Frank Brouwer versus André van Muijlwijk

André van MuijlwijkFrank Brouwer

 

Frank Brouwer (Luyben & Brouwer) interviewt André van Muijlwijk (SKAGEN)

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

In januari 1997 ben ik begonnen bij MeesPierson op de Coolsingel te Rotterdam. Tijdens mijn opleidingstraject kwam ik voor het eerst in aanraking met beleggingen tijdens mijn stage bij het Asia & Emerging Markets Committee, op de afdeling strategie & research in Amsterdam. De rode en groene cijfers hadden direct mijn interesse en ik wilde kunnen achterhalen wat de redenen van deze fluctuaties waren. Daardoor ben ik dan ook de VBA opleiding gaan volgen. Mijn belangstelling heeft overigens vanaf het begin af aan al bij beleggingsfondsen gelegen.
 

2. Behoudens in het jaar 2008 behaalt SKAGEN Global, omgerekend naar euro’s een outperformance ten opzichte van de MSCI World index. Kun je iets vertellen over de wijze waarop het fonds de outperformance behaald?

In de de laatste zestien jaar hebben we veertien maal de referentie index verslagen. Naast 2008 wat je noemde, deden we het ook in 2011 iets minder dan de MSCI AC World. Ten grondslag aan onze outperformance ligt onze beleggingsfilosofie. Deze filosofie heeft in al onze fondsen geleid tot lange termijn rendementen waar we best trots op mogen zijn. De basis is dat we een duidelijke focus hebben in wat we doen. Ons aanbod beperkt zich tot 4 aandelenfondsen en 2 obligatiefondsen. SKAGEN is een bottom up value belegger met een lange termijn benadering. Ons active share ligt structureel boven de 90 en de omzet in de portefeuilles is laag. Onze absolute eis is dat een belegging ondergewaardeerd moet zijn volgens onze eigen berekening. Het lastige hierbij is dat 90% van deze mogelijke investeringen terecht een lage waardering heeft. Ons doel is om die 10% te vinden die onterecht undervalued is.

Ons jachtterrein ligt vaak bij de bedrijven die unpopular en underresearched zijn. Vandaar dat wij ons proces aanduiden met de 3 U’s. Hierbij hanteren wij brede mandaten omdat wij niet gehinderd willen worden door grenzen en hebben wij vaak een contraire visie. Als iedereen namelijk positief is, worden wij achterdochtig en als iedereen negatief is worden wij nieuwsgierig.
 

3. De afgelopen maanden hebben de belangrijkste valuta’s onderling sterk bewogen. Men spreekt zelfs over een “valutaoorlog”. Wat is jouw mening hierover en wat is je visie over valutahedging in wereldwijd gespreide (aandelen)portefeuilles?

In principe geloof ik niet in valuta hedging. Diverse studies hebben aangetoond dat op de langere termijn het niet uitmaakt en kost valuta hedging dus rendement. Bovendien moet je gaan timen en valuta's willen nogal eens voor langere tijd over- of ondergewaardeerd zijn, waardoor je voor langere tijd scheef kunt zitten, ook al heb je theoretisch gezien gelijk.

Daarbij valt het me op dat aandelenfondsen vaak niet hedgen en obligatiefondsen vrijwel altijd hedgen naar de euro. Op zich vind ik dit niet logisch. Als je een wereldwijde kijk hebt op obligatiebeleggingen denk ik zeker nu dat je hedgen beter achterwege kan laten en valuta's eerder als bron van rendement kunt aanmerken dan als een risico (als je meet in euro). De landen die nog mooie economische groeicijfers realiseren, zeker relatief ten opzichte van de westerse landen, zijn de opkomende landen. Daarbij is het huishoudboekje van deze landen vaak veel beter op orde. Tot slot liggen de yields over het algemeen nog hoger dan die van de ontwikkelde landen. Met andere woorden, de valuta van opkomende landen met een solide begroting zullen appreciëren versus de euro en er zal een wereldwijde convergentie plaats vinden. Tekenend hiervoor zijn ook de sterk dalende gemiddelde credit ratings van de ontwikkelde landen versus de gestaag toenemende ratings voor Zuid Amerikaanse en Aziatische landen.
 

4. Er wordt nog steeds relatief weinig vermogen gealloceerd (toegewezen) door professionele beleggers, waaronder beleggingsfondsen en banken, naar de landen (en bedrijven) van de zogenaamde opkomende markten. Welke redenen liggen hieraan ten grondslag?

De reden mijn inziens hiervoor is dat de industrie zich meet aan de algemeen erkende indices en dat slechts weinigen te veel willen afwijken, want als je afwijkt moet je het goed hebben. De samenstelling van de diverse indices verbaast mij derhalve ten zeerste. Ik denk dat Korea, maar ook vele andere opkomende landen, zeker, zo niet meer ontwikkeld zijn dan menig ander als westers aangeduid land. Meer dan driekwart van de wereldwijde groei komt uit de emerging markets de komende jaren, maar de V.S., Europa en Japan zijn nog altijd de regio's met de grote allocaties in de indices. De V.S. maken vrijwel bij elke asset class, of dat nou aandelen, onroerend goed of obligaties zijn, meer dan 50% van de index uit. Dat is niet logisch en ongewenst lijkt mij.

Als je dan kijkt naar een obligatie index houdt dat in dat je het meeste geld alloceert naar landen met de meeste schulden ofwel in landen met forse begrotingstekorten. Opkomende landen zouden minimaal een derde per asset class dienen uit te maken.
 

5. Welke informatie wil je graag nog aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Dat beleggers hun gezond bestand moeten gebruiken en niet achter de kudde aan moeten rennen. Dat loopt namelijk meestal slecht af. Spreid je vermogen en beleg in beleggingsfondsen met een visie die je aanspreekt. En wees kritisch.

 

Volgende interview: André van Muijlwijk versus Sander van der Ent
Vorige interview: Edwin Wierda versus Frank Brouwer