Omgaan met eigenwijze beleggers

afbeelding van Jaap Penders

De zorgplicht van een beleggingsadviseur strekt ertoe de cliënt te beschermen tegen gevaren van zijn eigen lichtzinnigheid en eigenwijsheid. Wat moet een adviseur doen als de cliënt beleggingsadviezen in de wind slaat? Deze vraag zal ik aan de hand van een vonnis van de rechtbank Amsterdam behandelen.1 In de inleiding bespreek ik kort de verantwoordelijkheden van de adviseur en de cliënt.
 

Inleiding

De beleggingsadviseur moet ervoor zorgen dat zijn adviezen aansluiten bij de wensen van de cliënt. Daarvoor moet de adviseur zich onder meer op de hoogte stellen van beleggingsdoelstelling van de cliënt en/of de cliënt de risico’s kan en wil dragen. De cliënt is in een beleggingsadviesrelatie zelf verantwoordelijk voor zijn beleggingsbeslissingen. De juridische beoordelingsmaatstaf is of de adviseur in de gegeven omstandigheden heeft gehandeld als redelijk handelend en vakbekwaam adviseur.
 

De opbouw van de vermogensbeheer- en adviesportefeuille

In 1997 bezat de cliënt, toen 56 jaar oud, een aandelenportefeuille van 1,3 miljoen gulden. Naast deze beleggingen bij Theodoor Gilissen Bankiers (‘TGB’) bezat hij 28 duizend op naam geregistreerde aandelen Fortis en twee woningen vrij van hypotheek. De cliënt was fotograaf van beroep, maar zijn inkomsten waren niet toereikend om in zijn levensonderhoud te voorzien. Naast de beleggingsportefeuille had de cliënt een krediet bij TGB, die was ontstaan door verliezen in zijn fotografieonderneming.

De aandelenportefeuille werd verdeeld over twee effectenportefeuilles. TGB voerde het beheer over de eerste portefeuille met als doel vermogensgroei op lange termijn. De tweede portefeuille was een speculatieve adviesportefeuille, waarover de cliënt in overleg met TGB de regie voerde. Het beleggingsdoel van deze portefeuille was gericht op het genereren van een zo hoog mogelijk rendement. Naast deze doelstellingen zou cliënt vermogen aan de portefeuilles onttrekken om in zijn levensonderhoud te voorzien. TGB heeft op basis van de beleggingsdoelstelling en risicohouding een asset-allocatie met overwegend zakelijke waarden (aandelen) voorgesteld.
 

Inventarisatie en adviezen

In 2002 heeft TGB onder meer de beleggingsdoelstelling, de risicohouding en de beleggingshorizon van de cliënt opnieuw geïnventariseerd. Daarop bevestigde TGB voor de beheerportefeuille een offensief profiel, waarbij voor 80% in aandelen zou worden belegd en 20% in vastrentende waarden en/of liquiditeiten. Gedurende de dienstverlening heeft TGB gesproken over de financiële positie van de cliënt, waaronder zijn grote onttrekkingen voor levensonderhoud. Daarbij heeft TGB geadviseerd om uitgaven te beperken, de inkomsten uit fotografie te vergroten en onroerend goed te verkopen. De cliënt heeft deze adviezen, na overleg met zijn accountant, niet uitgevoerd.

In 2005 heeft TGB aan de 64e jarige cliënt een nieuw beleggingsvoorstel gedaan. De reden was onder meer het recentelijk overlijden van zijn moeder en de daarbij voor cliënt gewijzigde financiële positie. In dit voorstel heeft TGB de vermogensstructuur, inkomsten en uitgaven, beleggingskennis en risicohouding, doelstelling en beleggingshorizon geïnventariseerd. TGB stelt na de inventarisatie een gematigd defensieve portefeuille voor, die voor 80% zou worden gevuld met vastrentende waarden en 20% zakelijke waarden. TGB wijst er daarbij op dat een offensiever verdeling dan de voorgestelde verdeling gevolgen kan hebben voor het niet realiseren van de beleggingsdoelstelling en/of het te nemen risico. De cliënt heeft het beleggingsvoorstel niet geaccepteerd.

Daarnaast heeft TGB met de cliënt diverse malen besproken dat de spreiding in de portefeuille beperkt was en hem aangeraden om de overmatige positie in Fortis van ongeveer 40% af te bouwen. De cliënt volgde dit advies niet op. In mei 2008 adviseert TGB opnieuw om zijn belang in Fortis de komende jaren te verkopen. Op 13 juni 2008 verkoopt de cliënt al zijn Fortis aandelen. Hij wendt de opbrengst aan om het krediet af te lossen.

Een maand later geeft de cliënt aan dat hij, vanwege de koersdaling, weer Fortis aandelen wenst te kopen. Zijn adviseur bij TGB raadt dit af. De cliënt dringt aan op vervanging van de adviseur. Daardoor wordt in september 2008 een nieuwe adviseur aangesteld, maar ook hij adviseert negatief. De cliënt wenst niettemin toch Fortis stukken te kopen. De adviseur raadt hem daarop aan met een lager bedrag en minder risicovol in Fortis te investeren. De cliënt volgt dit advies op. In de periode daarna lijdt de cliënt aanzienlijk verliezen, met name in de adviesportefeuille en met name op de belegging in Fortis.
 

De klacht

In 2011 stelt cliënt TGB aansprakelijk en vordert hij € 800.000 schadevergoeding van TGB. Hij stelt onder meer dat het risicoprofiel onjuist is bepaald, de portefeuilles niet passend waren bij zijn situatie, dat TGB indringend had moeten waarschuwen voor het niet spreiden van de risico’s in de portefeuille door de Fortis positie en had moeten wijzen op de risico’s van beleggen met effectenkrediet.
 

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst alle klachten af. Zij oordeelt dat TGB aan de ‘ken uw cliënt’ regel ruimschoots heeft voldaan en daarbij de financiële situatie van de cliënt doorlopend in kaart heeft gebracht. De rechtbank oordeelde dat afhankelijkheid van het vermogen niet zonder meer betekent dat daarom alleen een defensief risicoprofiel passend kan zijn. Uit de feiten blijkt dat de cliënt een hoog rendement wenste en dat hij zich realiseerde dat daarbij een hoog risico hoorde. Daarbij was een belangrijk deel van het vermogen niet bij TGB ondergebracht.

Ook heeft cliënt het advies in 2005 om de portefeuille defensiever in te richten naast zich neergelegd. Hij luisterde niet naar het advies van TGB om voorzichtiger te beleggen of zijn onttrekkingen aan het vermogen te reduceren. De cliënt dacht, met op de achtergrond geadviseerd door zijn accountant, zijn financiële problemen anders op te lossen. De rechtbank oordeelt dat de cliënt niet heeft bewezen dat de portefeuilles niet passend waren.

Over de te beperkte spreiding oordeelt de rechtbank dat TGB er op heeft gewezen dat de cliënt relatief teveel aandelen Fortis bezat. De cliënt heeft niet bewezen dat hij ondanks deze waarschuwingen niet was doordrongen van het risico van een te beperkte spreiding. De rechtbank wijst ook het verwijt over het effectenkrediet af. De cliënt had geen geld geleend met het doel te beleggen. Het krediet was veroorzaakt door verliezen in de fotografieonderneming en omvangrijke onttrekkingen.
 

Omgaan met een eigenwijze belegger

De inventarisatie van de financiële situatie, de beleggingsdoelstelling en de risicobereidheid van een cliënt is een eerste belangrijke stap om een cliënt goed te kunnen adviseren. Daarbij is van belang actief navraag te doen over gewijzigde omstandigheden, bijvoorbeeld over wijzigingen in de financiële positie of risicobereidheid.

Bij gevoelens van onvrede van de cliënt kan de adviseur nagaan of er sprake is van gewijzigde omstandigheden die tot een wijziging van het risicoprofiel en daarmee de asset-allocatie van de portefeuille zou nopen. Daarbij kan de cliënt worden voorgehouden dat een gewijzigd risicoprofiel gevolgen kan hebben voor het halen van zijn beleggingsdoelstelling en/of meer risico’s met zich brengt.

Bij een eigenwijze belegger die adviezen niet opvolgt is het van belang om regelmatig gesprekken te hebben over de specifieke risico’s, al dan niet ontstaan door het niet opvolgen van de adviezen. Het is raadzaam om voor deze risico’s indringend schriftelijk te waarschuwen. Daarbij dient de adviseur, aan de hand van de kennis en ervaring van de cliënt en de gesprekken met cliënt, te verifiëren of de cliënt de risico’s aanvaardt en begrijpt. Een eigenwijze belegger is dan in staat om geïnformeerd een beleggingsbeslissing te nemen.
 

Conclusie

De juiste omgang met eigenwijze cliënten is het juist en doorlopend inventariseren van de situatie van de cliënt en het waarschuwen voor specifieke risico’s. Daarbij kan de reactie op koersdalingen een reden zijn om te verifiëren of de cliënt de risico’s aanvaardt. De adviseur dient daarbij te wijzen op specifieke risico’s en doet er verstandig aan om te wijzen op de risico’s van het niet opvolgen van adviezen. Dit kan ervoor zorgen dat de verantwoordelijkheid van uit de beslissingen voortvloeiende transacties op de cliënt blijft rusten.

1 Rechtbank Amsterdam d.d. 25 november 2015, ECLI:NL:RBAMS: 2015:8577


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: