de toekomst. Maar de hoge prijzen ontstonden tevens door hevige wereldwijde speculatie in deze grondstof. In 2012 voerde Mexico een importquotum in, geheel tegen het regelement van hun vrije handelsovereenkomst met de Verenigde Staten (NAFTA). Het leidde echter wel tot een meer autonome interne maismarkt.

Wij als consument zullen het kunnen gaan voelen in onze portemonnee door de hogere prijzen die we voor vlees en brood zullen betalen. Een simpele oplossing zou zijn om allemaal vegetarisch te worden, de voorraadkasten te vullen of de Mexicanen verplichten hun tortilla’s te laten staan. Zelfs dan kan echter het aanbod van mais op korte termijn niet verhoogd worden. Er zijn andere oplossingen nodig. Zo zou bijvoorbeeld het initiatief van DSM opgevolgd kunnen worden. Zij zijn vorig jaar met het Amerikaanse Poet een samenwerking aangegaan om alleen uit het mais afval bio-ethanol te halen. Zo wordt de prijs van het oorspronkelijke product (mais) minder beïnvloed. En ook in de Verenigde Staten worden er steeds heftigere debatten over de food-versus-fuel gevoerd.

Aan de tekorten op de voedselmarkt en de stijgende prijzen is ook echter veel te verdienen. Speculanten kunnen hun slag slaan. Hier kleeft wat mij betreft echter wel een belangrijk ethisch dilemma aan. De voedselprijzen beginnen voor vooral de emerging markets een behoorlijke last te worden. Ze maken in deze markten immers een veel groter deel uit van het gezinsbudget dan bij ons in de Westerse wereld. Of beleggers echter geld moeten willen verdienen ten koste van de gevulde tortilla van de Mexicanen…
 

Martine Hafkamp is directeur van Fintessa te Baarn, www.fintessa.nl

Deze column is geen advies.
Lees op hun site haar disclaimer.


Ook interessant: