Bijzondere zorgplicht bij uitvoering orders in beleggingsadviesrelatie

afbeelding van Jaap Penders

De Hoge Raad heeft onlangs een uitspraak gedaan over de reikwijdte van de zorgplicht in een beleggingsadviesrelatie. De procedure betrof de vraag of de bank tot schadevergoeding verplicht was voor een niet geplaatste stop loss order. Een interessante zaak, omdat de betrokken gerechtelijke instanties op basis van dezelfde feiten een verschillend oordeel velden.
 

Feiten

Een particuliere cliënt had een beleggingsadviesrelatie met ABN Amro Bank. Zijn effectenportefeuille bestond voor 95% uit 57.500 aandelen ING. Op vrijdagmiddag 19 september 2008 had de cliënt drie maal telefonisch contact met de bank. De cliënt gaf een stop loss order voor verkoop van alle aandelen tegen een koers van € 19,50 en later die middag een bestens order.1 De koers was op dat moment € 19,52. Op diezelfde namiddag liet de bank aan de cliënt weten dat de laatst gegeven bestens order niet was uitgevoerd. Inmiddels was de koers van het aandeel ING onder € 19,50 gezakt, waarop de bank had besloten de order niet alsnog uit te voeren.

Op maandag 22 september 2008 steeg de koers van het aandeel ING tot € 20,41. De bank deelde de cliënt toen mee dat ook de eerdere stop loss order niet was uitgevoerd. Na telefonisch overleg werd besloten de koers in de gaten te houden. Op dinsdag 23 september 2008 was de koers van het aandeel ING € 18,50 en werd besloten te wachten tot de koers zou stijgen. Nadien werd vruchteloos op een koersherstel gewacht. Op 19 mei 2009 verkocht de cliënt zijn aandelen tegen een koers van € 7,91. De cliënt claimt het koersverschil van de bank. De bank stelt in haar verweer dat zij er op mocht vertrouwen dat de belegger de stop loss order had ingetrokken.
 

Rechtbank en Hof

De rechtbank passeert dit verweer. Zij oordeelde dat de bank uit hetgeen op 22 september 2008 was besproken niet zonder meer mocht afleiden dat de cliënt niet alsnog wilde verkopen als de koers weer het niveau van € 19,50 bereikte en dat als de bank als redelijk handelend en redelijk bekwaam beleggingsadviseur dat al meende, zij dat bij de cliënt had na te vragen. De rechtbank kende een schadevergoeding van ruim € 700.000 toe. In hoger beroep honoreert het Hof het verweer van de bank. Daarbij oordeelt het Hof dat de cliënt op 22 september 2008 de aandelen alsnog had kunnen verkopen, zodat de schade geen gevolg was van de fout van de bank. Het Hof wijst de vordering van de cliënt alsnog af.
 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat volgens vaste rechtspraak in een beleggingsadviesrelatie met een particuliere belegger een bijzondere zorgplicht rust. Deze zorgplicht kan meebrengen dat de bank de cliënt behoort te waarschuwen voor de risico’s die zijn verbonden aan voortzetting van een bepaald beleggingsbeleid en dat zij pas erop mag vertrouwen dat de cliënt ermee instemt bepaalde risico’s te lopen als hij, na uitdrukkelijk door de bank op die risico’s te zijn gewezen, daarmee instemt. Daarbij kan de bank verplicht zijn zich ervan te vergewissen dat de cliënt zich daadwerkelijk van die risico’s bewust is.2

De Hoge Raad oordeelt vervolgens dat het Hof Amsterdam – in de door de cliënt geschetste omstandigheden3 – de bijzondere zorgplicht heeft miskend. Het Hof had niet kunnen volstaan met het oordeel dat de cliënt in het kader van de adviesrelatie zelf verantwoordelijk was voor zijn beleggingsbeslissingen en de gevolgen daarvan. Ook indien, zoals het Hof oordeelde, de bank er op mocht vertrouwen dat de stop loss order op 22 september 2008 was ingetrokken, was de bijzondere zorgplicht in de gegeven omstandigheden niet uitgewerkt.

Tot slot oordeelt de Hoge Raad dat de bank zich de belangen van de cliënt had moeten aantrekken, nadat de cliënt ermee had ingestemd dat de bank de order niet had uitgevoerd en uitdrukkelijk de risico’s had moeten voorhouden die waren verbonden aan het aanhouden van de aandelen en bij hem moest informeren of hij een nieuwe opdracht wilde geven. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof Den Haag voor een verdere behandeling en beslissing.
 

1  Een stop loss order wordt uitgevoerd tegen een koers die gelijk of lager is dan de ingevoerde limiet. Een bestens order wordt uitgevoerd tegen de koers op het moment van uitvoering, wat de koers ook mag zijn. (Zie voor meer info: Limiet order of bestens order?)
2  Zie Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914.
3  De cliënt had gesteld dat de bank (i) de order niet had uitgevoerd en de ontstane situatie veroorzaakt en (ii) de bank hem de keuze had moeten bieden om de aandelen alsnog te verkopen met vergoeding van eventuele minderopbrengst dan wel de aandelen aan te houden, al dan niet met een stop loss order. Ook de overige omstandigheden dat (iii) de cliënt door geruststellende mededelingen van de bank alsnog het koersrisico ging lopen, terwijl hij dit risico tot dan toe juist niet wenste te aanvaarden, (iv) de cliënt geen ervaring had met de werking van een stop loss order en (v) de bank uit de uitlatingen van de cliënt wist of had moeten weten dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de bank door haar fout het koersrisico liep, had het Hof niet in zijn oordeel betrokken, althans daarvan geen blijk gegeven.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: