Het einde van de Fortis zaak

afbeelding van Jaap Penders

In mijn column van augustus 2014 beschreef ik de aansprakelijkheidsprocedure van beleggers tegen Fortis en de Nederlandse Staat. De Hoge Raad heeft op 30 september arrest gewezen in de cassatieprocedure tussen beleggers en de Nederlandse Staat.1 Ik zal dit arrest bespreken, maar eerst jullie geheugen opfrissen.
 

Hoe zat het ook alweer?

Fortis beleggers eisten van Fortis en de Nederlandse Staat compensatie voor de door hen geleden koersverliezen. Zij vonden dat zij na de eerste reddingsactie van de Nederlandse, Belgische en Luxemburgse Staat in september 2008 waren misleid. De Nederlandse Staat (‘Staat’) had uitgesproken dat Fortis was gered. Fortis zelf had onjuiste positieve berichten gecommuniceerd. De financiële positie zou sterk zijn en ze zou de steun van 4 miljard euro van de Staat hebben ontvangen. Dit bleek achteraf niet juist. Nog geen week later moest Fortis door een tweede reddingsactie worden genationaliseerd. De aandelenkoers stortte daarop in.
 

De juridische procedures

In 2011 had de rechtbank Amsterdam de aansprakelijkheid van Fortis en de Staat afgewezen.2 In 2012 had de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam geconcludeerd dat sprake was van wanbeleid van het bestuur van Fortis. Deze beschikking, die door de Hoge Raad in 2013 is bevestigd, was goed bruikbaar bij de aansprakelijkheidsprocedure.

In de hoger beroepsprocedure oordeelde het Hof dat Fortis beleggers op het verkeerde been had gezet. Zij had de belegger onjuist en onvolledig geïnformeerd en daarmee onrechtmatig gehandeld. De Staat was niet aansprakelijk.3 Voor een uitgebreide samenvatting en achtergrond verwijs ik naar mijn column van 18 augustus 2014.4
 

Wat gebeurde er na de uitspraak?

FortisEffect is tegen de afwijzing van de aansprakelijkheid van de Staat in cassatie gegaan. Ook Ageas (de opvolger van Fortis) is tegen het oordeel van het Hof dat Fortis onrechtmatig heeft gehandeld in cassatie gegaan.

In maart 2016 heeft Ageas een schikking bereikt met een grote groep beleggers, onder aanvoering van de Vereniging van Effectenbezitters (‘VEB’). Ageas betaalt 1,2 miljard euro compensatie aan gedupeerde aandeelhouders. De schikking wordt in het kader van de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (‘WCAM’) ter goedkeuring voorgelegd aan het Hof Amsterdam. Het cassatieberoep is ondertussen opgeschort. Als het Hof de schikking goedkeurt, dan wordt de schikking algemeen verbindend en daarmee in principe voor ieder belegger bindend. De aansprakelijkheidsprocedure zal dan worden geëindigd.
 

Cassatie uitspraak tegen de Nederlandse Staat

In cassatie kan alleen worden geklaagd over het onjuist toepassen van een rechtsregel of het ontbreken van een deugdelijke motivering die een oordeel kan dragen. De feiten staan in cassatie vast en de Hoge Raad beslist niet over feitelijke oordelen.
 

Beoordelingscriterium

Het Hof had geoordeeld dat bij de vraag of van de uitlatingen van de Staat een onjuist of misleidend signaal te duchten is, moet worden uitgegaan van de vermoedelijke verwachting van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone belegger tot wie de uitlating zich richt of die zij bereikt. Tegen deze maatstaf was geen klacht gericht.

Wel werd geklaagd dat voor de minister bij zijn publieke taakvervulling een strengere maatstaf moest gelden. De Hoge Raad oordeelde dat de hoedanigheid waarin iemand informatie verspreidt moet worden meegewogen, maar dat dit niet leidt tot een verandering van de maatstaf zelf. Ook de klachten dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en belangen van aandeelhouders bij deze maatstaf betrokken hadden moeten worden werden afgewezen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit in zijn oordeel had betrokken.
 

Toepassing criterium

Ook de klachten over de concrete toepassing van de maatstaf zijn afgewezen. Het Hof had geoordeeld dat de minister niet steeds volledige informatie had verspreid, maar ook dat hiervan voor beleggers geen misleidend signaal van uitging. Daarbij werd de keuze van de minister om geen volledige informatie te verstrekken gerechtvaardigd door het belang van de stabiliteit van het financiële stelsel. Ook het oordeel van het Hof dat de minister bij informatieverstrekking aan de Tweede Kamer en het Kamerdebat niet het vertrouwen heeft gewekt dat de problemen bij Fortis waren opgelost achtte de Hoge Raad geen onbegrijpelijk oordeel.
 

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. Daarmee komt vast te staan dat de Nederlandse Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld bij de redding van Fortis. Met deze cassatie uitspraak en de bereikte schikking met Ageas komt waarschijnlijk een einde aan de Fortis zaak.

 

1  Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR 2016: 2213.
2  Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ 4815.
3  Hof Amsterdam 29 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS: 2014:3005.
4  Fortis handelde onrechtmatig tegenover aandeelhouders


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: