De minderjarige belegger

afbeelding van Jaap Penders

Het Nederlandse recht kent vele regels voor bescherming van de zwakkere partij. Een van de partijen die wordt beschermd is een minderjarig kind. Een minderjarig kind kan als regel alleen met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordigers of soms alleen na toestemming van de kantonrechter rechtshandelingen verrichten. De ouders en/of voogd zijn wettelijke vertegenwoordigers. De wettelijke vertegenwoordiger of de daartoe door de kantonrechter benoemde bewindvoerder voert het bewind over het vermogen van het kind. De bewindvoerder is bij slecht bewind aansprakelijk tegenover de minderjarige.
 

Slecht bewind over belegd vermogen

Een twaalfjarige jongen heeft in 2007 een tweetal effectenportefeuilles bij Friesland Bank van in totaal acht miljoen euro geërfd. De overleden vader heeft in zijn testament twee bewindvoerders, beide medewerkers van de Friesland Bank, benoemd. Een kantonrechter heeft hen als bewindvoerders aangesteld. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat de belegging van vermogen risicoloos en gematigd defensief moest gebeuren.

De bewindvoerders hebben diverse telefonische opdrachten aan Friesland Bank gegeven om effecten uit de effectenportefeuille van de minderjarige te verkopen. Vervolgens zijn de opbrengsten van de effecten via de aan de effectenrekening verbonden betaalrekening van de minderjarige overgemaakt aan het vastgoedbeleggingsfonds Reggehuys, een fonds van één van de bewindvoerders. De private banker van de minderjarige bij Friesland Bank, een juriste, heeft de telefonische spoed opdrachten onder vermelding van ‘investering’, ‘lening’, ‘voorfinanciering’ of ‘conform afspraak’ direct en zonder controle uitgevoerd. Daarmee is binnen 9 maanden tijd vier miljoen euro aan het vermogen onttrokken.

In het jaar 2010 wordt Reggehuys failliet verklaard. De betalingen bleken te zijn gebruikt om crediteuren van Reggehuys te voldoen. Zowel de faillissementsboedel van Reggehuys als beide bewindvoerders bieden geen verhaal voor de schade. De minderjarige houdt Friesland Bank aansprakelijk voor de onttrokken gelden.
 

Zorgplicht Friesland Bank

De minderjarige stelt dat Friesland Bank geen gematigd beheer heeft gevoerd over zijn belegd vermogen. Bovendien heeft Friesland Bank in strijd met haar zorgplicht gehandeld door het uitvoeren van de betalingsopdrachten en daarmee de onttrekking van vermogen.
 

Oordeel kantongerecht

Het kantongerecht oordeelt in haar vonnis van 13 april 2016 dat de Friesland Bank aansprakelijk is.1 Zij oordeelt dat bij het beheer van het vermogen de belangen van de minderjarige centraal moet staan. Friesland Bank heeft het risicoloos en gematigd defensief beleggen aanvaard, maar daar niet naar gehandeld.

Bovendien was Friesland Bank gehouden om de bewindvoerders om toelichting te vragen over de telefonische spoedopdrachten en betalingen en hoe deze onttrekkingen zich verhouden met het risicoprofiel.

Friesland Bank had, volgens het kantongerecht, ook alle reden om de betalingen te onderzoeken en aan de bel te trekken. In januari 2008 constateerde zij een overschrijding van de limiet op de betalingsrekening en beleggen met geleend geld. De bewindvoerders hebben daarop de kantonrechter om machtiging gevraagd om de tuinman en de juwelier te betalen. Na de positieve beschikking van de kantonrechter voor de genoemde gebruikelijke betaling hebben de bewindvoerders opdracht gegeven tot betaling van twee miljoen euro aan Reggehuys als ‘tijdelijke lening’. Het kantongerecht oordeelt dat deze betaling zich niet verhoudt met de eerdere opgegeven reden, welk reden Friesland Bank kenbaar was uit de beschikking van de kantonrechter.

Het kantongerecht oordeelde dat Friesland Bank aansprakelijk is voor de gehele vier miljoen euro aan onttrokken gelden.
 

Conclusie

Friesland Bank was vermogensbeheerder van de minderjarige en had zich verbonden om risicoloos en gematigd defensief te beleggen. Friesland Bank heeft zonder enige controle uitvoering gegeven aan telefonische betalingsopdrachten van de bewindvoerders. De bewindvoerders waren werknemers van de bank. In deze procedure is niet gesproken in hoeverre de fouten van de bewindvoerders aan de bank toegerekend kunnen worden. Gezien de vergaande betrokkenheid, de fouten van Friesland Bank en de positie van een minderjarige in het Nederlandse recht is het terecht dat Friesland Bank aansprakelijk is.
 

1  Rechtbank Overijssel 13 april 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:1334.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: