Aandelen in deflatoire omgeving beter dan in inflatoire omgeving?
Periode van deflatie kan worden afgelost door hyperinflatie
Sinds oktober 2007, enkele maanden voor het begin van de laatste recessie, is de goudprijs meer dan verdubbeld. Anderzijds is het rendement op de toonaangevende 10-jarige Amerikaanse staatsobligatie ruimschoots gehalveerd. Wat willen we daarmee zeggen? Heel eenvoudig: de rush op het goud doet vermoeden dat beleggers rekening houden met de komst van inflatie; de daling van de obligatierendementen stelt anderzijds een deflatieperiode in het vooruitzicht. Inflatie en deflatie gedragen zich als water en vuur. Omdat een combinatie van beide niet mogelijk is, zal het zal dus een van de twee moeten worden. Voor de beurskoersen is het van belang te weten welke van de twee het gaat worden.
Wanneer kiezen voor aandelen?
Het scenario van een deflatieperiode gecombineerd met een recessie wint steeds meer terrein. Op de achtergrond gaan de centrale banken echter rustig verder met het drukken van geld. Al dat geld in omloop moet vervolgens echter de inflatie in de hand werken. Dat betekent dus dat we na een relatief korte periode van deflatie met galopperende inflatie geconfronteerd kunnen worden. Wat heeft dat voor de belegger te betekenen? Moet u aandelen kopen in een deflatie- dan wel in een inflatieperiode? Momenteel loert het gevaar uit beide hoeken, wat het plaatje extra moeilijk maakt. De besparingsmaatregelen die overal in Europa werden aangekondigd, werken enerzijds deflatie in de hand. Anderzijds brengt de politiek van de centrale banken om massaal geld te drukken duidelijk inflatiegevaar met zich mee. Maar hoe zit het eigenlijk met die geldcreatie?
Verenigde Staten gaan in 2012 mogelijk nog meer geld drukken
De Verenigde Staten gaan in 2012 mogelijk nog meer geld drukken. Dennis Gartman, auteur van The Gartman Letter, verwacht dit jaar een nieuwe fase in de politiek van quantitative easing (verruiming van de monetaire politiek). Volgens Gartman valt of staat alles met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Wanneer die opnieuw verslechteren, zit er voor de FED weinig anders op dan de geldkraan weer verder open te draaien. Het verslag van de laatste meeting van het Federal Open Market Committee toont aan dat er op deze bijeenkomst wel degelijk werd gesproken over een nieuwe verruiming van de monetaire politiek; kwestie van de deflatie te snel af te zijn.
Europese Centrale Bank kan rente verlagen tot 0,50%
Ook Europa wordt op de eerste plaats met deflatiegevaar geconfronteerd, in zoverre dat de Europese Centrale Bank haar basisrente in de loop van dit jaar kan verlagen tot 0,50%. Momenteel bedraagt die basisrente nog 1%, nadat ze in de tweede helft van vorig jaar tweemaal werd verlaagd. Paul Robinson, global head of foreign-exchange research bij Barclays Plc in Londen, is van mening dat de ECB gezien de magere economische vooruitzichten weinig andere keuzemogelijkheden heeft dan de rente te verlagen. Anderzijds is ook de ECB op een indirecte manier rechtstreeks geld gaan drukken door (onder andere Italiaanse en Spaanse) overheidsobligaties in te kopen. Dat brengt op termijn inflatiegevaar met zich mee.
Besparingsmaatregelen stimuleren deflatiescenario
Het inflatiegevaar wordt echter op korte termijn duidelijk gecounterd door de economische situatie. Het wordt steeds duidelijker dat deflatie en niet inflatie op korte en mogelijk zelfs middellange termijn de belangrijkste dreiging vormt. De besparingsmaatregelen die in verschillende Europese landen werden aangekondigd, doen het inflatiegevaar in Europa sterk afnemen en dat op een moment dat de inflatie in China en de rest van Azië ook al duidelijk verminderen. Bovendien is er ook in de Verenigde Staten geen sprake van een onmiddellijk inflatiegevaar. Washington moet gaan besparen op de begroting, wat deflatie in de hand zal werken.
Wereld van verschil
Voor beleggers in aandelen is het een wereld van verschil of ze in een deflatie- dan wel in een inflatieperiode verzeild zijn geraakt. Deflatie gaat meestal gepaard met een recessie of zelfs een depressie, want de prijzen dalen zodat consumenten nieuwe investeringen en aankopen uitstellen totdat de prijzen nog verder zijn gedaald. Het zal duidelijk zijn dat deze situatie allesbehalve ideaal is voor bedrijven, want zij zullen minder winsten genereren. Inflatie is anderzijds een periode van waardevermindering van het geld, vaak als gevolg van een vlot draaiende economie. Inflatie kan echter ook het gevolg zijn van overvloedige geldcreatie. Dit laatste heeft de afgelopen periode plaatsgevonden, want zowel de FED als de ECB hebben de geldkraan namelijk wijd open gezet.
Kommer en kwel op de beurs?
In een periode van deflatie, is het op de beurs in normale omstandigheden kommer en kwel. De beleggers worden namelijk ontmoedigd door tegenvallende bedrijfsresultaten en een regen van winstwaarschuwingen. De belegger zal in deze omstandigheden meestal kiezen voor vastrentende waarden, om de eenvoudige reden dat geld in een deflatoire omgeving meer waard wordt. Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat de omstandigheden tegenwoordig allesbehalve normaal zijn. Het vertrouwen van de beleggers in staatsobligaties is teruggevallen tot een dieptepunt, deposito’s brengen gezien de lage rentestand weinig of niets op en bovendien zijn de belangrijkste valuta’s (met name de dollar en de euro) extreem kwetsbaar geworden door de schuldenberg die zowel de Verenigde Staten als de meeste landen uit de eurozone meetorsen.
Op zoek naar voldoende liquide markten?
Vastrentende beleggingen lijken in de huidige omstandigheden dus niet meer zo veilig en dat betekent dat de belegger op zoek moet naar alternatieven. Automatisch komen we dan opnieuw bij de beurs terecht. Er zijn namelijk geen andere financiële markten beschikbaar waar grote kapitaalstromen terecht kunnen, alleen de beurzen en de grote obligatiemarkten zijn voldoende liquide. Echter ook in moeilijkere economische omstandigheden zijn er bedrijven die het goed blijven doen. Omdat een deflatieperiode wordt gekenmerkt door een waardevermindering van het geld, gaat onze voorkeur uit naar aandelen met een hoog dividendrendement.
Aandelen, aandelen en nog eens aandelen
Maar ook in een inflatiescenario gaat onze voorkeur uit naar aandelen boven obligaties. De geschiedenis bewijst namelijk dat aandelen, over een langere periode bekeken, een betere bescherming bieden tegen inflatie dan bijvoorbeeld obligaties. Als gevolg van de inflatie – er is veel vraag naar allerlei producten en de prijzen stijgen – zullen de bedrijven met betere omzet- en winstcijfers uitpakken. Die betere resultaten zullen zich logischerwijs ook in hogere beurskoersen vertalen. In een volgende fase – wanneer de inflatie op hol slaat – kunnen de centrale banken de rente gaan verhogen en dat is uiteraard minder gunstig voor de beurskoersen.
Aandelen kunnen het in beide scenario’s goed doen
Het inflatiegevaar gaat momenteel echter niet uit van stijgende prijzen, maar van massale geldcreatie door de overheden en dat betekent dat het plaatje er heel anders uitziet. De economie is namelijk zo kwetsbaar dat de centrale banken er zich wel voor zullen hoeden de rente te snel te verhogen. Dat gevaar voor de beurs valt dus weg. Zelfs wanneer we met hyperinflatie worden geconfronteerd, bieden aandelen een relatieve bescherming omdat ze een tastbaar goed vertegenwoordigen. In gekende periodes van hyperinflatie – we verwijzen daarbij bijvoorbeeld naar Zimbabwe – presteerden aandelen opvallend goed. Onze conclusie is dan ook kort en duidelijk: zowel in een deflatie- als in een inflatiescenario adviseren we momenteel een belegging in aandelen.
Nieuwsbrief Beleggen (gratis)
O.a. onze visie op AEX, AMX en Wall Street. Eens per (einde) maand. Meldt u nu aan:









