De ultieme portefeuillechecklist

afbeelding van Jeroen Brenninkmeijer

Sinds 1995 heb ik heel wat beleggingsportefeuilles voorbij zien komen. Door de jaren heen ben ik steeds minder gaan kijken naar de individuele beleggingen en steeds meer naar de samenhang, of juist het ontbreken van de samenhang.

Tegenwoordig beheer ik niet meer het vermogen van mijn klanten, maar begeleid ik hen bij het maken van belangrijke financiële keuzes. Beleggen is slechts een onderdeel geworden van een veel groter geheel. Maar de vraag blijft: moet je beleggen of niet en zo ja, hoeveel en hoe kom je dan tot de beste verdeling?

De verschillen tussen de bestaande beleggingen van nieuwe klanten zijn uitzonderlijk groot. Zo zijn er klanten met een beleggingspandje, bitcoins of goud. En er zijn klanten met alleen beleggingen in een lijfrente of koopsompolis en deze al 15 jaar hebben zonder ooit te toetsen of de beleggingen nog passend zijn. Daarnaast zijn er meer ervaren beleggers die een brede portefeuille hebben waarin aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en soms zelfs hedge funds zitten.

Nu ik niet meer verbonden ben aan een beleggingsinstelling, is mijn houding ten opzichte van de beleggingen veranderd. Ik draag niet meer het specifieke beleggingsbeleid uit van mijn werkgever en heb daarmee een meer pragmatische kijk op beleggingen. Daarbij blijf ik wel erg kritisch op een aantal basisbeginselen waar een beleggingsportefeuille in mijn ogen aan moet voldoen.
 

De fundamenten waar elke portefeuille aan moet voldoen

Een beleggingsportefeuille moet in mijn ogen in ieder geval voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. Beleggingen moeten passen.
    Dit is meteen de meest ingewikkelde; beleggingen moeten worden afgestemd op eventuele periodieke onttrekkingen (vermogensbelasting, aanvulling op inkomen, vakanties, etc) en geplande eenmalige onttrekkingen (aflossen hypotheek, studiekosten kinderen, etc). Dit betekent dat je de inkomensstroom uit de beleggingen zo goed mogelijk moet afstemmen op de uitgaven waar dit vermogen voor dient. Grote uitgaven op de korte termijn kan je dus beter reserveren op een spaarrekening of iets dergelijks, dan ze blootstellen aan een te groot koersrisico. De beleggingen mogen nooit te veel afhankelijk zijn van eenzelfde koers of parameter.
     
  2. Behoud flexibiliteit – dus spreidt!
    Sommige beleggers hebben een steevast vertrouwen in een bepaalde belegging. Daardoor kan er tunnelvisie ontstaan. Of het aandelen, vastgoed, staatsobligaties of goud zijn. Ze investeren veel tijd en aandacht in deze beleggingen en bouwen zo kennis op. Probleem van concentratie is dat je daardoor extra kwetsbaar bent van een enkele koers (bijvoorbeeld rentestand, olieprijs, of een bepaalde valuta). Soms is er een onzichtbaar risico dat de belegger niet heeft herkend. De dalende olieprijs heeft recentelijk veel “slachtoffers” gemaakt. Ook zie ik vaak bij voorzichtige beleggers veel of zelfs alleen goud als belegging. Dat concentratierisico is simpelweg veel te riskant. Goud kan wel goed gebruikt worden om de volatiliteit van de brede beleggingsportefeuille te dempen. Maar al je geld in bijvoorbeeld goud of “stenen” stoppen voor later is te risicovol. Je bent simpelweg te afhankelijk van één koers op het moment waarop je het vermogen wenst aan te spreken.
     
  3. Begrijp wat risico is.
    Risicobegrip is het meest onderbelichte onderwerp bij beleggen. Iedereen lijkt zich in eerste instantie alleen te focussen op rendementsdoelstellingen. Dit terwijl het rendement niets anders is dan een resultante van het risico dat je neemt. Dus als je een hoog rendement wenst, is het risico ook groot dat je dit niet haalt. In dit artikel, De kunst van verlies nemen, lees je wat je echt moet weten over risico.
     
  4. Zet je belegging nooit “vast”.
    Een van de meest frustrerende zaken is dat je onverwachts geld nodig hebt en je kan je beleggingen niet direct verkopen. Dit is het geval bij vastgoed (beleggingspanden), beleggingsverzekeringen maar ook hedge funds, vastgoed CV’s of illiquide beleggingen zoals onderhandse obligaties of participaties. Ook hiervoor geldt, spreid je beleggingen en zorg altijd dat een deel op dagbasis is te verkopen. Dan kan je daarnaast spreiden in minder verhandelbare beleggingen, maar hoef je deze niet te verkopen als de nood aan de man is.

Jeroen Brenninkmeijer is partner en vermogensbegeleider bij MJR Advies (www.mjradvies.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. Deze column is bedoeld als achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op de financiële markten en de regelgeving. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en is geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. MJR Advies houdt zich niet bezig met het aanbevelen van beleggingen of beleggingsproducten en heeft bedrijfsmatig geen beleggingsposities. Eventueel vermelde financiële instrumenten dienen puur als voorbeeld en zijn nooit bedoeld als aanbeveling. Raadpleeg meer bronnen en neem zelf uw beslissingen. MJR Advies is niet vergunningplichtig en biedt onafhankelijke financiële ontzorging voor ondernemers en vrije beroepsbeoefenaren.


Ook interessant: