Controlerend accountant aansprakelijk tegenover beleggers Madoff fondsen?

afbeelding van Jaap Penders

Eind 2008 kwam de grootschalige piramidefraude van Madoff aan het licht. De Madoff affaire laat nog steeds zijn sporen na. Beleggers hebben de controlerend accountant van de Madoff beleggingsfondsen aansprakelijk gehouden voor de schade die zij door de piramidefraude hebben geleden. Aan de hand van een uitspraak van de rechtbank Amsterdam bespreek ik de zorgplicht van een accountant, de maatstaf voor het vaststellen van aansprakelijkheid en de invloed van een tuchtrechtelijke uitspraak op de civiele aansprakelijkheid.1
 

Inleiding

De beleggingsfondsen hadden gelden aangetrokken van derden en lieten dat beheren door Madoff.2 De gelden werden niet belegd, maar gebruikt om uittredende beleggers hun inleg en fictieve rendementen uit te betalen. Het piramidespel kwam, mede door de kredietcrisis, aan het licht. Madoff kreeg een gevangenisstraf van 150 jaar en werd failliet verklaard. Ook de beleggingsfondsen zijn failliet verklaard.

De beheerder van de beleggingsfondsen was Fairfield Greenwich Bermuda Limited. Een beheerder bepaalt het beleggingsbeleid van een fonds. Het vermogen van de beleggingsfondsen werd bewaard en geadministreerd door het trustkantoor Citco. Het bedrijf van Madoff trad op als sub-beheerder en sub-bewaarder van de beleggingsfondsen.
 

De klacht

Pricewaterhousecoopers N.V. en Pricewaterhousecoopers Accountants N.V. waren van 2000 tot en met 2005 de controlerend accountant van de beleggingsfondsen. Hierna noem ik deze vennootschappen ‘PwC’.

PwC heeft voor de jaren 2000 tot en met 2005 goedkeurende verklaringen zonder beperkingen bij de jaarrekeningen van de beleggingsfondsen afgegeven. Op de balans van die jaarrekeningen stonden kortlopende obligaties van de Amerikaanse overheid. Eind 2008 bleek dat deze activa niet bestonden, ook in de voorafgaande jaren niet. Daarmee stond vast dat de jaarrekening geen getrouw beeld gaf van het vermogen van de beleggingsfondsen.

De beleggers in de beleggingsfondsen klaagden dat PwC ten onrechte een goedkeurende verklaring over de jaarrekening in de jaren 2000 tot en met 2005 had afgegeven en dat de controle werkzaamheden niet deugden. PwC zou onrechtmatig tegenover hen hebben gehandeld door de taak als accountant onzorgvuldig uit te voeren.
 

Zorgplicht accountant

De accountant heeft als opdrachtnemer een zorgplicht tegenover zijn opdrachtgever.3 Ook tegenover derden kan een accountant, uit hoofde van zijn maatschappelijke functie, een zorgplicht hebben. Dit geldt in het bijzonder waar het gaat om een wettelijke controlerende taak van een jaarrekening.4
 

Maatstaf beoordeling

De maatstaf voor de zorgplicht wordt ingevuld door de jurisprudentie. Het komt neer op de vraag: “hoe een redelijk handelend en redelijk bekwame vakgenoot in dezelfde situatie zou hebben gehandeld?” De rechtbank moest beslissen of PwC de controle van de jaarrekeningen van de beleggingsfondsen heeft verricht zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam accountant betaamt. PwC was niet alleen tegenover haar opdrachtgever daartoe gehouden, maar ook tegenover beleggers.
 

Uitspraak rechtbank

De rechtbank is bijzonder snel klaar met de vordering van de beleggers. De rechtbank stelt eerst vast dat de controle-opdracht van PwC zich richtte op het bestaan, de eigendom en de waarde van de beleggingen op de balans en de resultaten daarop in de winst- en verlies rekening. Beleggers stellen dat de controle ruimer had moeten zijn, omdat de gegevens feitelijk van Madoff als niet-onafhankelijke derde afkomstig waren. De beleggers hadden dezelfde stellingen in een tuchtklacht tegen de controlerend accountant naar voren gebracht. De rechtbank gaat daarom in op de tuchtuitspraak van de Accountantskamer.5

De Accountantskamer had geoordeeld dat er ten aanzien van de jaarrekeningen 2004 en 2005 geen aanleiding was voor meer en aanvullende controle maatregelen en evenmin voor het weigeren van een goedkeurende verklaring. Aan de door PwC getroffen controle maatregelen kon een redelijke mate van zekerheid over het bestaan, de eigendom en de waarde van de beleggingen worden ontleend. Daarbij heeft de Accountantskamer zwaar mee laten wegen dat Citco en Madoff beiden onder toezicht stonden en dat PwC ervan uit mocht gaan dat het uitgeoefende toezicht toereikend was. De SEC had herhaaldelijk onderzoeken bij Madoff uitgevoerd, maar niets verontrustends gevonden. Voorts was het interne controle systeem van Citco door een ander accountantskantoor positief beoordeeld. Ook was van belang dat Madoff een goede reputatie had. De Accountantskamer wees de klacht af.

De rechtbank vervolgt dat de uitspraak van de Accountantskamer geen steun biedt voor de stelling van de beleggers dat PwC de controle van de jaarrekeningen over de jaren 2004 en 2005 niet deugdelijk heeft verricht. Daarbij oordeelde de rechtbank dat er geen aanknopingspunten zijn om te oordelen dat de controle ten aanzien van de jaren 2000 tot en met 2003 anders zijn uitgevoerd.

De rechtbank concludeert dat beleggers onvoldoende argumenten hebben aangedragen voor de rechtbank om te kunnen voldoen aan de zware motiveringsplicht die geldt indien wordt afgeweken van een oordeel van de tuchtrechter. De rechtbank verwerpt de stelling dat PwC niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend en vakbekwaam accountant betaamt. De vordering wordt afgewezen.
 

Tot slot: invloed tuchtrechtelijke uitspraak

Een tuchtrechtelijke veroordeling kan de opmaat zijn naar civiele aansprakelijkheid. Met een tuchtrechtelijke veroordeling staat immers vast dat de regels van de beroepsgroep zijn overtreden.
Een tuchtrechtelijke vrijspraak kan, zoals uit deze uitspraak blijkt, betekenen dat het zonder nieuwe argumenten civielrechtelijk moeilijker wordt om tot aansprakelijkheid te komen.
 

1  Rechtbank Amsterdam 3 september 2014, ECLI: NL: RBAMS: 2014: 6121.
2  Weten wie Madoff is? Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Bernard_Madoff
3  Zie artikel 7:401 BW.
4  Hoge Raad 13 oktober 2006, ECLI: NL: HR: 2006: AW 2080 (Vie d’ Or).
5  Zie de uitspraak van de Accountantskamer van 6 januari 2012, ECLI: NL: TACAKN: 2012: YH0221.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: