Hoe werkt een life cycle fonds?

afbeelding van Jeroen Brenninkmeijer

Voor beleggers die sparen naar een bepaald einddoel, vaak (aanvullend) pensioen of het aflossen van de hypotheek, wordt steeds vaker een “life cycle fonds” aanbevolen. Het zit inmiddels in veel pensioenverzekeringen, soms zonder dat de begunstigde precies weet wat dit inhoudt. Ook zijn verzekeraars overgegaan om bestaande beleggingen om te zetten naar life cycle fondsen. Ze sturen dan wel netjes een briefje, maar veel mensen zullen niet echt hierbij stilstaan en het voor kennisgeving aannemen.

Voor de zomervakantie een simpele uitleg over de werking van life cycle fondsen en de voor- en nadelen van een dergelijke belegging. Vooral omdat het alles behalve beleggingen zijn, waar je geen omkijken naar hebt.
 

Wat is een life cycle fonds?

In een life cycle fonds wordt belegd in diverse vermogenscategorieën zoals aandelen en obligaties, maar ook vaak grondstoffen, onroerend goed fondsen en zelfs bijzondere categorieën als High Yield obligaties of staatsleningen van opkomende landen.

Afhankelijk van de looptijd is de verdeling eerst offensief. Naarmate de beleggingshorizon van de belegger korter wordt, belegt het fonds minder risicovol. Over die “afbouw” van het risico worden overigens nogal wat kanttekeningen gemaakt. Daarover later meer.
 

Achtergrond

De life cycle fondsen zijn zeker niet nieuw, maar nemen de laatste jaren enorm toe in omvang. Hiervoor zijn een aantal redenen. Allereerst de toenemende aandacht op zorgplicht. Vroeger werden fondsen vooral verkocht op basis van de succesfactor; namelijk een zo hoog mogelijk rendement. Maar deze fondsen bleken vaak het karakter van een vuurpijl te hebben: een snelle vlucht omhoog, een prachtig spektakel op het hoogtepunt en daarna een onzichtbare val terug naar beneden. Nu schrijft de pensioenwet voor dat aanbieders van pensioenverzekeringen de klant moeten wijzen op de looptijd van de beleggingen in relatie tot het risico. Het gemakkelijkste voor deze grote instanties is uiteindelijk om voor iedereen in hetzelfde format te beleggen, en het risico “beheersbaar” blijft. Bovendien zijn de kosten dan ook veel lager voor het bedrijf. Helaas wordt deze kostenbesparing maar heel beperkt doorberekend aan de klanten.
 

Beleggingsstrategie

Een typisch life cycle fonds, met een looptijd > 15 jaar, is behoorlijk offensief. Men belegt vaak wereldwijd in aandelen, voegt voor inflatiebescherming grondstoffen toe, heeft vaak een voorkeur voor risicovollere obligaties en onroerend goed. Zodra de einddatum dichterbij komt, gaan de beleggingen steeds meer richting defensieve vastrentende waarden (staatsobligaties) en cash. Zodoende ontstaat er richting het einde van de looptijd een vrij voorspelbare kasstroom en zodoende minder risico door beperkte koersbewegingen vlak voor de einddatum. De laatste jaren zien we dat fondsen in de eindfase (< 5 jaar) vrijwel het hele kapitaal in langlopende staatsleningen gaan beleggen. Dat is op het eerste oog een risicovollere ontwikkeling, want obligaties met een langlopende rente zijn juist erg koersgevoelig voor rentebewegingen.
 

Bescherming tegen de rekenrente

De keuze voor langlopende obligaties is ingegeven door de lage rente van de recente jaren. Voor de aankoop van een pensioen is de rekenrente van belang. Simpel gezegd kan men bij een lage rentestand een veel lagere pensioenuitkering kopen dan bij een hoge rentestand met hetzelfde opgebouwde kapitaal.

Door de life cycle fondsen in langlopende obligaties te beleggen, ben je eigenlijk (beschermd) gehedged tegen een lage rente. Want juist langlopende obligaties stijgen hard in koers als de rente daalt. Andersom geldt het dus ook, als de rente stijgt, daalt je pensioenvermogen, maar kan je wel meer “pensioen kopen”.
 

Regelmatig checken blijft noodzakelijk!

De vraag is of dit in alle omstandigheden goed gaat werken en al helemaal of de mensen die beleggen in deze life cycle fondsen ook daadwerkelijk het vermogen gebruiken voor de aankoop van een uitkerende lijfrente. Het is dus goed om bij deze fondsen te kijken naar de strategie van de afbouw. Als je bijvoorbeeld een dergelijk fonds gebruikt voor de aflossing van de hypotheek of voor de financiering van de studiekosten, heb je geen of nauwelijks profijt van langlopende staatsobligaties op de einddatum. Het vermogen kan dan in de laatste jaren nog veel te hard fluctueren en dat kan ervoor zorgen dat het beoogde kapitaal bij de einddatum toch niet wordt behaald.

Het advies is dus om juist deze “voorverpakte” oplossingen goed te beoordelen of ze passend zijn bij de doelstelling. Een expert heeft maar weinig tijd nodig om een eventuele “mismatch” voor u te achterhalen. Bovendien is het zinvol om bij veranderende regelgeving deze fondsen in de gaten te houden. Wordt er immers getornd aan de rekenrente, dan zijn de huidige oplossingen wellicht niet meer passend.

Kortom, het lijkt allemaal prachtig, die automatische beleggingsoplossingen, maar een regelmatige check kan vervelende verrassingen voorkomen.


Jeroen Brenninkmeijer is partner en vermogensbegeleider bij MJR Advies (www.mjradvies.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. Deze column is bedoeld als achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op de financiële markten en de regelgeving. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en is geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. MJR Advies houdt zich niet bezig met het aanbevelen van beleggingen of beleggingsproducten en heeft bedrijfsmatig geen beleggingsposities. Eventueel vermelde financiële instrumenten dienen puur als voorbeeld en zijn nooit bedoeld als aanbeveling. Raadpleeg meer bronnen en neem zelf uw beslissingen. MJR Advies is niet vergunningplichtig en biedt onafhankelijke financiële ontzorging voor ondernemers en vrije beroepsbeoefenaren.


Ook interessant: