Effectenkrediet

afbeelding van Jaap Penders

Voor de kredietcrisis werd veelal met geleend geld belegd. In februari 2014 berichtte de Volkskrant dat beleggers weer meer gebruik maken van effectenkrediet, een vorm van beleggen met geleend geld.1 In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 februari 2014 komt de zorgplicht van een bank bij effectenkrediet aan de orde. Ik bespreek na een korte uitleg over effectenkrediet deze uitspraak.2
 

Wat is effectenkrediet?

Effectenkrediet is een doorlopend krediet met de effecten in de beleggingsportefeuille als onderpand. Het krediet is afhankelijk van de dekkingswaarde van de portefeuille3 en heeft een kredietmaximum. Bij het verlenen van effectenkrediet, ook wel bevoorschotting genoemd, wordt de effectenportefeuille aan de bank verpand.
 

Risico’s van een effectenkrediet

Met een effectenkrediet wordt, naast eigen vermogen, ook met krediet effecten gekocht. Bij een stijgende koers van de gekochte effecten kan met een effectenkrediet meer rendement worden behaald. Het daarmee gecreëerde hefboomeffect heeft ook een keerzijde bij een dalende koers.

Bij een waardevermindering van onderliggende fondsen daalt de dekkingswaarde van de effectenportefeuille. Bij een daling van de dekkingswaarde onder het kredietbedrag zal de bank de belegger verzoeken om geld bij te storten. Als de belegger in gebreke blijft zal de bank – als pandhouder – de effectenportefeuille van de belegger geheel of gedeeltelijk liquideren. De belegger blijft met een restschuld zitten, indien de opbrengst van de effectenportefeuille onvoldoende is om het krediet af te lossen. Een ander risico van effectenkrediet is dat het rendement op de belegging onvoldoende kan zijn om de betaalde rente op het krediet te compenseren.
 

Feiten

De uitspraak van de rechtbank Amsterdam gaat over een belegger die met een wijziging van dekkingsvoorwaarden werd geconfronteerd. Dit bleek uiteindelijk vergaande gevolgen te hebben.

Tussen een bank en een belegger bestaat een effectenkredietrelatie. De bank kondigt bij brief van 25 augustus 2011 aan dat zij de voorwaarden voor effectenkrediet per 26 september 2011 wijzigt. De wijziging betreft een eis tot spreiding van de beleggingsportefeuille. Bij een portefeuille die voor meer dan 25% uit eenzelfde effect bestaat verleent de bank over het meerdere slechts een krediet voor de helft van het reguliere dekkingspercentage. Door de wijziging gaat het dekkingspercentage van 70% naar 44% en ontstaat er een tekort van € 163.628. De bank verzoekt de belegger om dit tekort aan te zuiveren.

De effectenkredietovereenkomst bepaalt het volgende: ‘De bank heeft het recht om de voorwaarden te wijzigen. De wijziging gaat met onmiddellijke ingang in als marktomstandigheden daartoe aanleiding geven en anders binnen een redelijke termijn. Indien de klant niet akkoord gaat met de wijziging moet hij dit binnen drie weken aan de bank meedelen.’

De belegger heeft – door eigen toedoen – pas op 23 september 2011 kennis genomen van de brief en gewijzigde voorwaarden. Hij heeft daarop de bank verzocht om een uitstel van vier weken om het tekort aan te zuiveren. De bank heeft hem tot 3 oktober 2011 de tijd gegund. De belegger bleek niet in staat om het tekort aan te zuiveren. Op 21 oktober 2011 is de bank tot gedwongen verkoop overgegaan. De bank heeft de portefeuille in diverse tranches in een periode van één jaar verkocht. Uiteindelijk resteert een schuld van € 306.000. De belegger klaagt daarop de bank aan.
 

Klacht

De rechtbank verwerpt de klachten van de belegger dat de wijziging niet van kracht is geworden, omdat de belegger niet volgens de voorwaarden binnen drie weken heeft gereageerd. Tevens verwerpt zij dat geen geldig pandrecht op de beleggingsportefeuille is gevestigd en de bank niet gerechtigd is om tot verkoop van de portefeuille over te gaan.

De belegger klaagt dat de bank in redelijkheid geen beroep kan doen op de spreidingseis, omdat deze eis niet in zijn belang is. De bescherming van de belegger is juist het doel van de gewijzigde bevoorschotting, aldus de belegger. De rechtbank oordeelt dat niet vast is komen te staan dat de belegger tegen een te groot kredietrisico zou zijn beschermd, indien de bank de situatie ongewijzigd had voort laten duren. De portefeuille van de belegger bestond nagenoeg geheel uit 350.000 aandelen van een klein beursfonds. Het fonds was in feite een lege beurshuls zonder intrinsieke waarde.

Vervolgens verwijt de belegger de bank een schending van haar zorgplicht door hem te dwingen om op korte termijn zijn aandelenportefeuille in overeenstemming te brengen met de spreidingseis en hem geen uitstel te verlenen om het tekort aan te zuiveren. De rechtbank oordeelt dat de bank aan de belegger een redelijke termijn heeft gegeven. Na de brief van 25 augustus 2011 heeft de bank tot 21 oktober 2011 gewacht met het verkopen van de aandelen. Ook toen was er nog geen uitzicht op een concrete oplossing, zodat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar was dat de bank de gewijzigde bevoorschotting heeft geëffectueerd.

Voorts klaagt de belegger dat de bank hem niet had gewaarschuwd, toen hij 131.807 aandelen in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 21 september 2011 bijkocht. De rechtbank oordeelde dat op de bank geen waarschuwingsplicht rustte, omdat sprake was van een execution only relatie.4

Tot slot klaagt de belegger dat de bank de in de portefeuille opgenomen aandelen heeft gedumpt. Door het in grote aantallen verkopen van aandelen en het inleggen van bestensorders zou een te lage opbrengst zijn gerealiseerd. De bank heeft aan de hand van een transactie overzicht aangegeven dat de meeste transacties enkele honderden tot duizenden aandelen per keer waren. Daarbij heeft de bank een broker geïnstrueerd om met verkooplimieten te werken. Daarnaast stond vast dat het aandeel een illiquide fonds betrof, waar maar twee keer per dag in werd gehandeld. Bovendien heeft de verkoop van de 350.000 aandelen één jaar geduurd. De rechtbank oordeelde, gezien deze omstandigheden, dat de bank bij de verkoop voldoende zorgvuldig had gehandeld.
 

Slot

De bank heeft meestal het recht om de voorwaarden van dienstverlening te wijzigingen. Een dalende aandelenkoers, wijziging van dekkingsvoorwaarden of een beëindiging van een effectenkredietovereenkomst kan betekenen dat een belegger het krediet geheel of gedeeltelijk dient terug te betalen. Bij een krediet tot het maximale dekkingspercentage kan dit leiden tot gedwongen verkoop van de beleggingsportefeuille door de bank, met alle gevolgen van dien.
 

1 Zie het artikel in de Volkskrant van 20 februari 2014.
2Vonnis rechtbank Amsterdam d.d. 26 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1407.
3De dekkingswaarde kan verschillen per fonds. Als dekking worden alleen aandelen en obligaties meegenomen. Daarvan afgeleide producten zoals turbo’s en opties bieden gezien het risicoprofiel geen dekking. Immers, deze producten kunnen door de hefboomwerking sterk fluctueren en geheel waardeloos aflopen.
4Bekijk meer informatie over zorgplicht en execution only in de rubriek Beleggen en Recht. (toevoeging redactie BeursEffecten)


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: