Intake bij vermogensbeheer en beleggingsadvies

afbeelding van Jaap Penders

Een bank neemt doorgaans vóór het verlenen van een beleggingsdienst een intake bij haar klant af. De intake gebeurt meestal aan de hand van een vragenformulier waarop antwoorden kunnen worden aangekruist, in combinatie met een gesprek met de klant. De antwoorden moeten de bank inzicht geven in de situatie en wensen van de klant. De inventarisatie van klantinformatie en daarmee het klantbeeld is van groot belang voor de beleggingskeuzes.
 

Ken uw klant

Bij beleggingsadvies of vermogensbeheer zal de bank de persoonlijke situatie van de klant meer diepgaand moeten uitvragen. De ingewonnen informatie moet vervolgens worden gebruikt bij haar dienstverlening. Deze informatie betreft de financiële situatie, beleggingsdoelstelling, risicobereidheid, kennis en ervaring van de klant, ook wel het ken uw klant beginsel genoemd.

De beleggingsportefeuille moet aansluiten bij de ingewonnen informatie en passen bij de individuele klant. De Autoriteit Financiële Markten heeft geconstateerd dat het klantbeeld niet altijd duidelijk is voor de bank. Zij heeft daarom na onderzoek van de werkwijze van banken en vermogensbeheerders inzicht gegeven hoe een klantinventarisatie uitgevoerd zou kunnen worden.1
 

Te risicovol beleggen

Een onjuiste intake kan leiden tot te risicovolle beleggingen of beleggingen die niet passen bij de situatie en wensen van de klant. Een voorbeeld daarvan is een uitspraak van de Geschillencommissie van het KiFiD van 21 juni 2016 die ik zal bespreken.2
 

Vaststelling risicoprofiel en asset allocatie

In september 2007 heeft een 30-jarige klant € 50.000 in beheer gegeven om te beleggen. Op basis van een vragenlijst is het risicoprofiel vastgesteld op matig defensief tot matig offensief. Dit was de middelste van in totaal drie risicoprofielen die de vermogensbeheerder hanteerde. De klant wenste een rendement van 5% per jaar en had een beleggingshorizon van meer dan 10 jaar.

De effectenportefeuille zou voor 100% worden opgebouwd uit aandelen, waarvan 20% zou worden belegd in specials, onbekende exotische buitenlandse bedrijven die ondergewaardeerd zouden zijn. De waarde van de portefeuille eind 2008 was € 13.737 en per 1 juni 2016 € 11.030. In juni 2016 heeft de klant het vermogensbeheer geëindigd. De klant klaagt dat de vermogensbeheerder niet in overeenstemming met het risicoprofiel heeft belegd en dat teveel risicovolle aandelen zijn gekocht.
 

Tegenstrijdigheden

De geschillencommissie oordeelt dat de antwoorden van de vragen op de vragenlijst tegenstrijdig zijn. De klant had als beleggingsdoel vermogensgroei gekozen, maar anderzijds had hij aangekruist dat 50% van het belegd vermogen bedoeld was om te beleggen voor specifieke doelen zoals pensioen.

Daarnaast oordeelt de commissie dat gezien de beleggingshorizon van meer dan 10 jaar, de neerwaartse risicoacceptatie van 20% en de leeftijd van de klant, een belegging van 100% in aandelen in principe passend kan zijn. Echter, het volledig beleggen in aandelen vond de commissie niet rijmen met het neutrale risicoprofiel. Ook was niet duidelijk wat de verschillende risicoprofielen betekenden voor de asset allocatie.

Voorts bracht de belegging in Specials valutarisico’s met zich mee. De vermogensbeheerder heeft de klant niet in niet mis te verstane bewoordingen daarvoor gewaarschuwd. Daarnaast had de vermogensbeheerder nagelaten de portefeuille periodiek in overeenstemming te brengen met de overeengekomen asset-allocatie waardoor de belegging in Specials niet 20% van het vermogen, maar 50% (€25.000) bedroeg.
 

Schadevergoeding

De commissie stelt vast dat de overmatige belegging in Specials tot een verlies van € 25.000 had geleid. Zij wijst € 25.000 als schadevergoeding aan de klant toe.
 

Tips over de intake

Een goede intake is van belang voor een juist klantbeeld. Door de intake krijgt de vermogensbeheerder de kans om de klant te leren kennen, zodat de beleggingen en daarmee de risico’s op de wensen van de klant kunnen worden afgestemd. Bij tegenstrijdige antwoorden moet de vermogensbeheerder doorvragen om de wensen duidelijk te krijgen. De beleggingsuitgangspunten moeten vervolgens in het dossier worden vastgelegd. Tot slot moet de vermogensbeheerder periodiek controleren of de situatie van de klant en daarmee zijn uitgangspunten zijn gewijzigd.
 

1Zie het handreikingsdossier klantinventarisatie van april 2015: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2015/apr/handvatten-beleggers
2 Geschillencommissie KiFiD d.d. 21 juni 2016, nr. 2016-276.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: