Maarten Hartog versus Frans Jurgens

Frans JurgensMaarten Hartog

 

Maarten Hartog (Teslin) interviewt Frans Jurgens (Juno Investment Partners)

 

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

Op mijn 22e begon ik in het beleggingsvak, dit maakt dat ik nu 23 jaar actief ben. Ik treed hiermee eigenlijk in de voetsporen van mijn grootvader, die het vermogen van enkele klanten en onze familie beheerde. Voor zijn tijd was hij al een erg vooruitstrevend belegger, die met lang lopende opties de tijdspremie opstreek van kwaliteitsaandelen die hij toch niet van plan was te gaan verkopen.
 

2. Waarom investeer je juist in veelal kleinere, middelgrote beursgenoteerde (familie)ondernemingen in Europa en hoe kijk je naar de langere termijn perspectieven van Europese ondernemingen in het algemeen?

In mijn jaren in New York en London voor WP Stewart en in Parijs bij Comgest, leerde ik dat het investeren in large caps erg lonend kan zijn. Met name als je, zoals zij, een sterke investeringsdiscipline en langere investeringshorizon consistent toepast. Maar door samen met vijftig, zestig goede analisten naar een groot bedrijf te kijken, geef je ook een flink stuk kennisvoorsprong op.

Investeren in de wat kleinere ondernemingen, tussen de 250 miljoen en de 4 miljard beurswaarde, geeft mij de meeste voldoening. Er zijn minder bewegende delen en het speelveld is gemakkelijker te overzien. Bovendien sturen de banken en vermogensbeheerders hun beste analisten toch liever naar de large caps omdat daar meer commissies te genereren zijn.

Familiebedrijven hebben wat mij betreft een streepje voor. Hun oprechte lange termijn focus, aversie tegen vreemd vermogen en aandacht voor kasstromen en gebruik van het geïnvesteerde kapitaal zijn precies de zaken die voor mij als mede-eigenaar ook van het grootste belang zijn.

Ik ben niet negatief over de perspectieven van Europese ondernemingen in het algemeen. Ik investeer bovendien graag in bedrijven die ik zelf met enige regelmaat kan bezoeken, liefst zonder vertalers erbij en qua cultuur en achtergrond niet te ver buiten mijn comfort zone liggen.
 

3. Waar ben je als belegger in aandelen van veelal kleinere ondernemingen angstiger voor: rentestijging of geopolitieke onrust aan de buitengrenzen van Europa?

Historisch bestond er altijd een duidelijke inverse correlatie tussen koers-winstverhoudingen en de rentestanden. Door de economische problemen hebben we nu een artificieel lage rentestand. Op basis van de historische correlatie zouden de koers-winstverhoudingen nu boven de 30x moeten staan in plaats van de huidige 15x. Om die reden maak ik me vooralsnog minder zorgen over een oplopende rente, tenminste, totdat we rond een genormaliseerd niveau van 5 á 6% zijn aangekomen. Indien de rente daarna verder actief wordt verhoogd door de ECB, dan gaan de multiples omlaag, dat is onvermijdelijk.

Overigens, om het risico van dalende koers-winstverhoudingen te mitigeren, selecteer ik juist bedrijven die jaar in jaar uit winstgroei kunnen genereren. Zelfs bij een gelijkblijvende of licht dalende koers-winstverhouding kun je als investeerder jaarlijks een interessante koerswinst behalen. Bedrijven die tot die jaarlijkse terugkerende winstgroei in staat zijn, zijn overigens zeldzaam en vergen een zorgvuldige analyse en jarenlange kennisopbouw. Wij hebben er in heel Europa maar een kleine veertig gevonden die aan dit profiel voldoen.

Geopolitieke onrust heeft veelal een tijdelijk karakter. Dat neemt niet weg dat het op korte termijn wel roet in het eten kan gooien en ondernemingen in financiële zin last kunnen hebben van import beperkingen of lokale onrust. Voor een lange termijn belegger echter niet iets om wakker van te liggen, eerder om je voordeel mee te doen en goede bedrijven tegen spotprijzen in te kopen.
 

4. Wanneer komt een bedrijf juist wel en juist niet in jouw portefeuille en wat is daar sinds jouw start als belegger in veranderd? Waarom? 

Ik hou niet van gokken. Daarom zul je de portefeuille van het Juno Selection Fund geen ‘gokjes’ aan treffen. Als je je huiswerk goed doet vóórdat je investeert, dan kun je bijzondere bedrijven eruit pikken, die op een redelijk voorspelbare wijze de komende vijf tot tien jaar hun winsten kunnen groeien. De huidige dertien bedrijven in onze portefeuille genereren gemiddeld een rendement op kapitaal van boven de 25% met netto winstmarges van boven de 15%. Dat is écht indrukwekkend. Dit zijn zonder meer de mooiste (familie-)bedrijven in Europa. ‘Onze’ bedrijven konden de afgelopen 6 jaar, ondanks de crisis, de winst met ruim 15% per jaar doen groeien. Op termijn volgden hun koersen deze onderliggende winstontwikkeling.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Er zijn twee zaken die mij altijd helpen in het investeringsproces het hoofd koel te houden. Ten eerste loont het om een goede verkoopdiscipline te hebben. Naast (te) grote acquisities, grote strategische veranderingen en abrupte managementwissels, moet er een alarmbel afgaan als de dividend pay-out ratio aanmerkelijk stijgt terwijl het rendement op kapitaal structureel terugloopt. Dan heeft het management blijkbaar geen lucratieve ideeën meer en wordt het tijd om afscheid te gaan nemen van het aandeel.

Ten tweede is de beurskoers bijna nooit gelijk aan de waarde. Als je het bedrijf waarin je investeert goed kent, dan word je niet snel zenuwachtig als de koers een daling inzet. Je moet vertrouwen hebben in wat je aan waarde ziet in de firma en de groeimogelijkheden die je hebt geïdentificeerd. Je kent het management en hebt vertrouwen in hun kwaliteiten om die groei de komende jaren te gaan realiseren, Dat de beurskoers er even geen zin in heeft is niet zo relevant, hooguit biedt het je een mooie anticyclische kans om goedkoop bij te kopen!
 

Volgende interview: Frans Jurgens versus Georg Krijgh
Vorige interview: Anton Reijinga versus Maarten Hartog