Hoe ver reikt de waarschuwingsplicht van een vermogensbeheerder?

afbeelding van Jaap Penders

Financiële instellingen hebben een zorgplicht jegens hun cliënt, die afhangt van de aard van de dienstverlening. De zorgplicht bestaat bij effectendienstverlening uit een onderzoeksplicht1 en een informatieplicht. De informatieplicht kan bestaan uit een waarschuwingsplicht of zelfs een ontradingsplicht. In een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam komen de waarschuwings- en ontradingsplicht aan de orde.2 Ik schets kort de feiten die tot de oordelen hebben geleid.
 

Uitgangspunten

Een cliënt had sinds het jaar 1998 een hypotheek bij Delta Lloyd (de ‘bank’). In september 2002 is tussen de cliënt en de bank een effectenkredietovereenkomst overeengekomen, nadat de cliënt had aangegeven over extra krediet te willen beschikken. De bank was bereid dit krediet te verlenen, indien de cliënt zijn effectenportefeuille bij haar onderbracht.

De cliënt koos, na het invullen van een vragenformulier, voor vermogensbeheer volgens een gematigd offensief risicoprofiel. De cliënt verklaarde daarbij het te beleggen vermogen niet nodig te hebben voor pensioen of levensonderhoud. Hij beschikte over een vermogen van ongeveer 74 miljoen euro.
 

Defensief beleggen met geleend geld

In de jaren 2003 tot en met 2005 werd voornamelijk in obligaties belegd. Daarbij werd een defensief risicoprofiel gekozen, omdat de cliënt ook bij andere financiële instellingen een effectenportefeuille had. In 2004 was overeengekomen om een beperkt deel van het vermogen te beleggen in hedgefondsen. De bank heeft in diverse besprekingen uitleg over hedgefondsen gegeven.

De resultaten van de effectenportefeuille over de jaren 2003 tot en met 2005 waren nauwelijks toereikend om de rentelasten van het krediet te dekken. Na een gesprek met de bank daarover, heeft de cliënt in mei 2006 besloten zijn portefeuille ingrijpend te wijzigen. De cliënt koos voor vermogensadvies met een offensief profiel in plaats van vermogensbeheer met een defensief profiel. Daarbij had de cliënt aangegeven de aanwezige hedgefondsen in zijn portefeuille te willen continueren.

In 2007 is de beleggingsportefeuille weer in beheer genomen, waarbij een gematigd offensief risicoprofiel was overeengekomen. In de vermogensbeheerovereenkomst was het beleggen in hedgefondsen beschreven. In 2012 heeft de cliënt het vermogensbeheer beëindigd.
 

De klacht

De bank zou hebben nagelaten te waarschuwen voor de risico’s van de offensieve beleggingen. Daarbij zouden hedgefondsen niet passen bij zijn defensieve profiel. Het verlies op de geheel verloren gegane investering in hedgefondsen bedroeg € 600.000.
 

De waarschuwingsplicht

De rechtbank oordeelde dat het beleggen met geleend geld een eigen keuze van de cliënt was. De cliënt had gekozen voor een meer aanvallende strategie met hedgefondsen, nadat de bank hem had voorgelicht over de complicerende combinatie van een defensief profiel en beleggen met geleend geld. Daarbij kon de cliënt in de procedure onvoldoende aannemelijk maken waarom de uitleg over de hedgefondsen onjuist was, of onvoldoende was voor een goed inzicht in de te maken beleggingskeuze. Ook had de cliënt een groot vermogen en was hij in staat de risico’s te dragen. De rechtbank oordeelde dat de bank met de verstrekte informatie heeft voldaan aan haar waarschuwingsplicht, omdat deze eindigt waar de klant de voor hem inzichtelijke risico’s heeft aanvaard of de bank daarop redelijkerwijs mocht vertrouwen.3
 

De ontradingsplicht

De ontradingsplicht speelt alleen in gevallen van bijzondere risico’s, die voor de desbetreffende cliënt niet zijn te voorzien, maar voor een vermogensbeheerder wel. De rechtbank oordeelt dat van een dergelijke situatie geen sprake is. Van de cliënt mocht worden verwacht dat deze bewust was van de rente op de lening en dat hij de lening op enig moment terug moest betalen. Het risico dat de cliënt nam, was dat de belegging niet voldoende zou renderen om zijn rentelasten te kunnen compenseren of zelfs zodanig in waarde zou kunnen dalen, dat de cliënt de lening uit andere middelen zou moeten terugbetalen. De cliënt had onvoldoende gesteld dat dit een risico was die hij niet had begrepen of gezien zijn vermogen niet zou kunnen dragen. De vorderingen van de cliënt werden daarom afgewezen.
 

Tip!

De waarschuwingsplicht van de vermogensbeheerder eindigt daar waar de cliënt de voor hem inzichtelijke risico’s heeft aanvaard. Als vermogensbeheerder dient u uw cliënt informatie te verstrekken over de risico’s van beleggingsproducten en te vergewissen of uw cliënt de risico’s begrijpt en aanvaardt.
 

1  Dit is de zogenaamde ken uw cliënt regel, waarbij de bank informatie over de beleggingsdoelstelling, kennis en ervaring, financiële positie en risicobereidheid van de cliënt moet inwinnen.
2  Vonnis rechtbank Amsterdam 13 mei 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:2557).
3  Zie ook rechtbank 's-Hertogenbosch d.d. 27 november 2013 (ECLI: RBOBR: 2013:6704.) alsmede het artikel van mr. Jan Koekoek: Wat betekent waarschuwen eigenlijk?

 


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: