Beleggingsfondsen, wat levert de verpakking op?

afbeelding van Jeroen Brenninkmeijer

In de afgelopen twintig jaar is de Nederlandse belegger steeds meer gaan beleggen in beleggingsfondsen in plaats van direct in individuele aandelen en obligaties (ook wel directe lijnen genoemd).

Er waren een aantal factoren van grote invloed op deze ontwikkeling. De eerste grote draai kwam door de traditionele kanalen (de grootbanken) die eigen producten gingen ontwikkelen. Daarna kwamen er ook aanbieders de Nederlandse markt op, die via vermogensbeheerders en later ook de grootbanken hun expertise aanboden. Immers, in landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren beleggingsfondsen al veel langer gemeengoed.

De push vanuit de beleggingsinstelling nam toe, toen ze steeds vaker en een steeds hogere beloning kregen voor het aanbieden van beleggingsfondsen van “derden”. Zo verdween het relatieve financiële voordeel om een eigen product aan te bieden bij de grootbanken, want er zat een behoorlijke “kick back fee” op de fondsen die men aanbood. Tevens kon men besparen op het dure apparaat van analisten die voor de klanten op individuele aandelen een koop- of verkoopadvies moesten onderbouwen.

In de argumentatie naar de klanten werden andere redenen genoemd om te switchen van directe lijnen naar beleggingsfondsen. In willekeurige volgorde waren dat:

  • betere spreiding
  • consistenter of beter rendement
  • minder (transactie) kosten
  • toegang tot nieuwe markten (emerging markets, regio’s, sectoren)
  • speciale thema’s (water, biotechnologie, duurzaamheid, etc.)
  • specifieke beleggingskennis nu ook bereikbaar voor de particulier

En ik vergeet vast nog wel een paar relevante redenen. Maar het meest overtuigende argument, was toch vaak het behaalde rendement van het jaar ervoor (of drie jaar ervoor).

De marketing machine draaide op volle toeren en de meeste beleggers kozen voor de eenvoud en de hoop dat die professionals het veel beter zouden doen dan “Piet Particulier”.
 

Getallen die je doen duizelen

Er zijn, met name in de VS, interessante studies gedaan naar de voorspelbaarheid van het rendement van beleggingsfondsen. Graag deel ik een paar getallen* met u, die een wat ander beeld geven van de beleggingsfondsenindustrie dan ze zelf uitdragen. Want het is bovenal een grote industrie. Zo zijn er inmiddels meer beleggingsfondsen dan beursgenoteerde bedrijven in de wereld voorhanden.

In de VS waren eind 2012 maar liefst 4.877 beleggingsfondsen genoteerd en daarvan zijn er 3.705 fondsen die alleen beleggen in Amerikaanse aandelen. Tel daar nog een kleine 1.500 obligatiebeleggingsfondsen bij op, en je zit op meer dan 6.000 beleggingsfondsen. Dan hebben we nog niet eens de mixfondsen en dergelijke meegeteld.

De vraag is, hoe pik je uit dit aanbod een goed fonds? Want van alle beleggingsfondsen die starten, zijn er na vijf jaar nog maar 70% actief en na tien jaar 51%. Het is blijkbaar moeilijk overleven in de overvolle vijver van beleggingsfondsen.

Nog boeiender is om te onderzoeken in hoeverre de beleggingsfondsen in staat zijn hun eigen gekozen benchmark te verslaan. In de VS blijkt dat 37% van de beleggingsfondsen over een periode van één jaar in staat is het beter te doen dan haar benchmark. Na drie jaar is nog maar een kwart een “outperformer” en na tien jaar blijft een magere 17% over die over deze periode een beter resultaat behaalt dan de benchmark. Opvallend is dat de resultaten bij obligatiefondsen op de langere termijn nog iets slechter zijn. De belangrijkste reden voor dit tegenvallende resultaat zijn de kosten die gepaard gaan met het beheren van de fondsen. Deze kosten gaan immers ten laste van het resultaat.
 

In het verleden behaalde resultaten…

Veel beleggers baseren hun keuze voor een beleggingsfonds op de resultaten van de afgelopen jaren. Nu zijn de fondshuizen verplicht om te zeggen: “in het verleden behaalde resultaten, bieden geen garantie voor de toekomst”. En dat blijkt te kloppen, want:

  • Van de obligatiefondsen die de afgelopen 3 jaar een positief resultaat behaalden, behaalt 43,2% ook de daarop volgende twee jaar een beter resultaat dan haar benchmark.
  • Van de aandelenfondsen die de afgelopen 3 jaar een positief resultaat behaalden, behaalt 26,4% ook de daarop volgende twee jaar een beter resultaat dan haar benchmark.

Deze percentages zijn ook voor langere periodes (5 en 7 jaar) vergelijkbaar. Opvallend genoeg nemen de outperformers bij obligatiefondsen op de langere termijn toe, terwijl bij aandelenfondsen juist het aantal consistente winnaars nog verder daalt.
 

Is een beleggingsfonds nu wel of niet een goede keuze?

Een beleggingsfonds is in algemene zin een prima middel om op een eenvoudige manier voldoende spreiding in je beleggingen aan te brengen en ervoor te zorgen dat je niet heel actief zelf keuzes hoeft te maken. Bovendien presteren de fondsen gemiddeld slechts een klein beetje minder dan de benchmark. Het is maar een klein deel dat echt procenten achterblijft op een jaar gemeten.
Echter, verwacht niet dat een beleggingsfonds veel waarde toevoegt ten opzichte van de markt waarin het belegt. De kosten van een beleggingsfonds hollen op de lange termijn de “toegevoegde waarde” van een actief beleggingsbeleid uit. Is dat erg? Nee, het is geen ramp, je bespaart immers een hoop tijd, energie en onzekerheid door een kant en klare “portefeuille” te kopen. Het alternatief van een indextracker is goedkoper, maar hier weet je zeker dat je het niet beter doet dan de onderliggende markt. Geen punt, de grootste factor voor je rendement en dus je risico, is de spreiding die je aanbrengt in je vermogen. Dus risico kan je sturen door de verhouding tussen aandelen, obligaties, spaargelden en andere categorieën te wijzigen.

Er zijn wel degelijk kwalitatieve keuzes te maken bij de samenstelling van je portefeuille met beleggingsfondsen en/of trackers. Maar daar komt meer bij kijken dan het resultaat van de voorgaande jaren. Een consistent selectieproces, de beheersing van alle kosten en een goede beleggingsfilosofie staan aan de basis van een betrouwbaar resultaat voor de langere termijn.

*Alle genoemde research is afkomstig van Dimensional Fund Advisors LP. De beleggingsfondsendata komt uit de CRSP Mutual Fund Database, van het Center for Research in Security Prices, University of Chicago. De gebruikte data loopt van 2003 tot en met 2012.


Jeroen Brenninkmeijer is partner en vermogensbegeleider bij MJR Advies (www.mjradvies.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. Deze column is bedoeld als achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op de financiële markten en de regelgeving. Deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies en is geen aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. MJR Advies houdt zich niet bezig met het aanbevelen van beleggingen of beleggingsproducten en heeft bedrijfsmatig geen beleggingsposities. Eventueel vermelde financiële instrumenten dienen puur als voorbeeld en zijn nooit bedoeld als aanbeveling. Raadpleeg meer bronnen en neem zelf uw beslissingen. MJR Advies is niet vergunningplichtig en biedt onafhankelijke financiële ontzorging voor ondernemers en vrije beroepsbeoefenaren.


Ook interessant: