Het gevaar van de consensus

afbeelding van Erik Aalbers

Afgelopen weken werd mijn mailbox overstelpt met outlooks voor 2014 op het gebied van verwachtingen voor de financiële markten, aandelen en obligaties. Elk jaar weer tracht ieder zichzelf respecterende asset manager te ‘voorspellen’ in welke beleggingscategorieën we dit jaar moeten beleggen en waarin vooral ook niet.

2014 Research Cross Asset ViewsHet blijft een merkwaardig, maar toch ook boeiend fenomeen, dat elk jaar wel de nodige interessante inzichten oplevert. Zo ook dit jaar. In de hiernaast staande tabel, afkomstig van Blackrock, is de visie van 13 verschillen huizen opgenomen ten aanzien van aandelen en obligaties en binnen aandelen voor de verschillende regio’s.

Eén aspect valt direct op: er is een enorme brede consensus (unaniem) voor het beeld ten aanzien van aandelen en obligaties. Iedereen is positief (groen) over aandelen en negatief (rood) over obligaties.

Voor de verschillende regio’s binnen aandelen is het beeld wat meer verdeeld, al lijkt men per saldo negatief op opkomende markten en Aziatische aandelen en vooral positief over Europese aandelen en Japan.
 

Wat zegt dit ons?

Consensus is mooi, een unaniem oordeel in het algemeen ook. Een unanieme beslissing zorgt normaal gesproken voor een breed draagvlak en een overtuigende beslissing. En vaak is dat prettig, daar voelen we ons comfortabel bij. Op financiële markten is dit echter nog maar de vraag: een consensus kan ook het gevolg zijn van kuddegedrag of groepsgedrag.

Als veel beleggers positief zijn over iets, bijvoorbeeld de aandelenmarkt, dan is het voor anderen moeilijk om hier een tegenstrijdige mening over te hebben. Bovendien is het inderdaad zo dat in de meeste gevallen de meerderheid gelijk heeft. Dit heeft wel tot gevolg dat het moeilijker is om tegen de heersende mening in te gaan.

Maar naast kuddegedrag geldt in de financiële wereld ook de min of meer ongeschreven regel dat wanneer iedereen uitgaat van een bepaald scenario, zoals hierboven de positieve visie op aandelen, dit hoogstwaarschijnlijk niet uitkomt.

In zo’n situatie loont het om hiermee enigszins contrair (tegendraads) te handelen.
Contrair beleggen is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Mensen hebben dus de neiging om juist met de stroom mee te gaan. We storten ons liever met zijn allen de afgrond in dan dat we alleen, helemaal op ons zelf, in iets beleggen, met de kans dat het misgaat.

Voor contrair beleggen is overigens wel het nodige wetenschappelijke bewijs aanwezig. De basis achter contrair beleggen is psychologie en dus komen we hier op het gebied van behavioral finance. Beleggers hebben namelijk de neiging om op de langere termijn over te reageren, ze drijven koersen te hoog op bij positief nieuws en laten koersen te ver zakken bij negatief nieuws. Het kan dus lonen een contraire positie in te nemen om te profiteren bij een overreactie in de markt.

Naar mijn idee begint het erop te lijken alsof beleggers nu te eensgezind positief zijn op bepaalde markten, waarmee koersen hoog worden opdreven. Of het al te hoog is, is nog maar de vraag. Timing op financiële markten is en blijft ingewikkeld. Toch overweeg ik een contraire positie met in het achterhoofd de volgende quote van Bob Farrell (voormalig technisch analist bij Merrill Lynch):

“When all the experts and forecasts agree -- something else is going to happen.”


Drs Erik Aalbers RBA is als Senior Vermogensbeheerder verbonden aan “Andreas Capital” (www.andreas-capital.com) en is eigenaar van “Aalbers Financial Services”. Deze op persoonlijke titel geschreven column dient uitsluitend als achtergrondinformatie en is nadrukkelijk niet bedoeld als beleggingsadvies. Tevens is deze column geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. U neemt te allen tijde zelf uw beslissingen en bent daar alleen zelf verantwoordelijk voor.


Ook interessant: