De kunst van verlies nemen

afbeelding van Jeroen Brenninkmeijer

Beleggers zijn eigenwijs en dat is ook nodig. Immers, als iedereen dezelfde mening is toegedaan, is er geen handel. Maar er is een hardnekkig gedrag bij sommige beleggers dat per saldo veel geld kost. En dat is de BUY & HOLD strategie bij individuele aandelen.

Laat ik beginnen met te stellen dat ik een groot voorstander ben van lange termijn beleggen. En dat een belegger die een aandeel koopt, wat mij betreft een aandeelhouder is. Maar je koopt een aandeel met een bepaalde verwachting, namelijk dat het bedrijf in staat is jouw investering op de lange termijn te laten renderen. Als de verwachtingen niet worden waargemaakt, is de marktreactie soms erg fors. Dan doemt de vraag op of dit eenmalig is, of dat de lange termijnverwachtingen structureel minder goed zijn dan eerder werd verwacht. Als een belegger na een tegenvaller nog steeds een goede winst op de belegging heeft, is deze vaak geneigd het aandeel te verkopen. Staat het aandeel (of obligatie) echter al flink in de min ten opzichte van de aankoopprijs, dan blijft de belegger vaak zitten. Men accepteert met tegenzin het koersverlies, maar wenst het verlies niet te realiseren.

Verlies nemen is moeilijk, vooral als het gaat om beleggingen in individuele bedrijven of obligaties. Het is natuurlijk vervelend als je ongelijk hebt, los van de nare financiële consequentie. Maar blijven wachten tot het verlies weer is ingelopen kan een langdurige affaire worden en uiteindelijk een utopie blijken. Bij beleggingsfondsen speelt de emotie een minder grote rol.
 

Terugverdiencapaciteit

Een redelijk eenvoudige manier om te bepalen of je een belegging met een fors koersverlies moet verkopen of aanhouden, is om te bepalen wat de terugverdiencapaciteit is. Hierin zit een simpel rekenkundig element en een waarderingselement. Het rekenkundige element is universeel voor alle beleggingen; hoe groter de koersdaling, des te kleiner de kans dat je het verlies kan goedmaken.

Tabel koersrisico

Want de tabel en grafiek toont aan dat het koersrisico niet lineair is maar exponentieel. Een koersdaling van meer dan 30% is daarmee bijna niet meer goed te maken uit normale winstontwikkeling. En bij een daling van meer dan 50% moet een aandeel meer dan verdubbelen.

Als je de waardering van de belegging beoordeelt, dan zal bij veel bedrijven het procentuele herstelscenario onwerkelijk blijken als de koersdaling extreem groot is geweest. Bepaal dus altijd of de belegging nog steeds beter is dan andere beleggingen, nadat de koers zo fors is gecorrigeerd. Het kan best zijn dat een andere belegging meer zekerheid en potentie biedt om het koersverlies (gedeeltelijk) terug te verdienen.
 

Bijkopen of verkopen?

Bij koersdalingen is het bijkopen van aandelen om de gemiddelde aankoopkoers te middelen een gebruikelijk alternatief. Immers als een aandeel € 100 kost en later € 50, kan je twee keer zoveel kopen voor hetzelfde initiële bedrag. Maar om te kunnen bijkopen, moet er wel geld beschikbaar zijn. Je moet dus na een (forse) koersdaling nog steeds een rotsvast vertrouwen hebben dat de lange termijnperspectieven rechtovereind zijn gebleven. Bij Imtech, waar drie forse tegenvallers binnen een jaar naar buiten kwamen, was deze strategie achteraf gezien vrij dodelijk. Echter bij Brunel had bijkopen op de forse koersdaling een prima resultaat opgeleverd.

Het blijft dus een mix van kennis over het bedrijf, de sector en het algehele vertrouwen in de markt die een belegger nodig heeft om tot een goede afweging te komen.

Verkopen bij een koersdaling is een goede strategie als je het consequent doet. Als je van te voren bepaalt wat een maximaal aanvaardbaar koersverlies is, voorkom je langdurige koersdalingen. Er is geen exacte regel voor, maar een koersverlies van 10% nemen is beter dan bewegingsloos een koers tientallen procenten te zien dalen over een periode.
 

Samenvattend

Er is geen gouden regel voor de afweging om verlies te nemen. Maar de rode draad is dat een handvol individuele aandelen kopen en jarenlang niets doen niet verstandig is. Naarmate je meer spreiding hebt in je beleggingen, wordt het individuele koersrisico kleiner. Als je ook nog eens spreidt tussen aandelen, spaargeld, obligaties en andere beleggingsklassen, beperk je ook de beweeglijkheid van het totale vermogen. Beleggen in (een beperkt aantal) individuele aandelen is alleen verstandig als je met voldoende informatie een keuze maakt en duidelijke spelregels voor jezelf bepaalt hoe groot het risico is dat je acceptabel vindt. De grafiek uit dit artikel maakt één ding duidelijk, bij een koersdaling van meer dan 30% wordt het verrekt moeilijk om het verlies op een redelijke termijn weer goed te maken.


Jeroen Brenninkmeijer is partner en vermogensbegeleider bij MJR Advies (www.mjradvies.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. Deze column is bedoeld als achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op de financiële markten en de regelgeving. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en is geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. MJR Advies houdt zich niet bezig met het aanbevelen van beleggingen of beleggingsproducten en heeft bedrijfsmatig geen beleggingsposities. Eventueel vermelde financiële instrumenten dienen puur als voorbeeld en zijn nooit bedoeld als aanbeveling. Raadpleeg meer bronnen en neem zelf uw beslissingen. MJR Advies is niet vergunningplichtig en biedt onafhankelijke financiële ontzorging voor ondernemers en vrije beroepsbeoefenaren.


Ook interessant: