Goudcorrectie

afbeelding van Edward Loef

Op 2 september 2011 verscheen in Het Financieele Dagblad (FD) een artikel van ondergetekende chartist of er nu wel of geen sprake was van een zeepbel in de goudprijs. ‘Op basis van de technische analyse technieken en indicatoren zou ik zeggen van wel’ luidde de analyse.

Het FD-artikel is helaas niet meer opvraagbaar, maar de goudanalyse vraagt na de recente koersdaling om een update. We gaan even terug naar 2 september 2011. De goudprijs sluit op die handelsdag op $ 1876,90 en dat is nipt onder de recordslotstand van 22 augustus 2011 op 1891,90. Op 6 september werd intraday nog een koersniveau bereikt op $ 1923,70, maar de slotkoers eindigde onder de slotstand van 22 augustus 2011. De zeepbel werd doorgeprikt door te kijken naar de relatieve sterkte index (hierna afgekort ‘RSI’). Deze RSI wordt afgedrukt op een schaal van 0 tot 100, waarbij waarderingen boven 70 als ‘te duur’ worden aangemerkt. Wat bleek destijds? De 14-jaar’s RSI noteerde op 90,7 terwijl de RSI op kwartaalbasis een notering op 95,80 had. Zulke extreme waarden komen zelden voor. Op maandbasis noteerde de RSI bijna 80, terwijl op 19 augustus 2011 de RSI op weekbasis tegen de 84 noteerde. Dat was bij een weekslotnotering op $ 1852,20 en een RSI-waardering op dagbasis ook tegen de 84. Kortom, wanneer alle tijdvensters werden beoordeeld bleek er sprake van een overwaardering.

Op het moment van analyseren werd ook gekeken naar de actie-/reactie-ratio’s overeenkomstig de gulden snede. De ratio uit de wiskunde deelt en vermenigvuldigt opeenvolgende getallen met als gevolg dat in de reeks 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233 etc. de uitkomsten telkens de ratio’s 0,618 of 1,618 opleveren. Wanneer een rally in een beurskoers wordt gecorrigeerd eindigt de reactie vaak op 61,8% of 38,2% (= 100% - 61,8%) van de afgelegde afstand vanaf de bodem. De analyse destijds luidde dat op weekbasis in 1980 een recordprijs werd bereikt op $ 873 en een bodemniveau op $ 254,50 in 1999. De stijging sinds 1999 bedroeg dus $ 1597,70. De becijferde Fibonacci-ratio kwam hierdoor te liggen op $ 864,84 hetgeen overeenkomstig het vorige recordniveau uit 1980 bleek te liggen. Bij het analyseren werd ook gekeken naar de intraday koersen met een bodem op $ 253,20 in 1999 en top op $ 1917,90 (23 augustus 2011). De exacte Fibonacci-ratio kwam daarmee te liggen op $ 889,11. Volgens een naderhand bestudeerde koersgrafiek afkomstig van Commodity Chart Service, verzorgd door Commodity Research Bureau, bleek dat de top in 1980 op $ 895 werd gezet.

Goud, grafiek 40 jaar

Het 61,8% Fibonacci-retracement tussen de bodem in 1999 en 2011 bleek dus een foutmarge te hebben van slechts $ 5,89. De tijdrelatie blijkt achteraf minstens zo interessant. Met een top in januari 1980 en een top in augustus 2011 blijkt de bodem in juli/augustus 1999 op 61,8% van de tijdlengte te liggen. De zeepbel in de goudprijs blijkt begin september 2011 gebarsten en de ingezette correctie zou nu minimaal 38,2% moeten bedragen van de rally sinds 1999. Het koersdoel voor de goudprijs komt daarmee te liggen nabij $ 1285, maar $ 1100 of $ 900 (lees $ 889,11) is ook mogelijk als de correctie doorzet naar een 50% of 61,8% Fibonacci-retracement.
 

Auteur heeft op het moment van schrijven geen positie in goud.


Edward Loef is directeur van Loef Technische Analyse BV te De Meern, edwardloef.com

Deze column is geen advies.
Lees op hun site zijn disclaimer.


Ook interessant: