AFM bant turbo’s met hoge hefboom

afbeelding van Jaap Penders

Als particuliere belegger belegt u misschien in gestructureerde producten zoals turbo’s, speeders, sprinters of boosters (hierna allen genoemd turbo’s). Weet u hoe een turbo werkt? Volgens recent onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) niet.1 Tijd om stil te staan bij de werking van een turbo en de bevindingen van de AFM over turbo’s in het rapport hefboomproducten.
 

Turbo’s

De belangrijkste eigenschap van een turbo is de mogelijkheid om met een hefboom te beleggen in een bepaalde onderliggende waarde. Dit kan bijvoorbeeld een index, een aandeel, grondstoffen of vreemde valuta zijn. Bij een turbo kan een fractie van de onderliggende waarde worden ingelegd en daarmee hetzelfde rendement worden gehaald als een rechtstreekse belegging in de onderliggende waarde.

Met een turbo kan worden geprofiteerd van een stijging of daling van de koers van een onderliggende waarde. Er zijn twee soorten turbo’s: long en short. Bij een turbo long wordt gespeculeerd op een stijging van de onderliggende waarde (zoals bij het kopen van een calloptie) en bij een turbo short op een koersdaling (zoals bij het kopen van een putoptie). De waarde van een turbo long stijgt, indien de onderliggende waarde stijgt. Door de hefboomwerking van een turbo wijzigt de waarde van de turbo sneller dan de onderliggende waarde. De verhouding tussen de koers van de onderliggende waarde en de koers van de turbo is de hefboom van de turbo. De hefboom is geen vast gegeven, maar wordt bepaald door de verhouding van beide koersen op het moment van koop van de turbo.
 

Hoe werkt een turbo?

Een turbo is een door een bank gestructureerd product. Bij een turbo long koopt de bank de onderliggende waarde. De onderliggende waarde wordt grotendeels door de bank gefinancierd. De bank ontvangt daarvoor een vergoeding.2 Het deel boven het financieringsniveau wordt door de belegger als inleg voldaan. De waarde van een turbo wordt in beginsel bepaald door de koers van de onderliggende waarde en het financieringsniveau.

Een turbo kent een financieringsniveau en een stop loss. Indien de koers van de onderliggende waarde gelijk of lager is dan de stop loss koers, dan wordt de onderliggende waarde automatisch verkocht (stop loss). Daarmee eindigt de turbo. Dit heet het zogenaamde uitstoppen. Er zijn turbo’s waarbij het financieringsniveau lager is dan de stop loss. Dit zijn traditionele turbo’s. Er zijn ook turbo’s waarbij het financieringsniveau gelijk is aan de stop loss. Dit zijn de zogenaamde limited turbo’s of BEST turbo’s.3 Bij een traditionele turbo krijgt de belegger nog een deel van zijn inleg terug, indien de verkoopprijs van de onderliggende waarde zich bevindt tussen de stop loss en het financieringsniveau. Het deel van de waarde van de turbo dat de belegger na afwikkeling van de turbo ontvangt wordt de zogenaamde restwaarde genoemd.

Bij een turbo loopt de belegger het risico dat de gehele belegging verloren kan gaan. Ook de bank loopt een risico, indien de koers van de onderliggende waarde bij verkoop lager is dan de financieringskoers. De bank zal naast een rentevergoeding voor de financiering een risicovergoeding willen ontvangen.4
 

Hefboomwerking turbo

Ik zal de werking van een turbo aan de hand van een voorbeeld verduidelijken. Een belegger heeft de verwachting dat het aandeel BAM op korte termijn stijgt. Hij wil daarvan profiteren en koopt voor € 250 turbo’s long op BAM. ING Bank heeft een turbo uitgegeven op BAM met een stop loss van € 3,00 en een financieringsniveau van € 2,64. De huidige koers van BAM is € 3,43. De prijs van de turbo BAM is € 0,86. Met de inleg van € 250 kan hij 290 turbo’s kopen (hetgeen een onderliggende waarde van 290 aandelen BAM vertegenwoordigt). Bij een rechtstreekse koop van aandelen BAM zou hem dit € 994,70 kosten.

Stel dat de koers van het aandeel BAM stijgt naar € 4,00. De belegger wenst zijn winst te verzilveren. De turbo’s worden verkocht tegen een prijs van € 1,36. De belegger maakt een winst van €0,50 per turbo, dus totaal € 145 (zonder rekening te houden met kosten). Dit is 59% winst op zijn belegging. Dit terwijl het aandeel BAM 16,6% is gestegen. De hefboom factor is bijna 4. De waarde van de turbo BAM neemt bij een dergelijke hefboom vier keer zo snel toe als de waarde van het aandeel BAM.

Stel dat het aandeel BAM daalt en de eerste koers onder de stop loss is € 2,99. De belegger verliest zijn inleg en krijgt een restwaarde van de turbo van € 0,35 terug. Het totale verlies bedraagt € 148 oftewel 59% van zijn inleg. Het verlies wordt groter als een lagere verkoopkoers onder de stop loss tot stand komt, maar kan nooit groter zijn dan de totale inleg.
 

Limited en BEST turbo’s

Kenmerkend voor BEST turbo’s is dat deze turbo een stop loss niveau heeft dat gelijk is aan het financieringsniveau. Doordat het stop loss niveau gelijk is aan het financieringsniveau, kan met deze turbo’s een grotere hefboom bereikt worden dan bij een traditionele turbo. Bij het uitstoppen van de turbo zal er geen restwaarde zijn die aan de belegger wordt uitgekeerd.

