Duitse beleggingsonderneming toch niet zo grondig

afbeelding van Jan Koekkoek

Een ondernemer ging eind 2008 een portfolio managementovereenkomst aan met een Duitse beleggingsonderneming. In de overeenkomst stond dat de beleggingsonderneming alle handelsbeslissingen naar eigen goeddunken kon nemen. Er werd geen garantie of verzekering gegeven ten aanzien van het gewenste resultaat. Wel was in de overeenkomst vermeld, dat de rekeninghouder ermee bekend was, dat hij het risico liep op een algeheel verlies en dat zijn inleg onderhevig was aan een hefboomwerking. Ook was vermeld dat de rekeninghouder bekend was, dat de transacties ‘van zuiver speculatieve aard zijn’. Ongeveer een maand later werd nog een in het Nederlands gestelde aanvullende risicoverklaring (‘additional risk disclosure’) ondertekend. Daarna vond een telefonische intake plaats en van dat gesprek werd ook een opname gemaakt.

In april 2011 stelde de klant de vermogensbeheerder aansprakelijk voor de schade, die ontstaan was door het risicovolle beheer. Dat leidde tot een procedure.

Het verweer luidde allereerst dat er niet op tijd was geklaagd. Dat verweer was echter te mager omdat eigenlijk alleen maar werd gesteld, dat er eerder had moeten worden geklaagd, omdat toch duidelijk was dat de resultaten tegenvielen. De rechter was echter met een verwijzing naar de rechtspraak zeer resoluut met het oordeel, dat dit nog niet betekent dat een klant dan moet weten, dat de beleggingsinstelling een wanprestatie heeft gepleegd.

Verder bleek dat de beleggingsinstelling de fout was ingegaan met de verplichting om vooraf naar behoren onderzoek te doen naar de financiële situatie, deskundigheid en doelstellingen van de klant. Weliswaar was er dus een telefonische intake geweest (zie hierboven), maar dat was dus onvoldoende. Ook bleek daaruit niet dat men voldoende op de hoogte was van de uitgangspunten van de klant. Tot slot kon de beleggingsinstelling ook niet aantonen, dat er voldoende gewaarschuwd was voor de risico’s, die voor de klant verbonden waren aan de handel in futures en opties op futures.

Al met bijna een schoolvoorbeeld van de vaste rechtspraak waarmee maar weer blijkt dat goede voorlichting niet alleen van belang is voor de klant! Vermeldenswaard is nog dat de klant ook verwees naar het recente rapport ‘De klant in beeld: Aanbeveling voor zorgvuldig beleggingsadvies en vermogensbeheer’ van de AFM. Uit de uitspraak blijkt echter niet dat de rechter dat rapport heeft meegenomen in zijn beslissing.

Verder is nog interessant om te vermelden, voor de juridische fijnproever, dat de rechter tussentijds beroep van het vonnis heeft toegestaan. Dat gebeurt niet altijd en soms moet een advocaat daar om vragen, maar het is natuurlijk zeer efficiënt als nog niet voldoende over de bepaalde onderwerpen is gediscussieerd. In dit geval betrof het de schade. Wordt vervolgd dus, voor deze partijen.


Dit toegezonden materiaal is samengesteld en geleverd door Köster Advocaten (www.kadv.nl/home) en uitsluitend bedoeld ter informatie. Het is niet bedoeld als juridisch of anderszins professioneel advies. De lezer wordt ontraden om van deze informatie gebruik te maken zonder vooraf een juridisch adviseur te raadplegen. Verzending noch ontvangst van enig materiaal zal als advocaat-cliënt relatie tussen zender en ontvanger gezien kunnen worden. Het materiaal mag uitsluitend gelezen en gebruikt worden voor privé gebruik en elk ander gebruik is niet toegestaan.


Ook interessant: