Koen Beentjes versus Alan van Griethuysen

Koen BeentjesAlan van Griethuysen

 

Koen Beentjes (Binck) interviewt Alan van Griethuysen (NYSE Euronext)

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

Ik zit 33 jaar in het vak. Op 1 november 1979 ben ik begonnen als beursvloermedewerker bij de Vereniging European Options Exchange. Het was voor mij een soort van tussenjaar. Ik had enkele maanden gewerkt in een hotel in Engeland en toen ik terugkwam in Nederland vond ik deze baan. Het verhandelen van opties op aandelen was in die tijd een nieuw fenomeen in Nederland (Europa) en was dus nog erg onbekend. Samen met collega’s van de beurs en in die tijd de Leden van de Vereniging (banken, commissionairs, brokers en market makers) hebben we hard gewerkt om de handel in aandelen opties te promoten bij professionele en particuliere beleggers. Dit was zo ontzettend leuk dat ik besloot wat langer te blijven bij de optiebeurs.

In de loop der jaren werd de optiebeurs steeds succesvoller en maakte ik stapje voor stapje carrière. Bij de start van Amsterdam Exchanges in 1997 werd ik benoemd in de directie van AEX-Optiebeurs en was ik verantwoordelijk voor alle operationele zaken rondom de beursvloer. Een prachtige tijd. Tijdens de eerste grensoverschrijdende fusie tussen Amsterdam, Brussel en Parijs (in Euronext) werd ik verantwoordelijk voor de operationele gang van zaken van die drie opties- en futuresmarkten. Een hele mooie uitdaging. Uiteindelijk werd ik eindverantwoordelijk voor deze markten.

Na de overname van de Londense derivatenmarkt (LIFFE) hebben we al deze markten overgezet op één handelsplatform en werd ik benoemd tot Executive Director Sales. Al met al een hele mooie periode met vele verschillende functies. Een zeer veelzijdige baan.
 

2. Als je terugkijkt op je loopbaan bij de optiebeurs, welke gebeurtenissen hadden dan de grootste impact?

Er is heel wat gebeurd in die 33 jaar. Grote gebeurtenissen voor mij waren de verhuizing van de optiebeurs van de Koopmansbeurs aan het Damrak naar Rokin 65. Het in kaart brengen van de telefonie op de beursvloer was mijn eerste project. Tijdens de jaren aan het Rokin mocht ik twee keer de hele beursvloer verbouwen. De vloer werd opgedeeld in acht delen en je was dus 8 weekenden bezig met de daadwerkelijke verbouwing. Op vrijdagavond werd de vloer gestript tot aan het beton, vervolgens werd een nieuwe computervloer gelegd. Op zondag werden de meubels en alle computerapparatuur geplaatst. In de nacht van zondag op maandag werd er dan flink gepoetst en kon de handel weer van start gaan.

Een andere grote gebeurtenis was de automatisering van de optiebeurs. Na een eerste poging om dit in een ‘big bang’ te realiseren, hebben we vervolgens een project opgezet die stapje voor stapje de automatisering van de handel introduceerde. Uiteindelijk leidde dit tot de volledige overgang naar beeldschermenhandel in december 2003.

Door het enorme succes van de optiebeurs werd de beursvloer aan het Rokin veel te klein en werd de verhuizing naar Beursplein 5 ingezet. Een enorm project waarbij het realiseren van een nieuwe beursvloer en de automatisering hand in hand gingen. Vervolgens heb ik nogal wat fusies meegemaakt. Van EOE-Optiebeurs naar AEX-Optiebeurs, naar Euronext, Euronext Liffe en als laatste naar NYSE Euronext.
 

3. In het FD van zaterdag 20 oktober werd je inzet voor de invoer van het Amsterdamse handelsmodel geroemd. Wat is dit en waarom is dit voor de particuliere belegger van belang?

De particuliere belegger heeft de optiebeurs in Nederland groot gemaakt. De aanwezigheid van de particuliere belegger in de optiemarkt trok vervolgens ook professionele partijen aan. Hiermee werd een hele mooie balans gecreëerd voor een liquide en transparante markt. Er kwamen steeds meer optie- en futuresbeurzen in Europa maar dit waren allemaal beeldschermbeurzen. Wij moesten dus een slag maken van ‘open outcry’ (schreeuwende beurshandelaren) naar een beeldscherm omgeving.

Voor futures is/was dit niet zo moeilijk. Futures hebben een paar afloopmaanden en dat waren dus maar een paar regels op je beeldscherm. Optieklassen hebben wel tientallen tot honderdtallen series. Dus ook evenveel regels. Het probleem was om voor de market makers de handel overzichtelijk te houden, zodat zij nog steeds continue prijzen konden opgeven waarbij de particulier de waarde van de opties kon blijven volgen. Elke verandering in de prijs van een aandeel leidt ook tot verandering van de bied- en laatprijs van de optieseries. Dit was de belangrijkste voorwaarde voor de migratie van vloerhandel naar schermenhandel. De prijspublicatie van de beurs is tenslotte de etalage van de beurs.

Als we dat niet hadden kunnen realiseren dan hadden we net als bij de geautomatiseerde beurzen in het buitenland ‘zwarte schermen’ gehad en had de particuliere belegger de waarde van de opties niet meer kunnen volgen. Je zou dan je belangrijkste klant niet meer kunnen bedienen en dus verliezen. Samen met alle beurspartijen hebben we toen het ‘Euronext Liquidity Providers Program’ (ELPS) ontwikkeld. Dit model gaf de market makers de mogelijkheid om continue, bij een verandering van de prijs van het aandeel, alle optieseries in dat aandeel in enkele seconden aan te passen. Er werd dan niet gehandeld op oude prijzen wat natuurlijk een enorm risico in zich had.

Tegenwoordig gaat dit met nanoseconden. Voor de particulier had dit tot gevolg dat er een enorme kwaliteitsverbetering ontstond bij de prijsvorming van de opties en tevens nam de liquiditeit enorm toe. Dit model is inmiddels door vele beurzen over de hele wereld gekopieerd. Nederlandse partijen horen wereldwijd bij de top van de optie-industrie.
 

4. Wat ga je doen en blijf je betrokken bij de beurswereld?

Ik wil heel graag betrokken blijven bij de beurswereld. Het is een prachtige industrie. De beurzen en andere gerenommeerde handelsplatformen zijn de instituten die er voor zorgen dat er veilig en transparant gehandeld kan worden, waarbij het tegenpartijrisico in een transactie wordt overgenomen door een clearinghuis. Dat heb je nagenoeg niet bij ‘buitenbeurshandel’ met alle gevolgen van dien. Momenteel zit ik nog in het bestuur van DSI, de Stichting Schadefonds Beleggers en ben ik president van de Association of Futures Markets. Deze laatste is een internationale organisatie die zich bezig houdt met opkomende markten. Dus ik ben zeker nog betrokken. Ik ga de komende tijd gebruiken om goed na te denken op welke wijze ik mijn carrière ga voortzetten.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Educatie, transparantie en tegenpartijrisico zijn hele belangrijke elementen bij financiële producten. Een particulier moet niet handelen in producten die hij/zij niet begrijpt of niet helemaal doorziet. Een professional moet ervoor zorgen dat zijn klanten de producten en risico’s goed begrijpen. Educatie is daarbij van groot belang. De optiebeurs heeft in haar 35 jarig bestaan daar altijd veel aandacht aan gegeven. Dit lijkt ‘een inkopper’ maar is essentieel voor een goed vertrouwen in de markt.

 

Volgende interview: Alan van Griethuysen versus Jelle Elzinga
Vorige interview: Willem Meijer versus Koen Beentjes