De bank loopt bij deze turbo het risico dat de verkoopwaarde van de onderliggende waarde onder het financieringsniveau ligt. Voor dit risico rekent de bank een premie bovenop de koers van de turbo. Dit heet de zogenaamde gap risk premie. De bank kan deze premie in geval van een verwacht corporate event5 of marktomstandigheden aanpassen.6

Kenmerkend voor limited turbo’s is dat deze naast het bijzonder kenmerk van de BEST turbo een vervaldatum kent, waarop de belegging wordt afgewikkeld. De waarde van een limited turbo wordt beïnvloed door de gap risk premie en de aanwezigheid van een vervaldatum.
 

Rapport hefboomwerking

De AFM heeft onderzoek gedaan naar de kans van de belegger op een positief rendement bij turbo’s. Zij concludeerde dat de kans op een positief rendement bij producten met een (te) hoge hefboom7, met name naarmate de belegger de belegging langer aanhoudt, klein is.8

De AFM concludeert uit haar kwantitatieve analyse van turbo’s:

  • hoe groter de beweeglijkheid van een onderliggende waarde, hoe groter de kans op een stop-loss;
  • hoe langer een turbo wordt aangehouden, hoe groter de kans op een stop-loss;
  • hoe dichter het stop loss niveau bij de actuele koers, hoe groter de kans op een stop-loss.
     

De AFM concludeert dat bepaalde beleggingsproducten met een hoge hefboom beleggers geen toegevoegde waarde bieden en niet geschikt zijn voor het opbouwen van vermogen op de lange termijn.
 

Marktreacties

De AFM heeft naar aanleiding van haar rapport aanbieders verzocht om turbo’s met een hoge hefboom niet meer aan te bieden en om de belegger meer informatie te verstrekken en uitleg te geven over de hefboomwerking van turbo’s bij een langere beleggingsperiode.

De aanbieders van dergelijke producten hebben beloofd om geen turbo’s met een extreem hoge hefboom bij uitgifte aan te bieden. Daarnaast zullen aanbieders per 1 oktober a.s. een gezamenlijke internetsite oprichten met extra informatie over turbo’s.9 De Vereniging van effectenbezitters geeft aan deze maatregelen van de AFM toe te juichen, omdat beleggen met een zeer grote hefboom soms een verlieskans van 90% met zich brengt.10

Ook ik onderschrijf de maatregelen van de AFM. Het is belangrijk dat beleggers de keus hebben in hefboomproducten te beleggen. Voor het maken van een beleggingsbeslissing dient de belegger wel bewust te zijn van de kansen tegenover de risico’s van een product. Het ligt nu op de weg van de belegger zich te informeren in de belegging die zij doen. De website BeursEffecten en dit artikel dragen daar hopelijk aan bij.
 

1Zie rapport op website AFM.
2 Bij een turbo short verkoopt de bank de onderliggende waarde en komen de rente op de opbrengst, de zogenaamde financieringsopbrengst, ten goede van de belegger.

3In dit artikel gebruik ik om louter om didactische reden turbo’s als verzamelnaam voor sprinter, speeders, boosters. De limited en BEST turbo bestaan niet, omdat de naam turbo aan ABN Amro en RBS is voorbehouden. Op BeursEffecten kunt u uitgebreide informatie lezen over deze producten.
4Elke turbo heeft een indirecte tijdsbeperking. De bank wenst in geval van een long positie een rentevergoeding voor de financiering, hierdoor wordt de stoploss koers steeds verder omhoog geschoven bij een long positie (zie informatie over turbo's op BeursEffecten). De stop loss kan en zal dus (op een vaste datum) wijzigen.
5Een corporate event is een gebeurtenis die het bedrijf betreft, bijvoorbeeld de publicatie van (jaar)cijfers.
6De AFM acht de koersvorming van een turbo over de gap risk premie niet transparant en heeft de aanbieders opgeroepen daarin transparant te zijn.
7Er zijn turbo’s met een hoge hefboom van tientallen tot tweehonderd.
8Dit langer aanhouden kan in sommige gevallen enkele dagen zijn.
9Aanbieders moeten reeds beschikken over een prospectus voor het aanbieden van turbo’s, maar deze ziet (kennelijk) onvoldoende op de risico’s van turbo’s met een extreem hoge hefboom in combinatie met een langere beleggingsperiode.
10Zie website VEB.

 

Disclaimer: De auteur heeft op het moment van publicatie van dit artikel posities in (genoemde) turbo’s. Dit artikel is niet bedoeld als beleggingsadvies of het aanzetten tot het handelen in (genoemde) turbo’s. Dit artikel moet niet worden gebruikt voor het nemen van beleggingsbeslissingen.


Jaap Penders is eigenaar van Penders Advocatuur (www.pendersadvocatuur.nl). Deze column is geschreven op persoonlijke titel. De column heeft een educatief doel. De daarin verstrekte informatie kan niet worden beschouwd als een juridisch advies in welke vorm dan ook. Hoewel de informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, wordt geen garantie gegeven voor de juistheid en volledigheid van de informatie. Columnist heeft geen zeggenschap over de website van BeursEffecten. Columnist is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, direct of indirect, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit het gebruik van de column en (de informatie op) voornoemde website.


Ook interessant: