Jaap Prinsen Geerligs versus Jeroen Verriet

Jeroen VerrietJaap Prinsen Geerligs

 

Jaap Prinsen Geerligs (Balans) interviewt Jeroen Verriet (De Rendtmeesters)

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

Als kind was ik al buitengewoon geïnteresseerd in beleggen en wist ik dat ik daar mijn beroep van wilde maken. Na mijn HEAO-studie ben ik in 1996 gaan werken voor de private banking tak van één van de Nederlandse grootbanken. Daar heb ik in twaalf jaar tijd verschillende functies gehad op beleggingsgebied, voor het laatst op de afdeling waar het beleggingsbeleid bepaald werd.

Gaandeweg merkte ik dat de cultuur binnen de bank steeds verder veranderde in een richting waar ik niet langer achter kon staan. In 2008 heb ik daarom ontslag genomen en ben ik samen met een oud-collega een ‘family office’ begonnen. Hier kan ik mij weer echt richten op de belangen van de klant.
 

2. Hoe kunnen beleggers volgens jou omgaan met de huidige lage rentestand?

De lage rente is al een aantal jaren een uitdaging voor het risicomijdende deel van een portefeuille. Wat mij opvalt, is dat veel vermogensbeheerders in hun zoektocht naar rendement steeds meer risico’s opzoeken. Ik zie in de meeste portefeuilles de belangen in bedrijfsleningen (zowel met goede als minder goede debiteurenkwaliteit) en opkomende markten obligaties de laatste jaren steeds verder toenemen. Laten we niet vergeten dat we het hier hebben over het risicomijdende deel van de portefeuille. Daarnaast zullen ook deze risicovollere obligaties in koers dalen wanneer de rente gaat stijgen. Juist dit koersrisico kan de komende jaren voor vervelende verrassingen zorgen.

Een eenvoudige manier om dit risico te vermijden is liquide gaan. Een spaarrekening is immers in essentie een bankobligatie zonder renterisico. Dat het rendement na belasting en inflatie negatief is, zullen we dan voor lief moeten nemen. Dat is nog altijd beter dan een fors koersverlies op obligaties. Uiteraard dient iedere belegger, al dan niet met zijn adviseur, te bepalen hoe hij in zijn situatie het beste kan omgaan met de lage rente. Ik raad in ieder geval aan om goed te letten op de bandbreedtes die vermogensbeheerders hanteren in hun standaard profielen. Die zijn vaak zo smal, dat de beheerder verplicht wordt om minimaal een fors bedrag in obligaties te beleggen, terwijl ook hij daarin onvoldoende rendementskansen ziet.
 

3. Welke selectiecriteria hanteren jullie bij de keuze voor een passende vermogensbeheerder?

Het allerbelangrijkst vinden wij een degelijke en vooral consistente beleggingsstrategie, die past bij de wensen, doelstellingen en persoonlijkheid van de belegger. Een goede uitvoering van dat beleid is natuurlijk ook belangrijk. Als de beheerder bijvoorbeeld goede verwachtingen heeft van Amerikaanse aandelen, dan wil ik dat ook in de portefeuille terugzien. Dat klinkt vanzelfsprekender dan het in praktijk vaak blijkt.

Daarnaast kijken wij grondig naar de risico’s. We meten de risico’s die horen bij de gekozen strategie en beoordelen in hoeverre deze passen bij de doelstellingen die de klant heeft geformuleerd. Rendementen uit het verleden zijn daarbij minder relevant. Als de strategie en de risico’s op orde zijn, dan volgt daaruit vanzelf het rendement dat daar bij hoort.

En uiteraard kijken we naar de kosten. Niet alleen naar de zichtbare, maar vooral ook naar de onzichtbare kosten. Natuurlijk mag een goede vermogensbeheerder goed worden betaald, maar kosten zijn een sterk onderschatte factor in het te behalen rendement.
 

4. Je ziet tegenwoordig door de bomen het bos niet meer in de financiële wereld; hoe belangrijk is een vertrouwenspersoon dan?

Financiële zaken worden steeds complexer, al is het maar door steeds verder toenemende wet- en regelgeving. Gevolg is dat adviseurs zich meer en meer specialiseren. Vermogenden hebben daardoor tegenwoordig een klein leger aan specialistische adviseurs om zicht heen; bankiers, vermogensbeheerders, accountants, fiscalisten, notarissen, enzovoort. Buiten dat velen van hen ook andere belangen dienen dan alleen die van de klant, richten zij zich uitsluitend op hun deel van de materie. Je kunt dan echt niet zonder een generalist, die ervoor zorgt dat al deze specialisten excelleren in hun vakgebied en die bewaakt dat zij hun bijdrage leveren aan het grote geheel.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Beleggen is een middel, geen doel. Dat klinkt als een open deur, maar niets is minder waar. Begin met het formuleren van het doel van het vermogen, zo mogelijk over meerdere generaties. Pas vervolgens de structuur van het vermogen aan dat doel aan. Kan ik mijn vermogen het best in privé aanhouden of in een vennootschap? Biedt een VBI misschien mogelijkheden? Hoe past mijn hypotheek in dit plaatje? En mijn onderneming? Hoe kan ik mijn (klein)kinderen betrekken bij het vermogen, zonder dat dit hun autonome ontwikkeling in de weg staat? Wie heeft er overzicht, inzicht en zeggenschap als mij iets overkomt?

Het stellen en beantwoorden van deze vragen kan veel meer opleveren dan een procentje meer of minder rendement op de beleggingen. Bovendien levert het emotionele rust op. Dat is rendement dat niet in geld is uit te drukken.
 

Volgende interview: Jeroen Verriet versus San Lie
Vorige interview: Nico Inberg versus Jaap Prinsen Geerligs