Boerenslimheid

afbeelding van Jaap Penders

Zou u beleggen in een winstdelende obligatie met een looptijd van 7 tot 9 jaar met een gegarandeerd rendement van 8% per jaar, daarop een mogelijke extra winstdeling en een gegarandeerde aflossing van de hoofdsom? Ja of Nee?

Een dochtervennootschap van een land- en tuinbouwvereniging heeft deze obligatielening (hierna ook: ‘obligatie’) aan de leden van de vereniging aanbevolen. De leden van de vereniging waren allen boeren. De obligaties zouden geschikt zijn voor de oudedagsvoorziening en een laag risico en een hoog rendement hebben. De opbrengsten van de obligatie werden aangewend voor de bouw van het recreatiepark Hof van Saksen te Drenthe.

De aanbieder van de obligaties heeft ten behoeve van de uitgifte van de obligaties in 2004 een prospectus opgesteld. In het prospectus was onder meer gewezen op het debiteurenrisico, waarbij de solvabiliteit en liquiditeit van de aanbieder afhankelijk was van het slagen van het project Hof van Saksen. Daarnaast vermeldde het prospectus het marktrisico1 en het garantierisico2 van de obligatie. In het laatste kwartaal van het jaar 2010 werd het gegarandeerde rendement van 2% per kwartaal niet meer uitgekeerd. Zowel de aanbieder van de obligatie als de verstrekker van de garantie is daarna failliet verklaard.

De boeren hebben daarop de land- en tuinbouworganisatie en haar dochtervennootschap aangesproken voor de schade die zij door de koop van de obligatie hebben geleden. De rechtbank Noord-Holland heeft bij tussenvonnis van 19 augustus 20153 over het geschil beslist, welk vonnis ik zal bespreken.
 

Feiten en omstandigheden

De land- en tuinbouw organisatie noord (‘LTO’) is een vereniging die tot doel heeft het bevorderen van de economische, sociale, culturele en maatschappelijke belangen van de agrarische sector. LTO had een dochtervennootschap, WLTO, die commerciële activiteiten verrichtte en die zich tot taak stelde de belangen van de leden te behartigen, voorlichting en informatie te verstrekken alsmede advies te verlenen. WLTO bemiddelde tussen de aanbieder en de leden van LTO en was in het register van de Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) ingeschreven als cliëntenremisier.4 Voor de bemiddeling had WLTO € 1,3 miljoen van de aanbieder ontvangen.

WLTO had in een brief van 2004, als bijlage bij het ledenblad van LTO, de obligatie aangeprezen en de geschiktheid voor een oudedagsvoorziening gepropageerd, waarbij geïnteresseerden een brochure en het prospectus konden opvragen. De geïnteresseerden ontvingen daarnaast een brief van WLTO, waarin werd aangegeven dat de obligatielening speciaal voor de leden van LTO was ontwikkeld.

Na de uitgifte van de eerste serie obligaties in oktober 2004 is in juli 2005 een tweede serie gestart. De deelnemers aan de eerste obligatie uitgifte ontvingen opnieuw een brief van WLTO waarin het zeer beperkte risico en een goed rendement op spaargeld werd belicht. Daarnaast adverteerde WLTO en de aanbieder van de obligaties in het ledenblad van LTO over het participeren in het Hof van Saksen door het kopen van obligaties. In 2005 heeft WLTO, nadat de AFM had aangegeven dat zij WLTO uit het cliëntenremisier register zou uitschrijven wegens overtreding van de regels, haar cliëntenbestand tegen betaling ter beschikking gesteld aan de aanbieder.
 

Verwijten

De boeren verwijten LTO en WLTO dat zij onjuist zijn geadviseerd en zijn misleid. LTO en WLTO zouden geen onderzoek hebben gedaan naar de obligaties en de aanbieder daarvan. Ook claimen de boeren onvoldoende gewaarschuwd te zijn voor de risico’s en dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de financiële positie, doelstelling en beleggingservaring. Ook zou niet zijn voldaan aan de als cliëntenremisier verleende vrijstelling van de vergunningsplicht. LTO zou aansprakelijk zijn, omdat zij WLTO niet tot de orde zou hebben geroepen en haar zorgplicht zou hebben geschonden.
 

Geschonden vertrouwen

De rechtbank oordeelde dat op grond van de processtukken vast was komen te staan dat de leden een groot vertrouwen hadden in de LTO als belangenorganisatie. In de communicatie werd WLTO ook neergezet als een adviseur van de leden op het gebied van verzekeringen en vermogensbeheer, waarbij de binding met LTO en advies borg zou staan voor een eerlijk en objectief advies. Daarnaast heeft WLTO informatie verstrekt, telefonische vragen beantwoord en huisbezoeken afgelegd. Daarbij is medegedeeld dat het product uitvoering was onderzocht en geschikt bevonden. Ook heeft WLTO aanvraagformulieren doorgezonden aan de aanbieder.

De rechtbank oordeelde dat WLTO was opgetreden als bemiddelaar en had geadviseerd over effecten. Volgens de rechtbank had zij daarbij niet de zorgvuldigheid in acht genomen, mede gezien haar positie als betrouwbaar geachte adviseur voor de leden. Zij had misleidende mededelingen gedaan door de indruk te wekken dat het product speciaal voor de leden was ontwikkeld met het doel een veilige pensioenbelegging te vormen. Daarbij kwam vast te staan dat WLTO niet had vermeld dat het gegarandeerde rendement en gegarandeerde aflossing geen harde garanties zijn en zij de boeren niet actief op de risico’s had gewezen. De omstandigheid dat steeds het prospectus was verstrekt, waarin de risico’s waren beschreven, achtte de rechtbank in de gegeven omstandigheden, mede gezien de vertrouwensrelatie van de leden met LTO, onvoldoende. 

De rechtbank oordeelde dat ook LTO zelfstandig aansprakelijk was, omdat zij het commerciële gebruik van het vertrouwen van de leden had aangemoedigd door als eenheid naar buiten te treden en de diensten van WLTO als verenigingsproduct aan te bevelen. Ook de wervende advertenties in het ledenblad en het feit dat aanzienlijke winsten in de verenigingskas zijn gevloeid speelden een rol.
 

Schade is deels voor eigen rekening

De rechtbank oordeelt dat LTO en WLTO hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die iedere boer heeft geleden. Zij oordeelde dat een deel van de ontvangen rente (3,2% per jaar) in mindering moet worden gebracht op de schade. Bovendien oordeelde de rechtbank dat sprake is van een eigen schuld, omdat de boeren alleen op basis van een brief en het vertrouwen in de vereniging tegen een ongebruikelijk hoge rente aanzienlijke geldbedragen als pensioenvoorzieningen hebben belegd in een nog te bouwen recreatiepark. De rechtbank stelt de eigen schuld op voorhand vast op 30 tot 60% van de schade. Enigszins bijzonder vind ik dat de mate van eigen schuld afhankelijk is van de vraag of €25.000 of meer is ingelegd.
 

Conclusie

Bij een faillissement van een aanbieder blijven de schuldeisers van een failliet veelal met een onverhaalbare vordering achter. Het is boerenslimheid om dan een andere partij te zoeken die aansprakelijk is. De boeren krijgen een deel van hun schade vergoed. Dit is gerechtvaardigd gezien de tekortkomingen van WLTO als adviseur, de gerichte aanbevelingen die hen tot de koop van de obligaties heeft verleid alsmede de bijzondere vertrouwensband met de vereniging.
 

1  Het risico dat de vraag naar recreatiewoningen door marktomstandigheden en economische ontwikkelingen afneemt.
2  Het risico dat de garantiegever niet aan haar verplichting zou kunnen voldoen.
3  Rechtbank Noord-Holland 19 augustus 2005, ECLI:NL:RBNHO:2015:7302.
4  Een cliëntenremisier mocht cliënten alleen aanbrengen bij een effecteninstelling en was daarom vrijgesteld van een vergunningplicht.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: