Let op bij een wijziging in een beleggingsadviesrelatie

afbeelding van Jaap Penders

Bij beleggingsdienstverlening is van belang dat deze passend is voor de cliënt. Dit geldt ook voor wijzigingen in de beleggingsdienstverlening. Dit besprak ik reeds in mijn artikel ‘Verantwoordelijkheden bij wijziging beleggingsdienstverlening’.1 Het Hof Amsterdam oordeelde in een recente uitspraak dat een bank bij de overgang van een beleggingsadviesrelatie van een bijkantoor naar de Trading Desk in Amsterdam haar zorgplicht niet in acht had genomen.2 In dit artikel bespreek ik deze uitspraak.
 

De feiten

Een cliënt had sinds 1987 een beleggingsadviesrelatie met de bank. Aanvankelijk belegde hij alleen in aandelen. Vanaf 2002 belegde hij ook in opties. Voorheen belegde hij via het bankkantoor in Enschede, maar vanaf maart 2006 belegde hij via de Trading Desk van de bank in Amsterdam. De Trading Desk is specifiek gericht op actieve beleggers met een offensieve houding ten opzichte van beleggen. De cliënt had beleggingsprofiel VI, dat gold als zeer offensief.

Vanaf begin 2007 belegt de cliënt, op advies van de bank, in AEX-opties en turbo’s short. In het eerste half jaar van 2007 lijdt de cliënt aanzienlijke verliezen. De cliënt uit daarover zijn zorgen bij zijn vaste adviseur. Op 27 juni 2007 vindt een bespreking plaats, waar gesproken is over de verliezen en de te volgen optiestrategie. Partijen spreken af minder risicovol te beleggen. Echter, deze afspraak wordt niet opgevolgd en de beleggingsstrategie blijft ongewijzigd.

Begin februari 2008 stelt de cliënt de bank aansprakelijk voor de door hem geleden verliezen. De bank erkent haar fout in deze en biedt de cliënt een compensatie van € 31.000 aan voor geleden verliezen na 27 juni 2007. De cliënt wijst het voorstel af en spant een procedure aan. De rechtbank veroordeelt de bank tot betaling van voornoemd bedrag waarop de cliënt in hoger beroep gaat.
 

De zorgplicht

Het Hof oordeelt dat de zorgplicht inhoudt dat de bank vooraf naar behoren onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstelling van de cliënt. Verder dient de bank te waarschuwen voor de eventuele risico’s die aan de beleggingsvorm zijn verbonden of als een voorgenomen of toegepaste beleggingsstrategie niet past bij zijn financiële mogelijkheden of doelstellingen, risicobereidheid of deskundigheid.

Het Hof stelt dat het beleggingsprofiel zeer offensief een algemene aanduiding bevat. De bank had aan de hand van bovenstaand onderzoek en de resultaten daarvan moeten aangeven hoe en waarom de uitkomst daarvan is vertaald naar het profiel zeer offensief. De bank is daartoe niet in staat gebleken. De bank beschikte niet over een vragenlijst, het profiel en informatie over welke concrete beleggingsstrategieën zijn besproken. Het was niet duidelijk hoe de bank tot het zeer offensieve profiel was gekomen.

De bank heeft het Hof niet kunnen overtuigen dat de Trading Desk voor deze cliënt geschikt was. De cliënt had voor de overgang naar de Trading Desk nog weinig ervaring met opties en turbo’s. De overgang naar de Trading Desk was ingegeven door de beleggingsadviseur van de bank in Enschede, maar niet door het beleggingsgedrag van de cliënt. Het Hof oordeelt dat de bank niet heeft stilgestaan bij de consequenties van de overgang van de cliënt naar de Trading Desk voor zijn risicoprofiel en de aard van zijn beleggingen. De bank had niet onderzocht of de wijze en de aard van beleggen bij de Trading Desk wel passend was bij de persoonlijke omstandigheden, financiële mogelijkheden, deskundigheid en beleggingsdoelstellingen van de cliënt. De bank heeft haar zorgplicht geschonden door dit na te laten.

Tot slot oordeelt het Hof dat de invulling van de beleggingsadviesrelatie is veranderd na de overgang van de cliënt naar de Trading Desk. Hieraan ligt geen overeengekomen wijziging van het profiel of beleggingsstrategie ten grondslag. Doordat de consequenties van de overgang naar de Trading Desk niet kenbaar met de cliënt zijn besproken, kan niet worden aangenomen dat de cliënt bewust en voldoende geïnformeerd heeft ingestemd met de gewijzigde invulling van de adviesrelatie. De enkele algemene indeling van de cliënt in het zeer offensieve profiel biedt geen basis voor de gewijzigde invulling van de beleggingsadviesrelatie. De bank had een concreet beleggingsprofiel moeten vastleggen, wat op de overgang gebaseerd was.
 

Vervolg van de procedure

Het Hof oordeelt dat de bank haar zorgplicht jegens haar cliënt had geschonden en dat een verband bestond tussen de schade en het handelen van de bank. De omvang van de schade is nog niet duidelijk. De partijen moeten daarover nog uitlaten. De cliënt dient op basis van eigen schuld 40% van de schade zelf te dragen.
 

De conclusie

Bij wijzigingen in beleggingsdienstverlening, in dit geval een gewijzigd beleggingsbeleid, is oplettendheid geboden. Een bank moet wijzigingen, bijvoorbeeld over het te voeren beleggingsbeleid, bespreken en vastleggen. Ook de cliënt moet moeite doen om transacties te begrijpen, voordat hij deze aangaat.
 

1 Zie: Verantwoordelijkheden bij wijziging beleggingsdienstverlening
2Hof Amsterdam d.d. 7 oktober 2014, ECLI: NL: GHAMS: 2014:4125.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: