Bank doet zichzelf de das om

afbeelding van Jaap Penders

In mijn praktijk gaat het om vaak om de vraag of de bank een zorgplicht jegens een klant heeft, wat de zorgplicht inhoudt en of die in het concrete geval is geschonden. Bij een beoordeling van deze vragen gaat het in de eerste plaats om de aard van de verrichte dienstverlening. Dit aspect heeft vergaande gevolgen voor de reikwijdte van de zorgplicht.

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch1 moest onlangs onder meer beslissen of de Rabobank bij het sluiten van een levensverzekering door een klant als haar adviseur had opgetreden of slechts een opdracht van de klant had uitgevoerd zonder daarbij te adviseren (execution only dienstverlening).2

Wat was het geval? Een bijna vijftigjarige vrouw had haar bloemenzaak wegens arbeidsongeschiktheid en lokale ontwikkelingen voor omgerekend EUR 170.000 verkocht. In april 1998 had zij contact opgenomen met de Rabobank hoe zij het beste haar vermogen zou kunnen aanwenden. De Rabobank had de vrouw in diverse gesprekken geïnformeerd over de mogelijkheden en de diverse aanbieders van levensverzekeringen. De Rabobank zond de vrouw drie offertes, waarvan twee verzekeringen de vrouw recht gaven op een gegarandeerde uitkering. De partner van de vrouw had ook bij andere aanbieders offertes opgevraagd.

Uiteindelijk heeft de vrouw in bijzijn van de Rabobank medewerker in juni 1998 de offerte voor een levensverzekering zonder gegarandeerde uitkering gesloten. In de toelichting van de offerte stond vermeld dat de koopsom van EUR 170.000 werd belegd in het NL depot, een vijftal Nederlandse beleggingsfondsen.

Bij brief van 19 maart 2001 heeft de Rabobank aan de vrouw op eigen initiatief een offerte voor een levensverzekering met een levenslang gegarandeerde lijfrente toegestuurd. De waarde van haar levensverzekering was op dat moment, ondanks periodieke onttrekkingen, EUR 166.000. In deze brief was vermeld dat het resultaat in 2000 niet goed was, maar het resultaat in 1999 +46%. De vrouw heeft op de brief niet gereageerd.

In maart 2005 ontving de vrouw bericht van haar verzekeraar dat de waarde van haar levensverzekering door de gedaalde koersen van de beleggingsfondsen sterk was afgenomen, dat de waarde niet meer toereikend was voor verdere uitkeringen en dat de verzekering daarom in mei 2005 eindigde. In oktober 2005 heeft de vrouw de Rabobank aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden bij de totstandkoming en de uitvoering van de levensverzekering.

In de procedure bij de rechtbank Maastricht heeft de vrouw onder meer aangevoerd dat de Rabobank in haar rol als vermogensadviseur een bijzondere zorgplicht heeft geschonden, door haar te adviseren om de desbetreffende levensverzekering te sluiten. De rechtbank wees de vordering af. Zij oordeelde dat sprake was van een execution only relatie, waarbij de Rabobank de vrouw enkel heeft geïnformeerd over de mogelijkheden van het sluiten van een levensverzekering. De vrouw zou zich in gesprekken hebben laten bijstaan door haar partner, die volgens de rechtbank haar financieel adviseur was.

De vrouw heeft tegen het vonnis van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Het Hof oordeelde, nota bene aan de hand van de stellingen van Rabobank zelf, dat sprake was van een adviesrelatie. In een achttal gesprekken had de Rabobank de mogelijkheden en aanbieders van een lijfrente besproken. De Rabobank had in haar schriftelijke verweer bij de rechtbank diverse malen over advies gesproken en beschouwde zichzelf als adviseur van de vrouw. Het Hof oordeelde dat de adviesrelatie strookte met de omstandigheid dat de Rabobank in 2001 op eigen initiatief een nieuwe offerte aan de vrouw als alternatief voor de levensverzekering had toegezonden. De enkele omstandigheid dat haar toenmalige partner destijds ook elders offertes had opgevraagd betekende volgens het Hof niet dat de Rabobank geen adviesrol had.

De vrouw verweet de Rabobank dat deze tekort was geschoten in de informatieverstrekking over de aard en werking van de levensverzekering (de zogenaamde informatieplicht) en dat de Rabobank had nagelaten te waarschuwen dat de levensverzekering niet paste bij haar cliëntprofiel én voor de risico’s die aan de levensverzekering waren verbonden (de zogenaamde waarschuwingsplicht).

Het Hof oordeelde dat de Rabobank had voldaan aan haar informatieplicht, omdat de offerte voldoende duidelijk en begrijpelijk was. Het Hof stelde verder vast dat de vrouw zich tot de Rabobank had gewend voor advies over de aanwending van de stakingswinst van haar bloemenwinkel. De zorgplicht bij advies houdt in dat de Rabobank onderzoek had moeten doen naar de mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van de vrouw en moet waarschuwen voor eventuele risico’s van een product en indien het product niet past bij de doelstellingen, risicobereidheid of deskundigheid. Het Hof oordeelde aan de hand van een rapport van een deskundige en op grond van de persoonlijke omstandigheden van de vrouw3 dat de levensverzekering niet passend was bij het profiel van de vrouw. De deskundige had overwogen dat de levensverzekering, door de fluctuaties van het rendement, als risicovol moest worden getypeerd.

Het Hof oordeelde verder dat de Rabobank haar waarschuwingsplicht had geschonden door niet te wijzen op de risico’s van de levensverzekering. De Rabobank had daarbij zelf aangeven dat de execution only relatie de reden was waarom zij de vrouw niet voor de risico’s had gewaarschuwd. De Rabobank kon niet bewijzen dat zij de vrouw indringend op de risico’s van de levensverzekering had gewezen.

Ook de stelling van de Rabobank dat het causaal verband ontbrak, omdat de vrouw doelbewust had gekozen voor risico in plaats van een gegarandeerd rendement werd van de hand gewezen. Het Hof achtte niet bewezen dat bij een adequate waarschuwing de vrouw niet alsnog zou hebben gekozen voor een levensverzekering met meer zekerheid en minder risico’s. De slotsom was dat het Hof de Rabobank veroordeelde om aan de vrouw een schadevergoeding van EUR 75.000 te betalen.

Ik onderschrijf de uitspraak van het Hof. Het lot van de Rabobank was mijns inziens reeds bezegeld door de vaststelling van de adviesrelatie. Bij mij rest de vraag waarom de Rabobank, nu zij zichzelf als adviseur zag, het tot een procedure heeft laten komen?
 

1 Zie Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 1 oktober 2013,(LJN: 4434).
2 Zie voor het belang van dit onderscheid en een nadere uitleg: Zorgplicht bij beleggingsdienstverlening.
3 Zij was een gescheiden vrouw met de zorg voor 3 kinderen. Zij had haar financiële belangen toevertrouwd aan haar partner omdat zij op financieel gebied minder goed onderlegd was. Zij was arbeidsongeschikt en had buiten haar stakingswinst geen pensioen of andere bronnen van inkomen. Zij had tot doel haar stakingswinst aan te wenden om inkomen en pensioen te genereren. Zij had geen ervaring met beleggen.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: