Hoge Raad (A-G) over onderzoeksplicht bij vermogensbeheer

afbeelding van Jaap Penders

In juridische procedures over aansprakelijkheid van een vermogensbeheerder gaat het vaak over de vraag of de vermogensbeheerder het risicoprofiel wel juist heeft vastgesteld en of een belegging past binnen het risicoprofiel van de cliënt. Ook de spreiding van het belegd vermogen kan discussie opleveren als sprake is van een overweging van het belegd vermogen in één bepaalde sector of één bepaald fonds. Al deze ingrediënten komen samen in een zaak waarover de Hoge Raad heeft beslist.1
 

Feiten

Een Duitse particuliere cliënt heeft, in 2003, via Staalbankiers voor € 500.000 belegd in een beleggingsfonds. In juli 2007 verkoopt hij deze belegging. In november 2007 koopt hij voor € 250.000 diverse beleggingsfondsen terug.

Voor de overige € 250.000 sluit hij een vermogensbeheerovereenkomst met Staalbankiers. Daarbij wordt belegd in het product Staalbankiers Garantiebeheer, dat alleen belegt in een gestructureerd product van Lehman Brothers Treasury Co. B.V. Staalbankiers heeft het kredietrisico op Lehman Brothers Holding Inc. (‘Lehman’) in de verstrekte informatie vermeld. Lehman had destijds een A+ rating.

Voorafgaand aan het sluiten van de vermogensbeheerovereenkomst heeft Staalbankiers een gesprek met de cliënt gevoerd en heeft zij een vragenlijst ingevuld dat door de cliënt is ondertekend. De cliënt koos, aan de hand van een vragenlijst, voor een offensief beleggingsprofiel. Zijn doel was algemene vermogensgroei en hij had een beleggingshorizon van 10 jaar. Het beheerde vermogen was tussen 10% en 25% van zijn vrij belegbaar vermogen.

In 2008 gaat Lehman failliet. De cliënt verliest € 200.000 op zijn belegging in Lehman notes. Hij klaagt dat Staalbankiers geen cliëntprofiel heeft opgesteld en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn beleggingsdoelstelling. Hij eist schadevergoeding van Staalbankiers.
 

Rechtbank en Hof

De rechtbank oordeelde dat het belegd vermogen in het product Staalbankiers Garantiebeheer een pensioenbestemming had. Het lag volgens de rechtbank voor de hand dat de cliënt een pensioendoelstelling had. De cliënt was zelfstandig ondernemer, zijn beleggingshorizon was tot zijn 63e jaar en de € 500.000 was vrijgevallen uit een levensverzekering. De rechtbank achtte de belegging van € 250.000 in Lehman notes onvoldoende gespreid en daarmee onzorgvuldig. De rechtbank wees de vordering van de cliënt toe.

Het Hof daarentegen wees de schadevergoedingsvordering af. Zij oordeelde dat de cliënt niet aan Staalbankiers kenbaar had gemaakt dat hij voor zijn vermogen van € 500.000 verschillende doelen had. Het Hof oordeelde dat Staalbankiers de cliënt mocht houden aan de vermogensgroei doelstelling.

Ook wijst het Hof de aansprakelijkheid wegens onvoldoende spreiding van de belegging af. Het risico dat zich heeft verwezenlijkt betrof het insolventierisico. Het Hof oordeelde dat Staalbankiers voldoende voor het insolventierisico had gewaarschuwd. Daarbij had Lehman sinds 2005 een A+ rating en volgens onafhankelijke instanties een zeer goede kredietwaardigheid. Ook maakte het beheerde vermogen slechts een beperkt deel van het totaal vrij belegbare vermogen uit.
 

Cassatie bij Hoge Raad

De cliënt gaat tegen deze uitspraak in cassatie bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal van de Hoge Raad gaat in op de cassatieklachten.2 Ik bespreek drie interessante onderdelen daaruit.
 

Onderzoeksplicht en pensioendoelstelling

De Advocaat-Generaal geeft aan dat een vermogensbeheerder een zorgplicht heeft tegenover een particuliere belegger. Een onderdeel van deze zorgplicht is de onderzoeksplicht, waaronder de ken-uw-cliënt regel. Deze regel veronderstelt een eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. De cliënt moet zich verdiepen in de aangeboden informatie en heeft de verantwoordelijkheid om juiste informatie te verstrekken.

In de praktijk wordt aan de onderzoeksplicht gevolg gegeven door middel van een vragenlijst en een persoonlijk gesprek. Per geval moet worden beoordeeld of daarmee voldoende onderzoek is verricht. De Advocaat-Generaal oordeelde dat Staalbankiers af had mogen gaan op de beleggingsdoelstelling zoals ingevuld op het vragenformulier en geen rekening hoefde te houden met een pensioendoelstelling van de cliënt.
 

Onderzoek naar het begrip van cliënt over de overeenkomst 

De Duitse cliënt had bij de rechtbank en het Hof aangegeven dat hij de documenten blind had getekend, omdat hij de Nederlandse taal niet machtig was. De vraag rijst of Staalbankiers vast had moeten stellen of de cliënt de documenten begreep of dat zij er van uit mocht gaan dat de cliënt de documenten kon begrijpen.

De Advocaat-Generaal antwoordt dat in het algemeen de bank er vanuit mag gaan dat haar cliënten in staat zijn om kennis te nemen van Nederlandstalige documenten. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat de bank daar niet zonder meer vanuit kan gaan. De Advocaat-Generaal geeft aan dat er in beginsel geen plicht op de bank rust om te informeren of de cliënt het begrijpt als de bank geen reden had om te twijfelen dat haar cliënt de documenten kon begrijpen.

Volgens de Advocaat-Generaal hoefde het Hof, in het licht van de omstandigheden, niet te oordelen dat op Staalbankiers een onderzoeksplicht rustte om te vergewissen of de cliënt wel begreep wat hij tekende. De cliënt had namelijk nooit om vertalingen van documenten gevraagd en had in besprekingen ook niet aangegeven dat hij de inhoud van de documenten niet begreep. Bovendien bewees de cliënt niet welke vragen van het vragenformulier onjuist zouden zijn beantwoord, doordat hij het niet begreep.
 

Spreiding

Het Hof oordeelde dat op Staalbankiers geen verplichting rustte om meer spreiding in de portefeuille aan te brengen. De cliënt vindt dit oordeel onvoldoende gemotiveerd en verwijst naar jurisprudentie van het Klachten Instituut Financiële Dienstverlening (‘KiFiD’). Het KiFiD oordeelde in andere zaken dat een belegging hoogstens voor een derde deel afhankelijk mag zijn van een debiteurenrisico dat geconcentreerd is op één debiteur.

De Advocaat-Generaal gaat niet mee met dit argument. Hij verwijst naar een arrest van de Hoge Raad inzake Theodoor Gillissen Bankiers.3 Uit dit arrest blijkt dat de vraag of sprake is van voldoende spreiding zich niet in zijn algemeenheid laat beantwoorden, maar afhankelijk is van tal van factoren. Dit moet van geval tot geval worden bekeken. Als maatstaf geldt dat het gevoerde beleggingsbeleid moet voldoen aan de eisen van een redelijk handelend en redelijk vakbekwaam vermogensbeheerder.

De Advocaat-Generaal oordeelt dat Staalbankiers de portefeuille niet hoefde te spreiden. Hij verwijst naar de omstandigheden die het Hof had aangedragen voor haar oordeel. Lehman beschikte over een A+ rating, waarbij onafhankelijke instanties Lehman een goede kredietwaardigheid toeschreven. Daarnaast mocht Staalbankiers uit gaan van een offensief profiel. Tot slot was het belegd vermogen slechts een beperkt deel van het beschikbare vrij belegd vermogen, zodat verdere spreiding niet nodig was.

De Advocaat-Generaal adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgt dit advies. De cliënt moet daarmee het verlies van € 200.000 zelf dragen.
 

Conclusie

De Advocaat-Generaal belicht in zijn conclusie de onderzoeksplicht van de bank en de eigen verantwoordelijkheid van de belegger. De vragen of een vermogensbeheerder voldoende onderzoek heeft verricht en nadere vragen had moeten stellen over de beleggingsdoelstelling laat zich in zijn algemeenheid niet beantwoorden. Ook de vraag of een portefeuille voldoende gespreid is niet. De open norm van een redelijk handelend en vakbekwaam vermogensbeheerder geldt. De omstandigheden van het geval bepalen of aan deze norm is voldaan.
 

Tip!

Een goede intake voorafgaand aan het vermogensbeheer is noodzakelijk voor een goede dienstverlening.4 Bij een juridisch geschil met een cliënt is het analytisch vermogen om vast te stellen welke omstandigheden relevant zijn en wat een processuele positie is noodzakelijk. Bent u vermogensbeheerder? Dan help ik u graag daarbij.
 

1  Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2117.
2  De Advocaat-Generaal adviseert de Hoge Raad hoe te oordelen. De Hoge Raad kan dit opvolgen of anders oordelen.
In deze zaak was er in de adviesportefeuille een overweging in ICT aandelen. De Hoge Raad aanvaardde dat een overwegende belegging in aandelen ook bij een gedeeltelijke pensioendoelstelling passend kon zijn.
4  Zie ook Intake bij vermogensbeheer en beleggingsadvies


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: