Beleggen in opties

Beleggen in opties vereist kennis en ervaring. Ten minste moet u de algemene kenmerken van opties weten. Alles weten over opties is diepgaande materie, dus we gaan het proberen eenvoudig te houden. De echte liefhebber kan overigens met diverse boeken en modellen (Black & Scholes bijvoorbeeld) het hart ophalen!
 

Prijs van een optie

De prijs van een optie wordt bepaald door vijf factoren, de onderliggende waarde, de intrinsieke waarde, de verwachtingswaarde (of tijdswaarde), de volatiliteit van de onderliggende waarde en de rente.

De marketmaker houdt bij de bepaling van de bied- en laatkoersen ("de spread") rekening met de rente. Indien hij bijvoorbeeld de tegenpartij is bij een long positie, zal voor een bepaald bedrag ook aan onderliggende waarde aangeschaft moeten worden. Dit kost geld en daarover mist de marketmaker rente. Deze rente zal verdisconteerd worden in de spread. Hoe hoger de rente, hoe hoger de koers.
 

In the money, at the money of out of the money?

De intrinsieke waarde van een optie is het meest vaste gegeven. In dit verband krijgt u wanneer u echt gaat beleggen in opties te maken met drie beurstermen:

  • De optie is out-of-the-money: er is een negatieve (dus geen) intrinsieke waarde.
  • De optie is at-the-money: de intrinsieke waarde is nul, de uitoefenprijs is net zo hoog als de beurskoers.
  • De optie is in-the-money: er is een positieve intrinsieke waarde die onderdeel uitmaakt van de prijs van de optie.

Let op: als er geen intrinsieke waarde is op de expiratiedatum, loopt de optie waardeloos af!
 

Voorbeeld

Stel nu dat we een call optie hebben, uitoefenprijs is 10 en de beurskoers is € 11,10. De intrinsieke waarde is dan € 1,10 en de optie is dus 'in the money'. Gaat het aandeel stijgen, dan zal de waarde van de optie toenemen. Let op, bij een putoptie is dit tegenovergesteld, namelijk bij daling van de onderliggende waarde volgt een stijging van de optiekoers en intrinsieke waarde!

Verder met het voorbeeld. Er blijft dus € 0,40 over (€ 1,50 -/- € 1,10), die wordt bepaald door de overige factoren.
 

Gevolgen optiepositie bij expiratie

Elke derde vrijdag van de maand lopen de opties af. Dit is de expiratie(vrij)dag. Doet u als koper geen transactie, dan bent u het bedrag dat u voor de optie heeft betaald kwijt op de zaterdag na de expiratievrijdag (uitgezonderd cash-settlement, kijk naar de voorwaarden van uw broker). De optie loopt gewoon af zogezegd. Wanneer er intrinsieke waarde is, is dat jammer. Overigens zijn er brokers die dit voor u in de gaten houden, tegen betaling, en ervoor zorgen dat dergelijke posities met waarde worden gesloten.

Bent u de schrijver van de calloptie, dan heeft u de premie verdiend. Indien de beurskoers lager ligt dan de uitoefenprijs, dan heeft u geluk en kunt u weer schrijven. Ligt de beurskoers hoger, dan kunt u bericht (assignment) verwachten van uw effectenbank of broker dat u de aandelen heeft moeten verkopen.
 

Praktische toepassing

In Beter Beleggen met producteigenschappen, technische & fundamentele analyse, verkrijgbaar bij bol.com, legt auteur Robert Baars (oprichter BeursEffecten) onder andere ook uit wat de mogelijkheden zijn om opties in te zetten binnen een portefeuille. Een aanrader om breder over beleggen na te (leren) denken.
 

Wilt u beleggen in opties?

Naast de informatie op de pagina opties (en alle linkpagina's hierop!) raden wij u aan ook de diverse pagina's onder optie strategie en natuurlijk handelen op de effectenbeurs te bekijken. U heeft dan redelijke kennis opgedaan om eerst een aantal fictieve posities in te nemen. Gewoon op papier, en dan kijken of uw beleggingsbeleid klopt. Het levert u nodige ervaring op voor u echt met de eerste gelden gaat "optiebeleggen"!