De KoersPlan-uitspraak; de aanhouder wint

afbeelding van Jan Koekkoek

Inleiding

Woekerpolissen blijven de gemoederen bezig houden. Op 14 juni 2013 haalde de Stichting Koersplandewegkwijt een belangrijke overwinning tegen Aegon.
 

Waar ging de "KoersPlan-zaak" om?

In de periode 1989 tot en met 1998 werden door, wat toen nog Spaarbeleg Kas N.V. heette, koersplanovereenkomsten gesloten via rechtstreekse verkoop en via bemiddeling door tussenpersonen. Het koersplanproduct werd onder de aandacht van het publiek gebracht door middel van een brochure met informatie over het koersplan. Na inzending van een inschrijfformulier en acceptatie daarvan door Spaarbeleg, werd door Spaarbeleg een bevestigingsbrief aan de deelnemer gezonden met een namens Spaarbeleg ondertekend koersplancertificaat, een exemplaar van de Algemene voorwaarden en, vanaf 1996, de productvoorwaarden Koersplan. De brochure, de bevestigingsbrief, het certificaat, de algemene voorwaarden en productvoorwaarden zijn jaarlijks door Spaarbeleg aangepast.

Op 31 maart 1999 is de Stichting Spaardersbelangen opgericht, die samen met de Consumentenbond met Spaarbeleg overleg heeft gevoerd over de overlijdensrisicopremie, die Spaarbeleg in mindering bracht op de inleg van de deelnemers. Het resultaat was dat de informatievoorziening werd uitgebreid en dat deelnemers na het verstrijken van 80% van de looptijd van de overeenkomst over konden stappen naar een defensiever beleggingsfonds. De afkoopwaarde van de overeenkomst werd verbeterd en de overlijdensrisicopremie werd met terugwerkende kracht verlaagd.

Naar aanleiding van overleg tussen Spaarbeleg en de Ombudsman Verzekeringen in 2005 heeft Spaarbeleg in mei 2005 het Koersplan wederom aangepast. De premie van de overlijdensrisicoverzekering werd met terugwerkende kracht gemaximeerd (tot 17% van de inleg). Het bedrag dat daarboven was betaald, werd alsnog belegd. Per 1 januari 2006 werd de premie van de overlijdensrisicoverzekering van alle lopende overeenkomsten verlaagd met 10%, zodat de maximale premie vanaf die datum 15,3% van de inleg bedraagt.
 

De Uitspraak

De Hoge Raad oordeelde dat de beleggers niet wisten hoeveel overlijdensrisicopremie zij afdroegen. Ze hadden daar dus ook niet mee ingestemd en hadden slechts een redelijke premie hoeven te betalen, zoals eerder berekend door het hof Amsterdam. Het hof had zijn berekening gebaseerd op de aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening. Die ging uit van een kostenmaximering en van een premie voor een overlijdensrisicoverzekering, die aansluit bij gangbare premies (zonder opslagen).

Uiteraard beriep Aegon zich ook op verjaring. Dat verweer werd echter afgewezen met een juridisch interessante redenering. De benadeelden hadden een verklaring voor recht gevraagd en die verklaring voor recht had geen betrekking op vorderingen tot nakoming van een verbintenis (in de zin van artikel 3:307 BW). En daar waar wél een veroordeling tot nakoming werd gevorderd, hadden deze betrekking op uitkeringen aan het einde van de looptijd van de overeenkomsten en die worden dan natuurlijk pas op dat moment opeisbaar.
 

Slot

Er zijn al met al miljoenen woekerpolissen verkocht en de kritiek op de collectieve schikking, die een aantal jaren geleden werd getroffen, is dat het ‘een schijntje’ was van wat de verzekeraars verdienden. Met deze uitspraak van de Hoge Raad is het einde natuurlijk nog lang niet in zicht. De aanhouder wint in deze!


Dit toegezonden materiaal is samengesteld en geleverd door Köster Advocaten (www.kadv.nl/home) en uitsluitend bedoeld ter informatie. Het is niet bedoeld als juridisch of anderszins professioneel advies. De lezer wordt ontraden om van deze informatie gebruik te maken zonder vooraf een juridisch adviseur te raadplegen. Verzending noch ontvangst van enig materiaal zal als advocaat-cliënt relatie tussen zender en ontvanger gezien kunnen worden. Het materiaal mag uitsluitend gelezen en gebruikt worden voor privé gebruik en elk ander gebruik is niet toegestaan.


Ook interessant: