Bas Nagtzaam versus Hans Vorstenbosch

Hans VorstenboschBas Nagtzaam

 

Bas Nagtzaam (QTR Invest) interviewt Hans Vorstenbosch (Byloshi)

 

 

1. Hoeveel jaar zit je nu in het vak en wat was je beweegreden om de beleggingen in te gaan?

Beleggen heeft mij altijd gefascineerd. Een kwart eeuw geleden al volgde ik de aandelenkoersen van de AEX index (toen nog EOE index) dagelijks op de voet via teletekst. Op 21-jarige leeftijd belegde ik voor het eerst een significant deel van mijn spaargeld in het AMRO All-In-Fund.

Hoewel ik informatica heb gestudeerd en ook ruim 10 jaar werkzaam ben geweest in de ICT-branche, bracht mijn fascinatie voor de beleggingswereld mij ertoe om een geleidelijke carrière switch te maken. Eerst bij Rabobank en later vooral bij het voormalig Institute for Research & Investment Services (IRIS) van Robeco heb ik veel beleggingskennis en ervaring opgedaan.

Twee jaar geleden ben ik voor mezelf begonnen met Byloshi Investments en heb het Byloshi Investment Fund opgezet. Dit is een beleggingsfonds met drie absoluut verschillende beleggingsstrategieën. De naam Byloshi komt voort uit het adagium Buy-Low-Sell-High.
 

2. De laatste jaren zijn de zogeheten trackers sterk in opmars. Wat is jouw visie op trackers?

In de praktijk blijkt dat het gros van de fondsbeheerders de markt (lees: index) niet structureel kan verslaan. Dit is eigenlijk ook wel logisch, want in tegenstelling tot beleggingsfondsen hoeven van indexen geen beheervergoeding, geen distributievergoeding, geen accountantskosten, geen toezichtkosten en al helemaal geen winstdeling ingehouden te worden.

Als je de markt niet structureel kunt verslaan, dan volg je de markt toch gewoon! Dat kan nu ook met behulp van trackers. Trackers volgen een bepaalde index. Je koopt net zo gemakkelijk een tracker als een willekeurig aandeel. Het grote voordeel is dat je met één aankoop meteen een gespreide belegging hebt. Daarnaast zijn de Total Expense Ratios (TERs) van trackers over het algemeen laag in vergelijking met de meeste beleggingsfondsen. Ik ben daarom een sterk voorstander van trackers.

Byloshi Earth, de hoofdstrategie van het Byloshi Investment Fund bestaat dan ook uit een ideale samenstelling van low-cost trackers in wereldwijde aandelen, Europese aandelen, Emerging Markets aandelen, bedrijfsobligaties, vastgoed, commodities, managed futures en private equity.

Er loert op termijn echter wel een gevaar met trackers. Als trackers namelijk een toenemend hoog percentage van het wereldwijd belegd vermogen gaan uitmaken, dan neemt het risico toe dat de relatief slechte bedrijven te hoog worden gewaardeerd ten koste van de relatief goede bedrijven. Waarderingen van bedrijven zullen richting het marktgemiddelde tenderen. Om dit effect niet te groot te laten worden blijven actief beheerde fondsen nodig in de markt.
 

3. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) publiceerde vorige week een artikel over de complexiteit van synthetische trackers. Deel je de mening van de AFM hierin?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen fysieke trackers en synthetisch trackers. Fysieke trackers kopen daadwerkelijk de inhoud van een index in dezelfde wegingen dan de index zelf. Dit is heel transparant. Er is echter één groot nadeel, namelijk de transactiekosten. Bij trackers op indexen met veel aandelen zoals bijvoorbeeld de S&P 500, dient de beheerder bij instroom en uitstroom van belegd vermogen steeds te handelen in 500 aandelen om dezelfde wegingen te handhaven.

Om de transactiekosten te minimaliseren zijn zogeheten synthetische trackers ontwikkeld. Er zijn vele varianten. Een van de mogelijkheden die wordt gebruikt is om alleen de bedrijven met een relatief hoge weging daadwerkelijk fysiek te volgen, en voor de vele bedrijven met een lage weging een paar alternatieve bedrijven te volgen waarvan de gezamenlijk verwachte performance overeen komt met de te vervangen bedrijven uit de index. Hier wordt ook al meteen het eerste risico blootgelegd. De performance zal per definitie afwijken van de originele index.

Een andere veel gebruikte variant van synthetische trackers is geheel gebaseerd op derivaten. Met behulp van derivaten (opties, futures, etc.) kan een index vrij nauwkeurig worden gevolgd. De onderliggende stukken worden dus niet daadwerkelijk aangekocht. Bij sommige producten is het überhaupt niet mogelijk de onderliggende stukken te kopen, denk daarbij bijvoorbeeld aan trackers die een volatiliteitsindex volgen. De tegenpartij van de derivaten staat garant voor de verplichtingen daarvan. Maar wat als een tegenpartij zijn verplichtingen niet meer kan nakomen? Bij synthetische trackers is dus sprake van een tegenpartijrisico.

Dat synthetische trackers steeds gecompliceerder zijn geworden en deze niet meer voor iedereen te begrijpen zijn ben ik inderdaad wel eens met de AFM. Als een beleggingsproduct zo gecompliceerd is dat je de structuur en risico’s ervan niet kunt overzien, dan zou ik er persoonlijk niet in beleggen. 
 

4. Hoe denk jij over het afdekken van valutarisico’s?

Het afdekken van valutarisico’s kan voor korte termijn beleggingen heel nuttig zijn. Op langere termijn is het vaak niet interessant, ten eerste vanwege de kosten, en ten tweede vanwege het liquiditeitsrisico. Bedenk daarbij dat valutakoersen ook in je voordeel kunnen werken.

Indien je een valutarisico afdekt (tegen een daling), dan heb je in principe twee mogelijkheden:

  1. De afgedekte valuta daalt inderdaad in waarde.
    In dit geval ontstaat dus een positief valutahedge resultaat. De onderliggende beleggingen zijn weliswaar gedaald in euro’s gezien, maar dit wordt gecompenseerd door de valutahedge.
  2. De afgedekte valuta stijgt echter in waarde.
    In dit geval ontstaat een negatief valutahedge resultaat. Indien je hiervoor voldoende liquiditeiten hebt gereserveerd, dan heb je minder vermogen aan kunnen wenden om te beleggen. Indien je geen liquiditeiten hebt gereserveerd en dus 100% belegd bent, ontstaat in feite een valutahedge schuld waarover je uiteindelijk rente zal moeten betalen. Je zult dan vervolgens een gedeelte van je onderliggende stukken, die in euro’s gezien gestegen zijn in waarde, moeten verkopen ter compensatie van het valutaverlies. Bij liquide beleggingen is dit doorgaans geen probleem en blijft de schade beperkt tot de transactiekosten, maar bij illiquide beleggen kan dit tot liquiditeitsproblemen leiden.

 

Bij beleggen is spreiden van risico essentieel. Spreiden in valuta’s hoort daar eigenlijk ook bij. Middels een wereldwijde aandelen tracker spreid je risico’s niet alleen over meerdere landen en bedrijven, maar ook over meerdere valuta’s. Uit eigen ervaring blijkt dat het gespreid beleggen over meerdere valuta’s een positief effect heeft op de volatiliteit van de beleggingsportefeuille.
 

5. Welke informatie wil je graag aan de bezoekers van BeursEffecten meegeven?

Alleen het beschikken over een AFM vergunning is nog geen garantie voor goed beheer, lage kosten en/of bovengemiddelde rendementen. Bedenk echter wel dat de toezichtkosten direct of indirect ten laste worden gebracht van het beleggingsfonds en derhalve een negatief effect hebben op het netto rendement. Daarentegen hoeven fondsbeheerders die gebruik maken van een vrijstelling niet per se minder goede beheerders te zijn.

Byloshi Investments beschikt (nog) niet over een AFM vergunning, maar hecht wel veel waarde aan eerlijkheid, openheid, betrouwbaarheid, integriteit en transparantie. Voor mij zijn dit namelijk vanzelfsprekende normen en waarden in de omgang met andere mensen en zeker met participanten die hun geld in goed vertrouwen laten beleggen.

Buy Low Sell High!
 

Volgende interview: Hans Vorstenbosch versus Eduardo Alvarez
Vorige interview: Joost Akkerman versus Bas Nagtzaam